Internationaal Recht

Voor het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn vooral twee rechtsbronnen relevant: het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten. Daarnaast is het Statuut van Rome van belang, het verdrag waarop het Internationaal Strafhof gebaseerd is.

 

1. HUMANITAIR OORLOGSRECHT

Binnen het humanitair oorlogsrecht spelen het Vierde Haagse Verdrag (1907) en de Vierde Conventie van Genève (1949) een belangrijke rol. Het Vierde Haagse Verdrag heeft betrekking op de wijze van oorlogvoering, de Vierde Conventie van Genève op de bescherming van burgers onder omstandigheden van oorlog en bezetting.

 

Kolonisatie: een ernstige schending

Het is vooral de bezettende mogendheid Israël die het humanitair oorlogsrecht op grote schaal en bij voortduring schendt. Ernstige schendingen vloeien onder meer voort uit Israëls kolonisatiepolitiek. 

Het Vierde Haagse Verdrag verbiedt een bezettende mogendheid om permanente veranderingen aan te brengen in bezet gebied, tenzij deze militair noodzakelijk zijn of worden aangebracht in het belang van de lokale bevolking die onder bezetting leeft. De nederzettingen die Israël vanaf 1967 in de Palestijnse gebieden heeft gebouwd voldoen niet aan deze criteria: zij zijn vanuit militair oogpunt niet noodzakelijk en ook niet in het belang van de lokale Palestijnse bevolking. Alle nederzettingen die Israël in bezet gebied gebouwd heeft zijn dan ook illegaal. Dat betreft ook de nederzettingen in Oost-Jeruzalem.

De Vierde Conventie van Genève verbiedt een bezettende mogendheid om delen van zijn eigen burgerbevolking over te brengen naar bezet gebied. De vestiging van honderdduizenden Israëlische kolonisten in de bezette gebieden, gestimuleerd en gesubsidieerd door opeenvolgende Israëlische regeringen, is derhalve een ernstige schending van deze conventie.

► LEES MEER OVER DE NEDERZETTINGEN

 

De muur in Palestijns gebied: illegaal

Een andere schending die met de kolonisatie samenhangt is de muur die de Israëlische regering in bezet Palestijns gebied bouwt. De route daarvan is zodanig gekozen dat zoveel mogelijk (grote) nederzettingen door Israël worden ingelijfd.

Op 9 juli 2004 heeft het Internationaal Gerechtshof in Den Haag uitgesproken dat de muur in strijd is met het humanitair oorlogsrecht. Het Hof heeft Israël aangezegd de bouw direct te beëindigen en de delen van de muur af te breken die reeds in bezet gebied gebouwd zijn. Bovendien is Israël verplicht alle schade te vergoeden die door de bouw aan Palestijnen is toegebracht.

Israël heeft zich niets van die uitspraak aangetrokken en is in versneld tempo met de bouw van de muur doorgegaan. Voor de internationale gemeenschap is dat geen vrijblijvende zaak. Met verwijzing naar de Vierde Conventie van Genève heeft het Internationaal Gerechtshof alle landen die de conventie hebben ondertekend opgedragen ervoor te zorgen dat Israël de uitspraak naleeft. Toch is de internationale gemeenschap niet in actie gekomen. Hetzelfde geldt voor de nederzettingen: ook daar is de internationale gemeenschap nooit doortastend tegen opgetreden.

► LEES MEER OVER DE MUUR

 

Burgers onder vuur

Palestijnse milities hebben zich in het verleden schuldig gemaakt aan zelfmoordaanslagen en andere aanslagen die volgens het humanitair oorlogsrecht illegaal zijn. Ook de raketbeschietingen vanuit de Gazastrook op burgerdoelen in Israël zijn onrechtmatig. Dergelijke aanslagen en beschietingen maken inbreuk op een van de basisprincipes van het humanitair oorlogsrecht: dat strijdende partijen onderscheid moeten maken tussen burgers en strijders. Burgers mogen nooit het doelwit van aanvallen zijn.

Israël maakt zich ook schuldig aan het schenden van dit basisprincipe. Bij de Israëlische aanvallen op de Gazastrook, uitgevoerd eind 2008 en begin 2009 en in november 2012, was het merendeel van de circa 1.500 gedode Palestijnen burger. Velen van hen zijn gedood omdat het Israëlische leger geen of niet voldoende onderscheid heeft gemaakt tussen militaire en civiele doelen of bewust civiele doelen heeft bestookt. De Israëlische aanval op Gaza in 2014 eiste meer dan 2.100 Palestijnse levens; 70% was burger, bijna 500 kinderen werden gedood.

"Israeli forces have carried out indiscriminate attacks in densely populated areas and direct attacks on civilian homes, violating international humanitarian law and, predictably, killing and injuring many civilians across the Gaza Strip; some of these attacks may amount to war crimes."

AMNESTY INTERNATIONAL OVER ISRAËLISCHE GEWELD IN GAZA, 2014

 

► LEES MEER OVER DE GAZAOORLOG VAN 2014

 

​Sinds september 2000 heeft Israël meer dan 9.300 Palestijnen gedood, onder wie veel burgers. Door Palestijns geweld kwamen in dezelfde periode meer dan 1.200 Israëli's om het leven.


Aantal slachtoffers Israëlisch-Palestijns conflict, september 2000 t/m juni 2016. Bron: B'Tselem
 

Geen proportionaliteit

Een tweede basisprincipe van het humanitair oorlogsrecht is dat schade die door militaire operaties wordt veroorzaakt in verhouding moet staan tot het militaire voordeel dat ermee wordt behaald (proportionaliteit). Ook dit principe wordt door Israël geschonden: de afgelopen jaren heeft Israël de Palestijnse economie en samenleving voor miljarden euro aan schade toegebracht. Van een verhouding die vanuit internationaalrechtelijk perspectief toelaatbaar zou kunnen zijn, is geen sprake.

Dat Israël het humanitair oorlogsrecht op grote schaal en bij voortduring schendt is extra zorgwekkend omdat Israël als bezettende mogendheid juist verantwoordelijk is voor het welzijn van de Palestijnse burgerbevolking. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit het gegeven dat de Palestijnen door de bezetting vitale overheidstaken niet zelf kunnen vervullen.

 

2. STATUUT VAN ROME

Voorts is het Statuut van Rome van belang. Dat is het verdrag waarop het Internationaal Strafhof gebaseerd is. Het Rode Kruis schrijft ter toelichting:

“De Verenigde Naties overwogen sinds hun ontstaan de oprichting van een permanent internationaal strafhof om ernstige schendingen van internationaal recht, waaronder oorlogsmisdaden, te vervolgen. Na jaren van onderhandelingen werd erin 1998 een Diplomatieke Conferentie gehouden in Rome waar het Statuut inzake het Internationaal Strafhof werd afgerond en aangenomen.
Met de oprichting van het Internationaal Strafhof is een belangrijke stap gezet voor een betere naleving van het humanitair oorlogsrecht en tegen straffeloosheid. Het Hof zal echter pas effectief zijn, wanneer een groot aantal staten het Statuut ook daadwerkelijk heeft geratificeerd.
Het Internationaal Strafhof werd gevestigd in Den Haag en heeft rechtsmacht over vermoedelijke daders van genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en agressie, voor zowel meerderen als militaire bevelhebbers. Het Hof kan haar rechtsmacht uitoefenen als de staat op wiens grondgebied de daad of omissie plaatsvond of de staat waarvan de verdachte onderdaan is, partij is bij het Statuut of de rechtsmacht van het Hof heeft geaccepteerd. Deze criteria zijn van toepassing als de situatie naar het Hof is verwezen door een Staat die partij is of door de Aanklager die uit eigen beweging (proprio motu) een onderzoek opent. Als de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de situatie naar het Hof verwijst, is het niet nodig dat aan deze criteria wordt voldaan. Het Hof heeft geen retroactief effect: het kan geen misdaden berechten die vóór de inwerkingtreding van het Statuut (1 juli 2002)plaatsvonden.
Het Hof is niet in leven geroepen om de rechtsmacht van nationale gerechtshoven over te nemen. Het Hof is bedoeld om alleen haar rechtsmacht uit te oefenen als een staat niet bereid is of niet bij machte is een proces aan te spannen. Staten blijven de primaire plicht houden om vermoedelijke oorlogsmisdadigers te vervolgen voor hun eigen gerechtshoven.” (Bron: website Rode Kruis)

Een belangrijke bepaling uit het Statuut van Rome is artikel 8, lid 2 (b) (viii). Daarin staat onder het kopje “War Crimes” vermeld, als een van de misdrijven:

"The transfer, directly or indirectly, by the Occupying Power of parts of its own civilian population into the territory it occupies, or the deportation or transfer of all or parts of the population of the occupied territory within or outside this territory."

Hieruit vloeit voort dat Israëls nederzettingenbeleid als oorlogsmisdaad kan worden aangemerkt.

► LEES MEER OVER HET STATUUT VAN ROME

 

3. MENSENRECHTEN

Behalve het humanitair oorlogsrecht worden ook de mensenrechten op grote schaal geschonden. De mensenrechten zijn verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Die verklaring is uitgewerkt in twee internationale verdragen: het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.

In 2007 en daaropvolgende jaren waren aan Palestijnse zijde ernstige mensenrechtenschendingen te betreuren die het gevolg waren van intern geweld, d.w.z. de strijd tussen aanhangers van Fatah en Hamas. Gevallen van executie en marteling van opponenten zijn gedocumenteerd. Daarnaast waren en zijn er geweldsacties door militante Palestijnse organisaties die inbreuk maken op mensenrechten van Israëlische burgers.

Iedere mensenrechtenschending is er één teveel. Mensenrechten- schendingen door Palestijnse organisaties moeten bestreden worden, bepleiten ook Palestijnse mensenrechtenorganisaties. Maar opnieuw moet vastgesteld worden dat het vooral Israël is dat zich aan grootschalige, aanhoudende en ernstige schendingen van de mensenrechtenverdragen schuldig maakt.

Veel van de mensenrechtenschendingen die Israël pleegt zijn het gevolg van de bezetting, in het bijzonder de aanwezigheid van de nederzettingen en de bouw van de muur. Israël maakt onder meer inbreuk op het recht op eigendom, het recht op huisvesting, het recht op een adequate levensstandaard, het recht op bewegingsvrijheid, het recht op vrije beschikking over natuurlijke hulpbronnen, het recht op gelijkheid en het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen.

Daarnaast is er binnen Israël sprake van achterstelling van burgers die tot de Palestijns-Arabische minderheid behoren. Zij worden op diverse manieren gediscrimineerd.


 


JAARRAPPORTAGES MENSENRECHTENSCHENDINGEN

 

2014:

   
  Human Rights Watch           Verenigde Naties            Amnesty International                    ACRI

 

Andere jaren:

Internationale mensenrechtenorganisaties:

Human Rights Watch - 2013 - 2012 - 2011 - meer...
VN-organisatie OCHA2013 - 2012 - 2011 - meer....
Amnesty International - 2013 - 2012 - meer...

 

Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties:

The Association of Civil Rights in Israel (ACRI) - 2013 - 2012 - 2011 - meer...
Palestinian Center for Human Rights (PCHR) - 2013 - 2012 - 2011 - meer...
B'tselem 2011 - meer...