Jonkman is directeur van The Rights Forum. Van Gool is projectleider Israël-Palestina bij vredesorganisatie PAX.
21 July 2026 Lees meer overNederland en Europa moeten meer doen dan alleen steun betuigen en hun zorgen uitspreken over de Amerikaanse aanval op het Internationaal Strafhof, betogen The Rights Forum directeur Gerard Jonkman en Thomas van Gool.

‘Wij zullen het Internationaal Strafhof ontmantelen, steen voor steen, indien nodig.’ Met die woorden kondigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio deze week openlijk de aanval aan op het in Den Haag gevestigde Hof.
Dat is meer dan retoriek. De Amerikaanse regering spreekt van een campagne om de ‘bedreiging’ die het Strafhof voor de Amerikaanse soevereiniteit vormt, weg te nemen. Andere landen moeten worden aangespoord zich uit het Hof terug te trekken, bondgenoten kunnen onder druk worden gezet en nieuwe sancties tegen rechters, aanklagers en andere medewerkers zijn aangekondigd. Volgens Rubio is dit ‘slechts het begin’.
De Verenigde Staten proberen daarmee niet alleen specifieke onderzoeken te dwarsbomen. Zij vallen een Hof aan dat is opgericht om personen te vervolgen voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden wanneer nationale rechtsstelsels dat niet kunnen of willen doen.
De regering-Trump is daarmee een openlijke oorlog begonnen tegen het internationaal recht: tegen het uitgangspunt dat ook grote mogendheden, hun militairen en hun bondgenoten aan dezelfde regels zijn gebonden als ieder ander. Het Strafhof is daarbij een belangrijk doelwit, juist omdat het internationale misdrijven onderzoekt ongeacht de nationaliteit van verdachten.
De aanleiding voor deze aanval is het onderzoek naar mogelijke Amerikaanse oorlogsmisdaden in Afghanistan en de arrestatiebevelen tegen de Israëlische leiders Benjamin Netanyahu en Yoav Gallant. De Amerikaanse boodschap is dat het internationaal recht alleen mag gelden zolang het geen Amerikaanse militairen of Amerikaanse bondgenoten betreft.
De gevolgen zijn al zichtbaar. De Verenigde Staten hebben rechters en aanklagers van het Hof gesanctioneerd. Ook Palestijnse mensenrechtenorganisaties die misdrijven documenteren, slachtoffers vertegenwoordigen en informatie aan het Hof verstrekken, zijn getroffen. Banken, technologiebedrijven en andere dienstverleners beëindigen hun relaties met deze personen en organisaties uit angst voor Amerikaanse repercussies.
De sancties raken niet alleen degenen wier naam officieel op een lijst staat. Ze treffen ook anderen die met het Hof samenwerken. De boodschap is duidelijk: wie internationale misdrijven onderzoekt of slachtoffers helpt gerechtigheid te zoeken, wordt zelf gestraft.
Voormalig hoofdaanklager Fatou Bensouda vertelde in mei tijdens een bijeenkomst van The Rights Forum wat dat concreet betekent. Nadat de Verenigde Staten haar hadden gesanctioneerd, kon zij niet meer normaal bankieren. Bedreigingen tegen haar en haar gezin werden bij de Nederlandse overheid gemeld, maar haar beveiliging werd niet opgeschaald. ‘Ik had verwacht dat we bij het doen van ons werk zouden worden beschermd, maar ik voelde en zag dat niet’, zei zij.
Nederland mag die fout niet opnieuw maken, zoals The Rights Forum de deze week al schreef. Ons land is niet zomaar een lidstaat van het Strafhof; het is het gastland. Andere Europese landen kijken daarom naar Den Haag. Wanneer zelfs Nederland het op zijn eigen grondgebied gevestigde Hof niet effectief en openlijk beschermt, waarom zouden andere landen dan bereid zijn politieke of economische risico’s te nemen?
Bovendien stelt artikel 90 van de Grondwet dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert. Die grondwettelijke opdracht vereist meer dan verklaringen van steun en uitingen van bezorgdheid.
Een eerste noodzakelijke stap is toepassing van het Europese blocking statute. Daarmee kan de Europese Unie Europese bedrijven verbieden mee te werken aan de uitvoering van Amerikaanse sancties binnen de EU. Banken en andere dienstverleners kunnen dan niet langer zonder gevolgen medewerkers van het Hof of organisaties die ermee samenwerken uitsluiten.
De Tweede Kamer heeft de regering al opgeroepen zich hiervoor in Europa in te zetten. Nederland moet die motie nu gebruiken om een Europese kopgroep te vormen. Daarnaast moeten noodvoorzieningen worden getroffen voor bankverkeer, digitale diensten en andere essentiële ondersteuning van het Hof en zijn partners.
Rubio laat er geen twijfel over bestaan: de Verenigde Staten willen het Strafhof niet alleen onder druk zetten, maar buiten spel zetten. Nederland en Europa kunnen daarom niet lijdzaam blijven toekijken. De Amerikaanse regering verdedigt geen internationaal recht dat voor iedereen in gelijke mate geldt, maar een rechtsorde waarin tegenstanders wél en bondgenoten niet ter verantwoording mogen worden geroepen. Om George Orwell te parafraseren: alle staten zijn gelijk, maar sommige staten zijn gelijker dan andere.
Steunbetuigingen aan het Strafhof en uitingen van bezorgdheid over Rubio’s woorden zijn niet genoeg. Juist nu moet blijken of Nederland en Europa bereid zijn het Hof daadwerkelijk te verdedigen. Ook wanneer daaraan politieke en economische kosten verbonden zijn.