In strijd met internationaal recht: Israël verplaatst bedoeïenenfamilies

Nieuws, 28 maart 2017

Dinsdagochtend 28 maart gaf het Israëlisch militair bestuur in de Westelijke Jordaanoever (de “Civil Administration”) tien families uit Ras al-Ahmar in de Jordaanvallei het bevel om te evacueren uit hun eigen huis. De gedwongen evacuatie duurt van woensdag 29 maart 5 uur in de middag tot de volgende dag 5 uur ‘s ochtends.

Palestijns kind bij de ruine van zijn huis in Ras al-Ahmar, 7 februari 2017, foto B'Tselem

De bedoeïenen van a-Ras al-Ahmar in de Jordaanvallei vormen een kleine gemeenschap bestaande uit ongeveer 120 mensen. De evacuatie betekent dat ongeveer 50 Palestijnen, waaronder 20 minderjarigen, gedwongen zijn de nacht door te brengen buiten hun huizen.

Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt in a-Ras al-Ahmar. Volgens B’Tselem, de Israëlische NGO die zich richt op de mensenschendingen in de bezette Palestijnse Gebieden, zijn de Palestijnen in a-Ras al-Ahmar vaker het doelwit geweest van zulke illegale evacuaties.

In 2015 en 2016 zijn er 19 bevelen tot evacuatie geweest, allemaal onder het mom van “militaire training van het Israëlische leger" in het gebied. Volgens B’Tselem en andere mensenrechtenorganisaties gebruikt Israël deze evacuaties om de Palestijnse bevolking te verdrijven uit de Jordaanvallei.

De gedwongen verplaatsing van de bevolking van a-Ras al-Ahmar is in strijd met het internationaal recht. Volgens artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie is het verboden voor een bezetter om de bevolking onder dwang te verplaatsen of te deporteren. Dit verbod is bindend want het wordt beschouwd als internationaal gewoonterecht door het Internationaal Comité van het Rode Kruis. In twee gevallen wordt een uitzondering gemaakt: als de deportatie in het belang van de bevolking is of wanneer er dwingende militaire redenen zijn om de bevolking te verplaatsen.

Vernielde caravan in Ras al-Ahmar, januari 2017, foto B'Tselem

De burgerbevolking, zoals de bedoeïenen van a-Ras al-Ahmar, hoort onder het oorlogsrecht bescherming te genieten. Het is aan de bezettende macht om de veiligheid van de bevolking te garanderen. Dit kan betekenen dat de bevolking tijdens militaire acties moet worden verplaatst wanneer hun veiligheid in het geding komt. Dit gaat echter alleen op wanneer de militaire acties van dwingende aard zijn.

Wanneer er geen dwingende militaire redenen zijn voor evacuatie betreft de gedwongen verplaatsing een schending van het oorlogsrecht. Dat is nu precies het geval. Ook voor de eerdere militaire trainingen waren geen dwingende militaire redenen. De evacuaties, huisvernielingen en andere stappen van de Israëlische autoriteiten tegen de Palestijnen dienen slechts één doel: hen verdrijven uit de Jordaanvallei.