Een Tweede Kamermotie voor het erkennen van de Palestijnse staat heeft het niet gehaald. De beoogde coalitiepartners stemden tegen, wat vooral over D66 vragen oproept.

De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie van Stephan van Baarle van DENK voor erkenning van de Palestijnse staat verworpen. De drie beoogde regeringspartijen – D66, VVD en CDA – stemden alle tegen.
Met name de tegenstem van D66 is opvallend. In het programma voor de parlementsverkiezingen van oktober schreef de partij: ‘Nederland moet nu de Palestijnse staat erkennen en het Palestijnse recht op zelfbeschikking bevestigen’.
In september vorig jaar diende D66 nog een motie in om de mogelijkheid te verkennen om samen met België de Palestijnse staat te erkennen.
Dat het CDA tegen erkenning van de Palestijnse staat stemde is minder verrassend. De partij is altijd terughoudend geweest met het erkennen van Palestina en heeft aangegeven daar nú sowieso niet aan te willen. Door de jaren heen leverde de partij talloze malen de beslissende stem die rechtvaardigheid voor de Palestijnen voorkwam.
De verworpen motie van DENK was nog voorzichtig geformuleerd. In de tekst wordt de ‘wens’ uitgesproken om tijdens de komende kabinetsperiode de Palestijnse staat te erkennen. Wél voor stemden Groenlinks-PvdA, FvD, Volt, Partij voor de Dieren, DENK en SP – samen goed voor 37 zetels. Met D66 (26 zetels) en het CDA (18) had de motie een ruime meerderheid behaald.
De VVD was altijd al fel gekant tegen erkenning van de Palestijnse staat, dus D66 lijkt met name te zijn gedraaid omwille van deze beoogde coalitiepartner. Ook op andere aan Palestina gerelateerde onderwerpen laat D66 zich nu van een andere kant zien dan hoe de partij zich vóór de verkiezingen presenteerde.
Zo benoemt het coalitieakkoord de Israëlische genocide niet, komen er geen sancties tegen Israël, evenmin als een algeheel wapenembargo of een verbod op handel met bedrijven die bijdragen aan genocide en bezetting. Terwijl dit toch eisen waren van de Rode Lijn-demonstraties, waar D66-leider Rob Jetten nog trots in meeliep.
‘Doe alles wat in je macht ligt om Israël te stoppen met het uithongeren en doden van onschuldige Palestijnen’, schreef Jetten destijds op LinkedIn. Nu is zelfs een stem voor erkenning van de Palestijnse staat een brug te ver.
Een motie van Van Baarle om de gehele regering van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu persona non-grata te verklaren kreeg vorige week wel steun van onder meer D66 en CDA. Beoogd coalitiepartner VVD stemde tegen, waardoor ook deze motie het niet haalde.
Een motie die het wél haalde riep de regering op om Israël te veroordelen voor de sloop van het hoofdkantoor van de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) in Oost-Jeruzalem, die eind januari plaatsvond.
Demissionair minister David van Weel bleef muisstil over deze sloop van een officieel VN-gebouw, waarmee hij impliciet het signaal afgaf dat de warme band met Israël hem meer waard is dan het verdedigen van de internationale rechtsorde en haar instituties.
Zelfs een veroordeling van de sloop door elf westerse landen – waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Canada – werd door Nederland niet medeondertekend.
Israël voert al jaren een agressief beleid om UNRWA te ontmantelen, omdat UNRWA staat voor het recht op terugkeer van alle uit historisch Palestina verdreven Palestijnen. Israël wil onder geen bedwing dat Palestijnen ooit nog kunnen terugkeren naar hun woonplaatsen in wat nu Israël is.
Eerder deze maand zette de Tweede Kamer nog een grote stap door in te stemmen met het afbouwen van de afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie. D66 en CDA stemden voor de motie, de VVD stemde tegen.
Ook werd een door D66 ingediende motie aangenomen om ‘daadkrachtige diplomatieke actie’ te ondernemen tegen Israël om Nederlandse hulporganisaties toe te laten tot Gaza. De motie liet in het midden wat voor actie dit precies zou moeten zijn, en sprak niet over sancties.