Gerard Jonkman is directeur van The Rights Forum.
17 april 2026 Lees meer overOndanks de overvloed aan informatie blijft de Tweede Kamer grossieren in hypocrisie en vrijblijvende moties. De VVD spant de kroon. Volgens VVD’er Nicole Maes mag Israël het internationaal recht schenden omdat het een ‘bondgenoot’ is.

Donderdag vond in de Tweede Kamer weer een debat plaats over de situatie in het Midden-Oosten. En opnieuw zagen we het: de Tweede Kamer weet precies wat er gebeurt, erkent in toenemende mate dat het internationaal recht structureel wordt geschonden, maar weigert daar consequenties aan te verbinden.
Er is geen gebrek aan informatie. Er is sprake van een politieke keuze om geen actie te ondernemen tegen schendingen van het internationaal recht. Althans, als die worden begaan door bondgenoten. Dat werd geïllustreerd in de bijdrage van Nicole Maes (VVD) – een dieptepunt in het debat. En de zoveelste ontmaskering van de VVD als partij die zegt te staan voor het recht en de rechtsstaat.
Maes koos voor het openlijk benoemen van de dubbele standaarden die de VVD hanteert. Zij stelde dat haar partij ‘geen behoefte heeft om een bondgenoot te veroordelen’. Daarmee zegt zij niet alleen dat er geen maatregelen volgen, maar dat schendingen van het internationaal recht – inclusief genocide, apartheid, marteling van kinderen en volwassenen, detentie zonder aanklacht of proces, buitengerechtelijke executies en de doodstraf voor het onderdrukte deel van de bevolking – niet eens meer veroordeeld hoeven te worden zolang zij door een bondgenoot worden gepleegd. Een bondgenoot mag zich schuldig maken aan misdaden tegen de menselijkheid, een niet-bondgenoot niet.
Dat is het loslaten van het internationaal recht als leidend principe. Internationaal recht dat afhankelijk wordt van de identiteit van de dader, is geen recht meer. Het wordt het recht van de sterkste. Pure machtspolitiek.
Als Nederland accepteert dat oorlogsmisdrijven door tegenstanders worden veroordeeld, maar diezelfde misdaden door bondgenoten worden genegeerd, ondergraaft het niet alleen zijn geloofwaardigheid, maar ook de kern van de internationale rechtsorde waarop het zich zegt te baseren. Hoe kun je Rusland aanspreken op schendingen van het recht als je tegelijkertijd weigert diezelfde maatstaf toe te passen op Israël? Hoe kun je spreken over een ‘op regels gebaseerde internationale orde’ als die regels in de praktijk selectief worden toegepast?
Dat is het einde van de rechtsorde en het begin van straffeloosheid.
Wat tegelijkertijd opviel, is dat de feiten steeds minder ter discussie staan. De uitbreiding van illegale nederzettingen, het structurele geweld van kolonisten, de steeds verdergaande escalatie op de Westelijke Jordaanoever (waar sinds 7 oktober 2023 meer dan 1.100 Palestijnen zijn gedood door geweld van militairen en kolonisten) worden steeds vaker erkend voor wat zij zijn – ook door partijen die voorheen terughoudend waren. Ze kunnen er niet langer omheen. Maar aan die erkenning van de feiten moeten ook consequenties gekoppeld worden.
In het debat was ook de bijdrage van Laurens Dassen relevant. Hij benoemde heel specifiek de rol van bedrijven. En dan met name ook die van Booking.com. Hoe kan het dat een Nederlands bedrijf als Booking.com structureel profiteert van illegale nederzettingen, en daar via fiscale constructies zelfs kolossale belastingvoordelen voor geniet, terwijl diezelfde nederzettingen door de Nederlandse overheid als illegaal worden bestempeld?
Hier wordt zichtbaar wat het daadwerkelijke probleem is: Nederland veroordeelt de bezetting in woorden, maar faciliteert haar in de praktijk. Via bedrijven, via handelsrelaties, via het ontbreken van handhaving en via het uitblijven van politieke keuzes.
Ook de stemmingen na afloop van het debat bevestigen dit beeld.
Er is onmiskenbaar sprake van een verschuiving. Steeds vaker worden moties aangenomen die verwijzen naar het internationaal recht en die de regering oproepen om daar ook naar te handelen. Maar die moties blijven in de praktijk steken in formuleringen als ‘zich inspannen voor’ en ‘pleiten voor’.
De stap naar daadwerkelijke consequenties – zoals sancties, opschorting van verdragen, concrete maatregelen – wordt nog steeds niet gezet. Dat komt omdat partijen als het CDA die stap nog niet durven zetten.
De VVD ging zelfs nog een stap verder. Zelfs een uiterst minimale en juridisch voor de hand liggende stap – het pleiten voor naleving van artikel 2 van het EU-Israël Associatieverdrag, zijnde de mensenrechtenclausule, en daarmee het opschorten van het handelsdeel van het verdrag – werd door de VVD verworpen. Met andere woorden: zelfs het pleiten voor minimale naleving van het internationaal recht gaat deze partij te ver.
De kern van het probleem werd daarmee nog meer eens bevestigd. Er is geen gebrek aan kennis, geen gebrek aan analyse, maar een gebrek aan politieke wil.
We ‘pleiten’ en we uiten onze ‘diepe bezorgdheid’. Maar we handelen niet.
En zo wordt ‘internationaal recht’ een loos begrip dat wordt ingezet wanneer het politiek uitkomt, maar wordt losgelaten zodra het consequenties zou moeten hebben voor bondgenoten.