De Palestijns-Israëlische Sami Abu Shehadeh, leider van de politieke Baladpartij, trok zich onlangs terug toen bleek dat het Israëlische Hooggerechtshof hem zou uitsluiten van de Israëlische verkiezingen aanstaande dinsdag. The Rights Forum stelde hem enkele vragen.

We moeten de bijl oppakken en hun hoofden afhakken.
Het was een vergissing dat [Israëls eerste premier] Ben-Gurion de klus in 1948 niet afmaakte en jullie niet eruit gooide.
Ze zijn het leven niet waard, het zijn niet eens mensen.
Het zijn slechts drie van de talloze racistische uitspraken over Palestijnen door Israëlische politici. ‘Het politieke systeem in Israël is gebaseerd op Joodse suprematie, en discrimineert de inheemse Palestijnen’, zegt Sami Abu Shehadeh, leider van de Palestijns-Israëlische Baladpartij. Die werd na de Israëlisch-Palestijnse Oslo-akkoorden uit 1993 opgericht en pleit voor een staat die al zijn burgers gelijk behandelt, in plaats van een staat die primair een Joods nationaal karakter heeft en zijn Joodse burgers voortrekt op de niet-Joodse minderheden.
Op 8 oktober 2023 schreef Abu Shehadeh op zijn Facebookpagina dat de aanval van Hamas op Zuid-Israël een dag eerder ‘een historische gebeurtenis [was] van aanzienlijk militair, politiek en strategisch belang’, dat ‘de Israëlische inlichtingendiensten konden worden tegengewerkt als mensen zich goed organiseerden’, en dat ‘als het belegerde Gaza daarin was geslaagd, anderen dat ook konden bereiken’.
Drie jaar later kost dit hem zijn verkiesbaarheid voor de Israëlische parlementsverkiezingen aanstaande dinsdag. Minister van Veiligheid Itamar Ben-Gvir – wereldwijd bekend om zijn genocidale en racistische uitspraken – eiste dat Abu Shehadeh werd uitgesloten. Ben-Gvir beriep zich op artikel 7A van de Israëlische basiswetten (Israël heeft geen grondwet). Dat stelt dat Israëliërs die zich schuldig maken aan ontkenning van Israël als Joodse en democratische staat, aanzetten tot racisme, of steun geven aan gewapende strijd tegen Israël door een vijandige staat of terroristische organisatie, niet aan de verkiezingen mogen deelnemen.
Sinds 2003 hebben Joods-Israëlische politici bij alle elf de Israëlische verkiezingsrondes expliciete, officiële oproepen gedaan de Palestijns-Israëlische politieke partijen uit te sluiten. De Israëlische Centrale Kiescommissie ging daar tien keer mee akkoord, waarna het Israëlische Hooggerechtshof de uitsluiting vernietigde en de partijen alsnog konden deelnemen. Zo ging het ook dit keer, maar het Israëlische Hooggerechtshof maakte duidelijk dat het Ben Gvir’s eis om Abu Shehadeh uit te sluiten, wél zou inwilligen. Daarop trok hij zich terug.
Abu Shehadeh: ‘Ja, maar daaraan heeft de Centrale Kiescommissie voorspelbaar geen gehoor gegeven. Israël als democratische staat is een oxymoron. Een Joodse etnostaat [een staat waarin de macht in handen is van één bepaalde etnische groep] en democratische waarden als vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid voor álle Israëlische burgers, inclusief die van niet-Joden, kunnen simpelweg niet samengaan. De al bijna zestig jaar durende Israëlische bezetting van de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever nog daargelaten. De bezette Palestijnen hebben überhaupt geen inbreng.’
‘In een bezettingsmacht maakt het juridische apparaat deel uit van het systeem, ook in Israël. Het Hof legitimeert alle misdrijven die de bezettingsmacht begaat, het legitimeert de Israëlische bezetting, dat de Palestijnen in de Gazastrook worden uitgehongerd, de genocide.
‘In Israël bestaat juridisch onderscheid tussen Joden en niet-Joden: er is een juridisch systeem voor de Palestijns-Israëlische minderheid, en een systeem voor de Joodse meerderheid. Het eerste is zeer beperkt, het garandeert geen enkel basisrecht, inclusief het recht mee te doen aan de verkiezingen. Het andere systeem staat de Joodse Israëli’s toe praktisch alles te doen wat ze willen, inclusief het begaan van een genocide.’
‘Ja, in Israël is racisme gelegaliseerd, kijk maar naar Ben-Gvir die de meest verschrikkelijke uitspraken doet en zich zonder probleem verkiesbaar kan stellen. De Joods-Israëlische meerderheid heeft een op racistische gronden gebaseerde staat en maatschappij gerealiseerd en ontkent zijn eigen racisme. De Joodse Israëli’s zijn zich er niet bewust van, ze zien het niet.
‘Helaas blijven grote delen van de democratische westerse wereld de Joodse Israëli’s nog altijd beschouwen als slachtoffers van antisemitisme en helpt ons op geen enkele manier een democratische oplossing te vinden voor de problemen in Israël. Joden waren heel lang slachtoffer van antisemitisme, het bestaat nog steeds, maar dat geeft hen geen recht ons, Palestijnen, te discrimineren.’
‘Wij willen duidelijk maken dat een Joodse staat en democratie niet samengaan; het democratische aspect betreft alleen de Joodse meerderheid van Israël. Democratie kan niet bestaan zonder gelijkheid voor álle burgers, en een Joodse staat, gebaseerd op Joodse suprematie, houdt in dat er geen gelijkheid bestaat. Wij willen een ander systeem introduceren, gebaseerd op de waarden van vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid voor iedereen, ongeacht zijn etniciteit, geslacht of geloof. Voor de Palestijnen en de Israëli’s.’
‘We moeten het blijven proberen. Israël beschouwt de Palestijns-Israëlische partijen als buiten het systeem staand, en betwist onze legitimiteit voortdurend. Het politieke discours ten aanzien van onze deelname aan de coalitie is ronduit racistisch, van zowel de regering als de oppositie. Het gaat Joods-Israëlische Knessetleden niet om onze politieke agenda, daar hebben ze het nooit over. Nee, ze diskwalificeren ons omdat wij Palestijnen zijn, vanuit hun oogpunt zijn wij het verkeerde ras.
‘Je ziet het ook in de dagelijkse discriminerende en racistische behandeling van de Palestijnse Israëli’s. Kijk naar de verschillen in levensstandaard tussen Palestijnse en Joodse Israëli’s, naar de infrastructuur, gezondheidszorg, transportmogelijkheden en woningbouw. Er is nog nooit een Palestijns-Israëlische president van een universiteit geweest, van de zeshonderd Israëlische ministers tot nu toe waren er maar drie Palestijns-Israëlisch en ze zaten op onbelangrijke posten. De trein stopt in geen enkele Palestijns-Israëlische stad. In geen enkele Palestijns-Israëlische stad heeft Israël ooit en ziekenhuis gebouwd.
‘Israël is een apartheidssamenleving, Joodse en Palestijnse Israëli’s leven gescheiden van elkaar. Onze dorpen en steden zijn gepland op racistische segregatie, in geen enkel aspect van de besluitvorming zijn Palestijnse Israëli’s vertegenwoordigd en de Joodse Israëli’s krijgen op alle vlakken het voordeel. Wij willen een toekomst voor ons allemaal, gebaseerd op rechtvaardigheid en gelijkheid.’
‘Ja, maar ik zie het democratisch proces toch de enige manier om zaken te veranderen. Helaas stelt Israël ons vooralsnog de keuze: apartheid of genocide.’