Gerard Jonkman

Gerard Jonkman is directeur van The Rights Forum.

28 May 2026 Lees meer over
Klik hier voor Nederlandse versie

Gerard JonkmanNederland zet een eerste stapje, maar moet nog leren lopen

Het besluit goederen uit illegale nederzettingen te verbieden, is goed, schrijft Gerard Jonkman, directeur van The Rights Forum. Maar het is niet meer dan het minimaal naleven van het internationaal recht.

2HN68CJ Israeli settlement Halamish, near Nabi Salih, West Bank

Het kabinet wil eindelijk de handel in goederen uit illegale Israëlische nederzettingen verbieden. Dat besluit komt niet uit de lucht vallen. Het is het resultaat van jarenlange druk vanuit de Nederlandse samenleving: van mensenrechtenorganisaties, juristen, activisten, kerken, vakbonden, academici en burgers die opeenvolgende kabinetten bleven wijzen op hun verplichtingen onder internationaal recht.

Die verplichtingen bestaan niet sinds gisteren. Nederland had deze maatregel al decennia geleden moeten nemen. Het Internationaal Gerechtshof bevestigde dat nog eens nadrukkelijk in zijn uitspraak van 19 juli 2024: staten mogen geen steun verlenen aan de illegale Israëlische bezetting en nederzettingenpolitiek en moeten actief onderscheid maken tussen Israël binnen de Groene Lijn (de bestandslijn uit 1949, red.) en de illegale nederzettingen in bezet Palestijns gebied.

Te laat en te beperkt

Dat het kabinet nu eindelijk een maatregel aankondigt, is daarom niet meer dan het minimale begin van het naleven van internationaal recht.

Maar tegelijk geldt: het voorstel is veel te laat en veel te beperkt.

Het aangekondigde verbod richt zich uitsluitend op goederen uit nederzettingen. Het omvat vooralsnog níet:

  • diensten van, aan of in nederzettingen;
  • investeringen in nederzettingen;
  • investeringen in bedrijven die actief zijn in nederzettingen;
  • leveringen van goederen en diensten áán nederzettingen;
  • en vermoedelijk ook niet de doorvoer van goederen van en naar nederzettingen.

Daarmee blijft een groot deel van de Nederlandse betrokkenheid bij de Israëlische bezetting van Palestijns gebied intact.

Gemakkelijk te omzeilen

Bedrijven kunnen blijven verdienen aan kolonisering en apartheid. Financiële instellingen kunnen blijven investeren in bedrijven die actief zijn in nederzettingen. Platforms als Booking.com en Airbnb kunnen blijven profiteren van toerisme in illegale kolonies. Pensioenfondsen en banken kunnen economische relaties onderhouden met ondernemingen die bijdragen aan de instandhouding van de bezetting.

Bovendien is de maatregel gemakkelijk te omzeilen.

Goederen uit nederzettingen kunnen eerst naar Israël worden gebracht, daar opnieuw worden verpakt (eventueel vermengd met een minimaal percentage van een vergelijkbaar Israëlisch product) en vervolgens als ‘Israëlisch product’ naar Europa worden geëxporteerd. Dat gebeurt nu al op grote schaal.

Palestijns bezet is níet Israël

Daar komt nog iets fundamentelers bij. Volgens Israëlische wetgeving mogen Israëlische bedrijven die in Israël actief zijn geen onderscheid maken tussen Israël binnen de Groene Lijn en de bezette gebieden. Een Israëlische bank die diensten verleent in Tel Aviv, moet die in de praktijk ook aanbieden aan kolonisten in illegale nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Zelfs ambtenaren van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken erkenden daarom eerder al dat ‘de verwevenheid van nederzettingen met de hele Israëlische economie groot is’ en dat ‘bijna elk Israëlisch bedrijf ergens wel een link heeft met nederzettingen heeft’. Israël maakt zelf geen onderscheid tussen Israël en de nederzettingen. Waarom zouden wij dat dan wel blijven doen?

Internationaal recht

Juist daarom is een beperkt importverbod nauwelijks handhaafbaar. Wie het internationaal recht serieus neemt, ontkomt uiteindelijk niet aan veel verdergaande maatregelen:

  • een verbod op diensten;
  • een verbod op investeringen;
  • een verbod op handel met bedrijven die actief zijn in nederzettingen;
  • en effectieve maatregelen tegen doorvoer en financiële betrokkenheid.

En, gezien de verwevenheid van de Israëlische economie met de nederzettingen- en bezettingseconomie, moet dit niet alleen gelden voor handel met nederzettingen maar voor alle economische relaties met Israël. Alleen dan kan Nederland werkelijk voldoen aan zijn internationale verplichtingen.

Dat het kabinet nu dit eerste, aarzelende stapje zet, laat wel degelijk iets belangrijks zien: maatschappelijke druk werkt. Jarenlang werd gezegd dat maatregelen tegen economische relaties met nederzettingen ‘onrealistisch’ of ‘onhaalbaar’ waren. Nu blijkt dat het wel degelijk kan.

Peuterstapje

Maar dit is geen eindpunt. Het is hooguit een eerste peuterstapje.

En zolang politieke partijen handel, geopolitieke belangen en een zogenoemde ‘onopgeefbare band met Israël’ belangrijker blijven vinden dan internationaal recht en rechtvaardigheid, zal verdere druk vanuit de samenleving noodzakelijk blijven.

De regering heeft eindelijk één voorzichtig stapje gezet. Nu is het aan de samenleving om ervoor te zorgen dat Nederland daadwerkelijk leert lopen.

© 2007 - 2026 The Rights Forum