De Britse chirurg Nick Maynard ging na oktober 2023 drie keer naar de Gazastrook om daar zorg te leveren. ‘Zoveel dode kinderen; dat is geen collaterale schade, dat is beleid.’

De eerste keer dat de 64-jarige Britse arts Maynard van het Oxford University Hospital tijdens de genocide naar de Gazastrook ging, was in december 2023. Hij had de jaren daarvoor de Gazastrook al herhaaldelijk bezocht, had er gedoceerd, geopereerd en lezingen gegeven. Maar deze keer was alles anders. ‘Ik arriveerde eind december 2023, via de Egyptische grens kwam ik in de Zuid-Gazaanse stad Rafah’, vertelt hij via zoom. ‘Daarna ben ik doorgereisd naar het Al-Aqsa-ziekenhuis in Deir al-Balah, zo’n beetje halverwege Gaza-stad. Alles was kapot, gebombardeerd en kapotgeschoten.’
‘Het patroon van de verwondingen, de aantallen getroffen kinderen, het moedwillig tegenhouden van hulpgoederen, medicijnen en voedsel, het uithongeren; ik kan niet anders dan het eens zijn met die stelling. In de Gazastrook werden twee jaar lang gemiddeld dertig kinderen per dag gedood, in de oorlog in Oekraïne is dat 0,7, tijdens de oorlog in Irak lag dat aantal op 0,6. Dat is geen collaterale schade, dat is beleid. Wist je dat ouders bij hun kinderen de naam en geboortedatum op het been schreven? Zodat mensen zouden weten hoe hun kind heette en hoe oud het was, in het geval zij zelf dood waren?
‘In de operatiekamer heb ik wonden gezien die het gevolg waren van wapens die worden gebruikt in gevechtssituaties tussen legers. Maar Israël zette die wapens in tegen de Palestijnse burgerbevolking, met verschrikkelijke gevolgen. Ik was aan het opereren, toen er een zoveelste stroom slachtoffers van bombardementen binnenkwam, veel van hen waren in kritieke toestand. Op de grond lag een deken, met een zesjarig jongetje erin, hij heette Alaa. Zijn ouders waren dood. Ik pakte hem op en ontdekte dat hij een groot gat in zijn bovenlijf had, zijn long hing eruit, hij was bijna doodgebloed. Ik heb hem geopereerd, de bloedingen gestelpt, het gat gedicht. Maar hij had ook verschrikkelijke brandwonden, ik weet niet of hij nog leeft.’
Maynard is even stil. ‘Alaa had een zusje, van acht jaar oud, Aya. Haar been was dermate gebroken dat de bloedtoevoer werd afgeknepen. De arts heeft het gezet, zonder pijnbestrijding, want die was er niet meer. Haar gillen, ik hoor het nog steeds. En er was Habiba van elf jaar, ik heb haar geopereerd aan haar slokdarm, maar er was geen vloeibaar voedsel meer, ze is de hongerdood gestorven. En Zainab van zeven maanden, er was geen babyvoedsel meer, ook zij is van de honger doodgegaan. Ik kan doorgaan en doorgaan, ik heb zo veel gewonde en dode kinderen gezien.’
‘De situatie was elke keer erger. Begin 2024 viel me al op dat kinderen ondervoed begonnen te raken, maar vorig jaar heeft Israël de Palestijnen in de Gazastrook echt uitgehongerd.
Het heeft elf weken lang de grens hermetisch gesloten, met talloze doodgehongerde kinderen tot gevolg. Op de grens namen de Israëlische militairen het melkpoeder voor baby’s dat Amerikaanse artsen in hun koffer hadden in beslag. Ik heb veel uitgehongerde kinderen geopereerd, maar hun lichamen waren te ernstig aangetast door voedselgebrek, ze hebben het niet gered. De kinderen die het wel hebben overleefd, hebben door ernstige ondervoeding hersenschade opgelopen.’
‘En dan waren er de voedseluitdelingen door de Gaza Humanitarian Foundation, vorig jaar. Daar zijn talloze tienerjongens neergeschoten, al hun families verklaarden dat Israëlische militairen gericht op hen hadden geschoten. Ik heb met de andere artsen de wonden van de jongens vergeleken. De ene dag hadden ze schoten in hoofd en nek, de andere dag in hun buik, weer een andere dag in hun testikels. Alsof de Israëlische soldaten schietoefeningen op de kinderen hadden gedaan. Op een gegeven moment kwam er een kleine, twaalfjarige jongen binnen, ook hij was daar neergeschoten, hij is op de behandeltafel doodgebloed.’
‘Ik heb de afgelopen jaren vaak met Britse politici gesproken, hen verteld wat ik in de Gazastrook heb gezien, daar heb meegemaakt. Ze hebben zich er niets van aangetrokken. De enige hoop die ik heb is dat politici de druk gaan voelen van de groeiende groep Britten die willen dat het beleid verandert. Dat hoop ik echt.’
Dat kan ook worden gezegd over Nederland, waar alleen stevige maatschappelijke druk politici mondjesmaat lijkt te kunnen bewegen het beleid ten aan zien van de genocide in Gaza te veranderen.