Situatie Palestijnen in Egypte uitzichtloos: ‘Ik wil terug naar Gaza’

Zo’n honderdduizend Palestijnen vluchtten tijdens de genocide uit de Gazastrook naar Egypte. Hun situatie daar, zonder legale status, biedt geen enkel perspectief en drijft tot wanhoop.

Sinds het aanvangen van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran begin maart heeft Israël de Rafahgrens tussen Gaza en Egypte opnieuw gesloten. © UPI via Alamy

Mahmoud kijkt schichtig om zich heen in het straatcafé in Cairo. ‘Palestijnen worden in de gaten gehouden’, zegt hij. De situatie van Palestijnen in Egypte is een politiek gevoelig onderwerp: discretie is een vereiste. Mahmoud is niet zijn echte naam, zoals nagenoeg alle Palestijnen in Egypte wil hij alleen op basis van anonimiteit spreken.

Hij is een van de naar schatting honderddertigduizend Palestijnen uit de Gazastrook die nu in Egypte verblijven. Officiële cijfers ontbreken, medewerkers van hulporganisaties en Palestijnen zeggen dat rond de honderdduizend mensen tijdens de genocide naar Egypte zijn gevlucht. De rest verbleef al vóór 7 oktober 2023 in Egypte, voor studie, werk of medische behandeling. 

Grensovergang gebombardeerd

Mahmoud, een man van eind dertig, vertrok op 8 oktober 2023 met zijn gezin uit de Gazastrook naar Egypte. Het was toeval: hij had al vóór de Hamasaanval toestemming gekregen te vertrekken, hij wilde naar Egypte om zijn zoontje daar te laten behandelen aan gehoorproblemen.

Een dag na zijn vertrek bombardeerde Israël de Rafahgrenspost tussen de Gazastrook en Egypte, daarna werd die herhaaldelijk opnieuw getroffen. De grensovergang raakte beschadigd, het in- en uitreizen werd steeds moeilijker. ‘Het was goed dat we de Gazastrook hadden verlaten, de bombardementen zouden het gehoor van mijn zoon verder hebben verslechterd’, aldus Mahmoud.

In de eerste maanden na 7 oktober 2023 was het voor bepaalde groepen nog mogelijk via Rafah naar Egypte te vluchten. Mensen met een buitenlands paspoort konden zich op evacuatielijsten laten plaatsen en er waren medische evacuaties. Daarnaast konden Palestijnen een fors bedrag per persoon betalen aan een aan de Egyptische overheid gelieerd bedrijf om te mogen uitreizen: meer dan vierduizend euro per volwassene en ruim tweeduizend euro per kind.

Thuis bestaat niet meer

In mei 2024 nam Israël de stad Rafah in en ging de overgang weer dicht. Daarvóór was het ook de ouders van Mahmoud gelukt naar Cairo te komen. Ze trokken bij Mahmoud, zijn vrouw en twee kinderen in een appartement in een arme volkswijk van Cairo. De rest van de familie zit nog in de Gazastrook.

Mahmoud praat er niet graag over. Zijn huis in het vluchtelingenkamp Jabalia bestaat niet meer; Israël heeft vrijwel de hele wijk met de grond gelijkgemaakt. Zijn familie leeft nu – na talrijke keren te hebben moeten vluchten – in tenten in Deir al-Balah, in het centrale deel van de kuststrook.

Mahmoud heeft meerdere broers en zussen, maar ontwijkt vragen over hen. ‘God zij geprezen’, zegt hij keer op keer, terwijl hij zijn blik afwendt. Het is een uitspraak die dankbaarheid kan uitdrukken, maar ook acceptatie kan aangeven van het lot dat God iemand heeft toebedeeld. ‘We hadden het goed in Gaza’, zegt hij. Hij werkte in het autobedrijf van zijn vader. Het bedrijf bestaat niet meer: ook verwoest. ‘God zij geprezen.’

Geen papieren, geen werk, geen school

Mahmoud wil maar één ding: terug naar de Gazastrook, om daar te worden herenigd met zijn nog levende familieleden.  Ook al betekent dat wonen in een tent. ‘Ik ben moe’, zegt hij. ‘Hier is niets voor mij. Daar ook niet, maar dan zijn we tenminste thuis.’

Voor vrijwel alle Palestijnen is de situatie in Egypte uitzichtloos. Ze krijgen geen verblijfsvergunning, waardoor ze niet legaal kunnen werken of een visum kunnen aanvragen om verder te reizen naar een plek waar ze wél een asielaanvraag kunnen doen of een werkvergunning kunnen krijgen. Ze hebben geen toegang tot de Egyptische gezondheidszorg of het onderwijssysteem.

Palestijnen die over wat geld beschikken, kunnen hun kinderen naar een dure privéschool sturen, maar ook zo’n school kan de kinderen na hun eindexamen geen officieel certificaat geven. De kinderen van armere Palestijnen kunnen online-lessen volgen, georganiseerd door de Palestijnse Autoriteit in Ramallah. Er melden zich vaak tot tachtig leerlingen aan voor een les, veel kinderen loggen alleen in om een presentievinkje te krijgen en spelen tijdens de les op de smartphone. Palestijnse studenten kunnen wel toegelaten worden tot een universiteit in Egypte. 

Geen VN-hulporganisatie

Ook binnen het VN-systeem worden de naar Egypte gevluchte Palestijnen aan hun lot overgelaten. Vluchtelingen als Soedanezen en Syriërs kunnen in Egypte aankloppen bij VN-organisatie UNHCR voor steun en hervestigingsprogramma’s. Palestijnen kunnen niet bij UNHCR terecht; zij moeten zich op de UNRWA verlaten, maar die organisatie is in Egypte niet aanwezig.

Tijdens de Nakba, de grootschalige verdrijving door Israël van de oorspronkelijke bevolking uit historisch Palestina in 1947 en 1948, vluchtten honderdduizenden Palestijnen naar Libanon, Syrië, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Een zeer beperkt aantal Palestijnen zocht zijn heil in Egypte, met als gevolg dat de VN-hulporganisatie in dat land niet werd opgezet.

Veel Palestijnen in het zuiden van historisch Palestina vluchtten naar de Gazastrook, wat de vele vluchtelingenkampen en hoge bevolkingsdichtheid in dat gebied verklaart. De grootouders van Mahmoud kwamen uit het dorpje Huj, nabij de huidige Israëlische stad Sderot, dat in 1948 werd ontvolkt en met de grond gelijk werd gemaakt. Ze kwamen vervolgens in het Jabaliakamp terecht, dat in het begin ook uit tenten bestond, zoals hun klein- en achterkleinkinderen nu in tenten in Deir al-Balah verblijven.

Palestijnen zoals Mahmoud overleven in Egypte dankzij spaargeld, dankzij lokale hulpinitiatieven die contant geld of voedsel uitdelen, go-fund-mepagina’s, baantjes in de informele economie of met geld dat familieleden buiten Egypte, zoals de Golf of Europa, hen toesturen. Of, wat volgens betrokkenen ook gebeurt, met geld dat familieleden in de Gazastrook hen toesturen.  

Speelballen van de politiek

Egypte geeft de Palestijnen geen verblijfs- en werkvergunning, vanuit de redenering dat dit Israël in de kaart speelt: het zou de noodzaak voor Palestijnse vluchtelingen om terug te keren naar hun land wegnemen en daarmee Israël de kans geven hen dit – door de VN erkende – recht op terugkeer te ontzeggen. Het zou de hervestiging van de vluchtelingen buiten Palestina formaliseren en daarmee de oprichting van een eigen staat voor Palestijnen ondermijnen.

Het zou bovendien een precedent scheppen voor Israël om nóg meer Palestijnen de grens over te jagen, vreest Egypte. Dat is, gezien de openlijke oproepen van Israëlische politici om Palestijnen uit de Gazastrook te drijven, geen ongegronde vrees.

Tegelijkertijd zijn de Palestijnen in Cairo de dupe van het Egyptische beleid. ‘Arabische landen hebben de Palestijnen wel ergere dingen aangedaan’, merkt Majdal, een Palestijnse vrouw in Cairo cynisch op: de meeste Arabische staten hebben niets ondernomen om de Israëlische genocide in de Gazastrook te doen stoppen. Bovendien onderdrukt het Egyptische regime al jaren Palestijns activisme in haar land. Zo werden deelnemers van de solidariteitsmars richting Gaza vorig jaar juni gearresteerd en uitgezet.

Verlies van perspectief en controle

Majdal verkeert in een betere situatie dan Mahmoud. Toen Israël met zijn geweldscampagne tegen de Gazastrook begon, zat ze met haar toen vierjarige dochter in Canada, waar ze een permanente verblijfsvergunning had gekregen. Haar man zat nog wel in de Gazastrook, hij had slechts Palestijnse papieren. ‘Ik werd gek in Canada’, zegt Majdal. ‘Elke dag zag ik op televisie wat er in de Gazastrook gebeurde, elke keer als mijn familieleden belde, wist ik niet of ze nog leefden.’

Toen duidelijk werd dat Canada haar man niet op een evacuatielijst wilde plaatsen, vloog Majdal met haar dochter naar Cairo. Daar betaalde ze een Egyptisch bedrijfje ruim vierduizend euro [5000 Amerikaanse dollar] om haar man uit de Gazastrook te krijgen. Dat lukte in april 2024, vlak voordat Israël de grens sloot. ‘We hadden geluk’, zegt ze.

Sindsdien zijn ze vier keer verhuisd, vertelt Majdal. ‘Huisbazen kunnen naar believen de huur drastisch verhogen.’  Ze wonen nu in een gegoede buitenwijk van Cairo. Nadat ze opnieuw zwanger was geworden, vloog Majdal met haar oudste dochter naar Canada om te bevallen, opdat haar tweede kind de Canadese nationaliteit zou krijgen. Terug in Egypte probeert haar gezin nu een leven op te bouwen. In de Gazastrook werkte Majdal als vertaler en was zij zakenvrouw, door haar brede internationale netwerk kan ze daardoor ondanks het gebrek aan papieren af en toe een klus doen.

In een toestand van trauma en schok

‘Tot voor kort wilde ik ook terug naar Gaza. We missen thuis’, zegt Majdal. Maar in het door Israël verwoeste gebied ligt geen toekomst voor haar kinderen. Ze begrijpt de situatie van Mahmoud. ‘Hij zit hier vast en ziet geen uitweg uit zijn situatie. Ook is hij nog in shock door de genocide’, legt ze uit. ‘Wij, Palestijnen, kunnen geen plannen voor onze toekomst maken.’

Volgens Majdal hebben vooral mannen het mentaal zwaar in Cairo. Ze zijn opgegroeid met het idee dat ze voor hun gezin moeten zorgen, maar omdat ze in Egypte niet mogen werken, lukt hen dat niet. ‘Ze raken depressief en sluiten zichzelf thuis op’, zegt Majdal. Ze hebben bovendien meer moeite met hun trauma’s om te gaan. ‘Van vrouwen is het meer geaccepteerd dat zij hun emoties de vrije loop laten’, zegt ze. Majdal heeft gedurende het eerste jaar in Cairo veel geluisterd naar de genocideverhalen van haar man en van andere familieleden die de Gazastrook hadden weten te ontvluchten.

Terug naar de Gazastrook

Toen afgelopen februari de Rafah-grens weer beperkt open ging voor personenverkeer, gaven tienduizenden Palestijnen hun ambassade in Cairo te kennen dat ze naar de Gazastrook wilden terugkeren.

Het gebrek aan perspectief in Egypte is de drijfveer van die wens. Ook zijn veel families van elkaar gescheiden geraakt; ze konden het geld niet bijeen krijgen om met alle gezinsleden naar Egypte te vluchten. Zo ging bijvoorbeeld een moeder met een of twee kinderen de grens over, terwijl de vader met overige kinderen achterbleef in de Gazastrook. Dat Palestijnse vrouwen in het patriarchale Egypte zonder mannelijke gezinsleden verblijven, maakt hen extra kwetsbaar.

Sinds februari zijn enkele honderden Palestijnen uit Egypte naar de Gazastrook teruggekeerd. Sinds het aanvangen van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran begin maart heeft Israël de Rafahgrens opnieuw gesloten.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy