EO-documentaire over UNRWA is beschamende propaganda

De documentaire ‘UNRWA Ontrafeld’ is een aaneenschakeling van halve waarheden en hele leugens over de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen. In deze analyse corrigeert The Rights Forum het valse beeld.

‘Ana aheb madrasti, ik houd van mijn school’, staat er op de muts van dit meisje. Palestijnse kinderen gaan voor het eerst weer terug naar de UNRWA-school in vluchtelingenkamp Nuseirat, midden in de Gazastrook. Sinds de Israëlische genocide eind 2023 begon, is daar grootschalige verwoesting aangericht, waarbij zo’n 90 procent van alle gebouwen kapot is gebombardeerd, inclusief scholen en universiteiten. © Ramzi Abu Amer/JNA Press via Nexpher Images

Waarom? Dat is de vraag die de kijker zich stelt na het zien van UNRWA Ontrafeld. Wat bewoog de EO om deze documentaire van de Israëlische regisseur en filmmaker Duki Dror uit te zenden, nota bene in de programmareeks De Joodse wereld? Volgens de Joodse redactie van de EO helpt de documentaire, die eerder al in december 2025 werd uitgezonden en onlangs werd herhaald, ‘om beter geïnformeerd naar het Israëlisch-Palestijnse conflict te kijken’. Het tegendeel is het geval.

Vóór alles is UNRWA Ontrafeld een propagandaverhaal. In plaats van een betrouwbaar beeld van de VN-organisatie te schetsen, wordt die aan de hand van halve waarheden en hele leugens verdacht gemaakt. Een handvol notoire UNRWA-haters krijgt alle ruimte om de veelvuldig weerlegde kritiek op de organisatie te herhalen. Hoewel enkele (voormalige) UNRWA-medewerkers voor enig tegenwicht zorgen, is de overheersende boodschap dat UNRWA een kwaadaardige organisatie is die alles in het werk stelt om een eind te maken aan het bestaan van Israël. Die boodschap wordt ondersteund door een bij vlagen uiterst tendentieuze beeldselectie.

De documentaire dient de agenda van Israël. Dat probeert UNRWA al decennia met uit de lucht gegrepen beschuldigingen in diskrediet te brengen en de nek om te draaien, en zodoende de miljoenen Palestijnse vluchtelingen die op steun van de VN zijn aangewezen nog dieper in de ellende te duwen. Met het herhaald uitzenden van dit wanproduct levert de EO daar een bijdrage aan.

In deze uitgebreide analyse weerlegt en corrigeert The Rights Forum de propaganda die de EO met de documentaire presenteert.

UNRWA: oprichting en doel

Voor een goed begrip van de documentaire is een korte introductie van de vluchtelingenorganisatie noodzakelijk. De oprichting van UNRWA (UN Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) is het gevolg van de Nakba (‘Catastrofe’), de verdrijving van 750.000 Palestijnen door Joodse milities en het Israëlische leger in de periode van november 1947 tot voorjaar 1949. Ruim 390.000 van hen werden al verjaagd vóór de stichting van de staat Israël op 14 mei 1948, de dag voordat legers uit Arabische landen de Palestijnen te hulp schoten.

Veel vluchtelingen verwachtten dat zij binnen enkele dagen of weken naar hun woningen zouden kunnen terugkeren, maar die hoop bleek ijdel. Wie probeerde terug te keren, werd door Israëlische militairen tegengehouden of erger: zo’n 5.000 terugkeerders werden doodgeschoten. Het merendeel van de vluchtelingen belandde in opvangkampen in de regio, onder de hoede van de in 1949 opgerichte UNRWA.

UNRWA had aanvankelijk een kortlopend mandaat, want ook de VN meende dat er snel een politieke oplossing voor de kwestie-Palestina zou komen, waarna de vluchtelingen zouden kunnen terugkeren, als ze dat wilden. Het tegendeel gebeurde, en het werk van UNRWA werd nóg gecompliceerder toen Israël in 1967 Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezette, en nog eens circa 350.000 Palestijnen verjoeg, van wie pakweg de helft ook in 1947-1949 al was verdreven.

Inmiddels zijn bij UNRWA 5,9 miljoen Palestijnse vluchtelingen geregistreerd – oorspronkelijke vluchtelingen en hun nazaten in mannelijke lijn. UNRWA voorziet hen van hulp op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, sociale dienstverlening, microfinanciering, noodhulp, bescherming en infrastructureel werk in de Gazastrook, Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en Syrië.

Absurde beschuldigingen

Na de bezetting van de Palestijnse gebieden in 1967 was Israël aanvankelijk ingenomen met het werk van UNRWA. Door voor huisvesting en andere faciliteiten voor de vluchtelingen te zorgen, nam UNRWA de bezetter kostbare verantwoordelijkheden uit handen en zorgde de organisatie voor stabiliteit, zegt voormalig commissaris-generaal van UNRWA Peter Hansen in de documentaire: ‘Belangrijke Israëlische politici en generaals zeiden: “Thank God for UNRWA”.’

De waardering voor de VN-organisatie sloeg gaandeweg om. Israël beschouwde de (mensen)rechten van de vluchtelingen als een sta-in-de-weg voor zijn blijvende overheersing – het recht van terugkeer van de vluchtelingen en op compensatie voor hun door Israël in beslag genomen en vernietigde bezittingen voorop. Dat de vluchtelingen die rechten hebben, staat buiten kijf.

De regering van Israël spaart kosten noch moeite om UNRWA neer te zetten als een terreurorganisatie.

In de Oslo-akkoorden van 1993-1995 werd de vluchtelingenkwestie onder de zogeheten Final Status Issues geschaard, waarover Israëli’s en Palestijnen uiterlijk medio 1999 tot een akkoord moesten komen. Een overeenkomst bleef zoals bekend uit, ook in de spaarzame onderhandelingen sindsdien (de laatste in 2013-2014), waarin Israël steeds weer weigerde de rechten van de vluchtelingen te erkennen.

In plaats daarvan opende het met absurde beschuldigingen de aanval op UNRWA. Zoals commissaris-generaal van UNRWA Philippe Lazzarini in de documentaire stelt: ‘De regering van Israël spaart kosten noch moeite het agentschap neer te zetten als een terreurorganisatie en onze staf als terroristen of sympathisanten daarvan.’

In de woorden van onder andere de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zou de organisatie er bovendien op uit zijn ‘de staat Israël te elimineren’ door de vluchtelingenstatus ‘overerfbaar’ te maken en voor nakomelingen een recht van terugkeer te hanteren dat niet voor andere vluchtelingen zou gelden. UNRWA zou moeten worden opgedoekt en moeten opgaan in de algemene VN-organisatie voor vluchtelingen UNHCR, en de Palestijnse vluchtelingen zouden moeten ‘integreren in de buurlanden’, of zij dat nu willen of niet.

In werkelijkheid is het niet UNRWA, maar de Algemene Vergadering van de VN die over het mandaat van de organisatie en de rechten van de vluchtelingen gaat, en geldt de ‘overerfbare status’ voor alle vluchtelingen ter wereld. Bovendien woont zo’n 45 procent van de Palestijnse vluchtelingen helemaal niet in de Arabische buurlanden, maar onder Israëlische bezetting in de zogenoemde Palestijnse gebieden.

Verdrijving van UNRWA

In zijn poging UNRWA en de vluchtelingen te delegitimeren, kreeg Israël volop steun van zijn bondgenoten van de zogenoemde (pro-)Israël-lobby. In 2018 stortte de Amerikaanse president Donald Trump de organisatie in een crisis door in enkele stappen de Amerikaanse financiële bijdrage te beëindigen. In Nederland keerden de christelijke en rechtse fracties in de Tweede Kamer zich fel tegen UNRWA, terwijl het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) een tendentieus profiel van UNRWA publiceerde dat rechtstreeks uit de pen van Netanyahu afkomstig leek. Later bedolf het CIDI de VN-organisatie nogmaals onder leugenachtige beschuldigingen, waarbij het een onverhuld racisme aan de dag legde.

Na de gewelddadige aanval van Hamas van 7 oktober 2023 gingen in het Israëlische offensief tegen UNRWA alle remmen los. In januari 2024 beweerde Israël dat twaalf medewerkers van UNRWA (op een totaal van ruim 32.000, van wie 13.000 in de Gazastrook) betrokken zouden zijn geweest bij de aanval. Daarop zetten 16 donorlanden, waaronder Nederland, hun financiële steun aan UNRWA stop.

Het Colonna-rapport concludeert dat UNRWA robuuste regels hanteert ten aanzien van zijn neutraliteit – zelfs robuuster dan andere VN-organisaties en ngo’s.

UNRWA reageerde adequaat. Het zette vaart achter een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of UNRWA’s neutraliteit voldoende was gewaarborgd. De in april 2024 gepresenteerde conclusies van dit onderzoek, onder leiding van de voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Catherine Colonna, luidden dat UNRWA in een extreem en exceptioneel krachtenveld werkzaam is, maar robuuste regels hanteert ten aanzien van zijn neutraliteit – zelfs robuuster dan andere VN-organisaties en ngo’s. De onderzoekers formuleerden een flink aantal aanbevelingen waarmee de neutraliteit verder kon worden versterkt.

Een intern onderzoek van de VN naar de betrokkenheid van uiteindelijk 19 UNRWA-medewerkers bij de aanval van Hamas leidde in augustus 2024 tot de conclusie dat van negen van hen ‘niet valt uit te sluiten dat zij betrokken zijn geweest’. Het werkverband van de negen werd ondanks het gebrek aan concreet bewijs beëindigd, ‘in het belang van UNRWA’.

De donorlanden hervatten hun financiering van UNRWA, maar Israël verhevigde zijn aanvallen op de organisatie. Het ging ertoe over UNRWA letterlijk uit bezet Oost-Jeruzalem te verdrijven, waar de organisatie niet alleen tal van activiteiten voor vluchtelingen organiseerde, maar ook zijn hoofdkantoor had. Het Israëlische parlement nam twee wetten aan die de gewelddadige acties – zonder uitzondering grove schendingen van het internationaal recht en Israëls verplichtingen tegenover de VN – een schijn van legitimiteit moesten geven.

Israëlische wetten en geweld tegen UNRWA

Op 28 oktober 2024 nam het Israëlische parlement met overweldigende meerderheid twee wetten aan die de activiteiten van UNRWA in de door Israël illegaal bezette Palestijnse gebieden feitelijk onmogelijk maken. De eerste wet verbiedt UNRWA werkzaamheden te verrichten in Israël. Het verbod is met name gericht op de vele activiteiten van UNRWA in het bezette Oost-Jeruzalem, dat Israël in 1980 onrechtmatig annexeerde, een maatregel die nog altijd op scherpe afkeuring van de internationale gemeenschap stuit.

De tweede wet bepaalt dat Israël het in 1967 gesloten verdrag met UNRWA eenzijdig opzegt. Dat betekent onder meer dat contact tussen de Israëlische autoriteiten en UNRWA verboden werd, internationale UNRWA-medewerkers geen visum meer konden krijgen, ze zich niet langer onbelemmerd konden verplaatsen, en de veiligheid van UNRWA-personeel en -eigendommen niet langer gegarandeerd werd.

De twee wetten werden negentig dagen later van kracht. Op 26 januari 2025 droeg de Israëlische regering UNRWA op al haar activiteiten in Oost-Jeruzalem te staken en haar kantoren en andere gebouwen binnen vier dagen te verlaten. UNRWA weigerde, en waarschuwde Israël nadrukkelijk dat het een VN-verdrag en het internationaal recht dreigde te schenden.

Israël trok zich ook daar niets van aan en trof de ene maatregel na de andere om UNRWA letterlijk te verdrijven. Zo vielen Israëlische militairen op 8 mei 2025 zes UNRWA-scholen met gezamenlijk achthonderd leerlingen in Oost-Jeruzalem binnen, die op last van de Israëlische autoriteiten voorgoed werden gesloten.

Op 12 januari 2026 sloot Israël een grote UNRWA-kliniek (in 2024 werden daar meer dan 24.000 patiënten behandeld) die sinds de jaren vijftig operationeel was in de Oude Stad van Oost-Jeruzalem. De sluiting zou voor dertig dagen gelden, maar werd permanent. Tegelijkertijd kreeg UNRWA te verstaan dat eind januari de elektriciteits- en watertoevoer bij tien van haar opleidings- en gezondheidscentra in Oost-Jeruzalem werd afgesloten.

Op 20 januari 2026 sloopte Israël het hoofdkwartier van UNRWA in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem, van waaruit de organisatie haar activiteiten in de door Israël bezette Palestijnse gebieden coördineerde. Israëls minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir maakte ter plaatse de UNRWA-staf uit voor ‘terrorisme-supporters’, en locoburgemeester van Jeruzalem Aryeh King zwoer al het UNRWA-personeel de stad ‘uit te trappen, te doden en te vernietigen, als God het wil’.

Op de plek van het hoofdkwartier zou aanvankelijk een illegale nederzetting met 1.440 woningen voor Israëlische kolonisten worden gebouwd, maar dat plan werd veranderd. In plaats van een nederzetting zal er een defensiecomplex verrijzen met een museum van het Israëlische leger, een kantoor van de minister van Defensie en een rekruteringscentrum. Op X bejubelde minister van Defensie Israel Katz de aankondiging als ‘een regeringsbesluit op basis van soevereiniteit, zionisme en veiligheid’.

In mei 2024 had UNRWA zich al genoodzaakt gezien zijn hoofdkwartier tijdelijk te sluiten na maanden van demonstraties en aanvallen door honderden Israëlische kolonisten en extreemrechtse activisten. De agressie culmineerde in twee gevallen van brandstichting door een menigte bewapende Israëli’s die ‘Burn down the UN’ scandeerden.

Eind augustus 2026 verwoestte Israël het grote centrum voor beroepsopleidingen van UNRWA in Oost-Jeruzalem, waar jaarlijks zo’n 350 Palestijnse leerlingen een opleiding kregen. Premier Netanyahu herhaalde bij die gelegenheid grimmig dat Israël UNRWA ‘met alle middelen zal blijven bestrijden’. Israël kondigde aan op de plek van het UNRWA-centrum een eigen educatief centrum te zullen bouwen.

Lees verder Lees minder

Documentaire vol omissies

De documentaire van Duki Dror past naadloos binnen dit Israëlische offensief. Veel bekende beschuldigingen passeren de revue en tegenspraak is minimaal. Zo schittert, om bij de alinea’s hierboven te blijven, het belangrijke rapport van Colonna (en Colonna zelf) door afwezigheid. Datzelfde geldt voor de vaststelling dat het Israëlische offensief tegen UNRWA een ernstige schending is van de internationale rechtsorde en VN-principes. Zelfs het basale feit dat Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook illegaal door Israël bezet worden gehouden, blijft onbenoemd.

Het zijn niet de minste omissies, en er zijn meer. Dat het recht van terugkeer is verankerd in het internationaal recht, blijft onbesproken. De beroemde resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de VN uit 1948 – waarin het recht op terugkeer en compensatie van de verdreven Palestijnen wordt bevestigd – wordt weliswaar genoemd, maar op een wat lacherige toon, alsof ze niet al te serieus hoeft te worden genomen. Daarmee is het onderwerp afgedaan.

Ook de door de anti-UNRWA-stemmen geëiste opheffing van de VN-organisatie wordt niet uitgediept. Hoe zien de critici dat voor zich – zeker gezien de overheersende visie, in de documentaire in het voorbijgaan door tal van diplomaten uitgesproken, dat UNRWA onmisbaar en onvervangbaar is? Willen zij, net als Netanyahu, dat de Palestijnse vluchtelingen bij UNHCR worden ondergebracht? Hoe gaat dat in zijn werk? En wat is de winst, want aan de rechten van de vluchtelingen verandert dat vanzelfsprekend niets. De documentaire geeft geen antwoord op deze zelf opgeroepen vragen.

Zo blijft de kijker achter met de discutabele beweringen van extreme pro-Israël-figuren als Einat Wilf en woordvoerders van pro-Israëlische organisaties als UN Watch en IMPACT-se. Tussen deze critici bestaan hechte banden (zo is Wilf lid van de raad van advies van UN Watch en andere lobbyorganisaties, zoals NGO Monitor) en ze trekken op internationale podia regelmatig samen op. Inzicht in hun campagnes en onderlinge relaties biedt onder meer het uitstekend gedocumenteerde rapport The Campaign against UNRWA and the Palestinian Right of Return in Germany van de Rosa Luxemburg Stiftung uit mei 2026.

Kruistocht

Wat UNRWA Ontrafeld duidelijk laat zien is dat de campagne tegen UNRWA voor menig criticus het karakter heeft van een kruistocht. Neem Einat Wilf, voormalig lid van de Knesset, lobbyist en samen met Adi Schwartz auteur van het boek met de veelzeggende titel The War of Return uit 2018 (Engelse vertaling 2020). In een serie uitspraken schildert ze UNRWA af als een duistere organisatie die uit is op de ondergang van Israël: ‘UNRWA voedt de oorlog tegen de Joodse staat.’

Dat begon al direct in 1949, aldus Wilf. Ga maar na: na de Tweede Wereldoorlog herhuisvestte de VN in een paar jaar tijd miljoenen Europeanen, en na de Koreaanse oorlog miljoenen Koreanen, maar voor de 750.000 Palestijnse vluchtelingen bleef herhuisvesting buiten Palestina uit. Dat is de schuld van UNRWA, fantaseert Wilf – die deed ‘niets’. Zij impliceert dat de humanitaire VN-organisatie de vluchtelingen, na van huis en haard te zijn verjaagd, had moeten dwingen hun recht van terugkeer in te leveren en zich elders te vestigen, een om meerdere redenen absurde gedachte. En door aanspraak op hun rechten te maken, staan de Palestijnen volgens Wilf nog altijd vrede in de weg: ‘Als Palestijnen denken dat ze vluchtelingen zijn en recht op terugkeer hebben, komt er nooit vrede.’

Haar woorden ademen een stuitende minachting voor de vluchtelingen, de internationale rechtsorde en universele mensenrechten, en natuurlijk voor UNRWA, de Moeder aller Boosdoeners volgens Wilf, getuige ook deze bizarre uitspraak: ‘Alle problemen die we nu hebben, komen door UNRWA.’ Haar uitspraken weerspiegelen de dominante zienswijze in de Israëlische politiek: zo lang de Palestijnen aanspraak maken op rechten, zullen zij onder de Israëlische knoet van bezetting, landdiefstal en apartheid leven en kan er van vrede geen sprake zijn.

‘Politieke agenda’

Ook Zlatko Zigic, die in de rol van directeur van het VN-Migratiebureau in voormalig Joegoslavië de hervestiging van grote aantallen vluchtelingen coördineerde, krijgt de ruimte om UNRWA met groteske beschuldigingen zwart te maken. Hij beweert zelfs dat UNRWA de vluchtelingenstatus toekent aan de kinderen en kleinkinderen van Palestijnse vluchtelingen die al in 1955 door landen als België en Zweden zijn opgenomen en daar sindsdien staatsburger zijn. Zigic hint op een politieke agenda – een complot om Israël op te zadelen met vluchtelingen.

Volgens hem is ‘het UNRWA-handvest’, waarin ‘het recht op terugkeer naar Israël van generatie op generatie wordt doorgegeven’, de bron van dit kwaad. ‘Het is een middel geworden om het conflict te laten voortwoekeren.’

Maar UNRWA heeft helemaal geen ‘handvest’. Haar mandaat is bij de oprichting van de organisatie op 8 december 1949 (resolutie 302/IV) bepaald door de Algemene Vergadering van de VN en sindsdien herhaaldelijk herbevestigd dan wel aangescherpt. De organisatie beschermt en ondersteunt Palestijnse vluchtelingen, hangende ‘een rechtvaardige [politieke] oplossing van de Palestijnse vluchtelingenkwestie’. Die bescherming en steun zijn hard nodig, getuige de krachten die werkzaam zijn om de vluchtelingen hun rechten te ontnemen.

Halve waarheid

Tot die krachten behoort ook Adi Schwartz, de collega-auteur van Einat Wilf. Hij vertelt over de grote boerderij en school voor beroepsopleidingen die de Palestijnse politicus en filantroop Musa Alami in het kader van zijn Arab Development Society na 1948 opzette bij Jericho, in het toenmalige Jordanië, om vluchtelingen een bestaan te bieden. Schwartz spreekt schande van het feit dat het project eind 1955 werd verwoest door vluchtelingen die terug wilden naar hun woonplaatsen en bezittingen, en zich verzetten tegen hervestiging.

Schwartz’ bewering is een halve waarheid. Wat hij niet vertelt, is dat de verwoesting plaatsvond temidden van grote regionale spanningen, waarvan de door hem genoemde reden één aspect was, en dat ook UNRWA-gebouwen en Jordaanse instellingen werden aangevallen. Wat hij ook niet aandraagt, is dat Alami zelf vluchteling was en dat al zijn bezittingen in Jeruzalem en Galilea door Israël waren gestolen. En wat hij tenslotte ongenoemd laat is dat Alami zijn project razendsnel in oude glorie herstelde en deed floreren tot het in 1967 tijdens de Israëlische invasie voorgoed werd vernietigd. Terugkijkend vertelde hij daar in 1979 het volgende over:

Zowel de boerderij als de school waren zeer succesvol tot de Israëlische invasie in 1967, toen twee derde van het land werd verwoest en 26 van de 27 waterputten werden vernietigd. Het Israëlische leger vernielde systematisch het irrigatiesysteem, de gebouwen en de boorinstallaties voor de putten. Het grootste deel van het land veranderde al snel weer in woestijn.

De mythe van Camp David

UNRWA Ontrafeld biedt ook ruimte voor het herkauwen van de aloude mythe van de ‘ruimhartige Israëlische concessies’ tijdens de topontmoeting tussen Israëls premier Ehud Barak en PLO-leider Yasser Arafat in Camp David in juli 2000. Einat Wilf beweert dat Barak ‘een ongekend voorstel’ deed dat door Arafat werd afgeslagen: ‘Arafat liep weg.’ De Israëlische historicus Benny Morris vult aan dat Barak een ‘symbolische terugkeer van pakweg 50.000 vluchtelingen’ wilde toestaan, terwijl de overige vluchtelingen elders ondergebracht en gecompenseerd zouden worden, maar dat ‘de Palestijnen dit compromis verwierpen en de Tweede Intifada begonnen’.

In werkelijkheid was van een officieel Israëlisch voorstel geen sprake. Er stond niets op papier en het Israëlische ‘compromis’ – waarin van de Palestijnen werd verwacht dat zij afstand deden van wezenlijke rechten – voldeed bij lange na niet aan de Palestijnse minimumeisen en zou door geen enkele Palestijnse leider zijn geaccepteerd. In het uitdelen van de zwarte piet aan Arafat wordt bovendien genegeerd dat hij, geheel in de geest van de Oslo-akkoorden, de tweestatenoplossing propageerde, met behoud van de grote ‘nederzettingenblokken’ voor Israël, en zich wat de vluchtelingenkwestie richtte op ‘implementatie van het recht van terugkeer op een wijze die de demografische belangen van Israël beschermt’. Kortom, Arafat was extreem toegeeflijk.

Ehud Barak – de man die meermalen stelde dat hij zich ‘bij een terroristische organisatie zou hebben aangesloten’ als hij Palestijn was geweest – verklaarde achteraf dat hij in Camp David ‘niets had weggegeven’, maar harde voorwaarden aan Arafat had gesteld om überhaupt met hem te onderhandelen. Daaronder de eis dat de Palestijnen afzagen van het recht van terugkeer, waarop Arafat niet inging. Barak:

Ik maakte duidelijk, en daar ben ik trots op, dat wij in ruil voor beëindiging van het conflict, het opgeven van het recht van terugkeer, instemming om 80 procent van de kolonisten onder Israëlische soevereiniteit te brengen en erkenning van Israëls veiligheidsbehoeften en band met de heilige plaatsen, bereid zijn tot pijnlijke, afgebakende concessies die leiden tot een Palestijnse staat.

De laster van UN Watch

Een documentaire die UNRWA verdacht wil maken, kan niet om Hillel Neuer heen, directeur van UN Watch, een van de beruchte lasterorganisaties die onderdeel zijn van de Israël-lobby. Net als Wilf voert hij een jarenlange kruistocht tegen UNRWA. Zijn organisatie beweert zelfs een heus UNRWA Terror Network te hebben ontrafeld, waarvan maar liefst 490 medewerkers deel zouden uitmaken, tot in de hoogste regionen toe. De ‘onthulling’ is vergelijkbaar met de armoedige dossiers waarmee Israëlische instanties en lasterorganisaties als NGO Monitor proberen Palestijnse en internationale ngo’s zwart te maken.

In de documentaire vervult Neuer trouw zijn propagandistische rol. Zo noemt hij de feitelijke vaststelling dat de VN-organisatie ‘levensreddende activiteiten’ verricht ‘een leugen’. De vele UNRWA-klinieken en de grootschalige vaccinatiecampagnes die de organisatie verricht, bestaan volgens hem kennelijk alleen in de verbeelding. Ook neemt hij de grote westerse landen op de korrel. Hij beschuldigt ze ervan:

UNRWA met zakken vol dollars te financieren, terwijl ze wisten dat UNRWA terroristen in dienst had en financierde. Dat negeerden ze. Ze hielpen het zelfs te verdoezelen.

Het belasteren van regeringen, personen en organisaties die opkomen voor de rechten van de Palestijnen, met de bedoeling ze het zwijgen op te leggen, is een handelsmerk van UN Watch en vergelijkbare organisaties, zoals NGO Monitor en CIDI. Eerder dit jaar beschreven we hoe Neuer en zijn club zich met een gemanipuleerde video tegen Francesca Albanese keerden, de Speciaal VN-Rapporteur voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden. Zoals vaker sloten trouwe bondgenoten als De Telegraaf en de SGP zich direct bij de laster aan.

Vorig jaar trok de Tweede Kamer een uitnodiging aan Albanese op het laatste moment in na een hetze uit dezelfde hoek, met ook de VVD, het CIDI en het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) in een kwalijke hoofdrol. Medio 2024 was uitgerekend Hillel Neuer wél welkom in de Tweede Kamer, op voorspraak van de PVV, Israëls trouwste bondgenoot in het parlement.

Stemmingmakerij over schoolboeken

Een laatste aanwijzing dat het regisseur Duki Dror niet om een objectief portret van UNRWA gaat, is zijn keus om medewerkers van IMPACT-se af te laten geven op het curriculum en de schoolboeken van de Palestijnse Autoriteit die UNRWA gebruikt in het onderwijs in de bezette Palestijnse gebieden. IMPACT-se staat bekend als propagandistisch en allesbehalve objectief, zoals in het bovengenoemde rapport van de Rosa Luxemburg Stiftung ten overvloede wordt onderstreept. In de documentaire doet het die reputatie eer aan door te doen voorkomen of het Palestijnse onderwijs in het teken staat van geweld, martelaarschap en opoffering. De beeldselectie die Dror hierbij gebruikt is extreem tendentieus.

Als klap op de vuurpijl trekken diverse personen impliciet of expliciet de conclusie dat de bloedige aanval van Hamas op 7 oktober 2023 voortkwam uit dit lesmateriaal. De eerdergenoemde Zlatko Zigic zegt het letterlijk: ‘7 oktober was een direct gevolg van het onderwijs van UNRWA.’ De suggestie dat ‘7 oktober’ niet zou zijn gebeurd als UNRWA niet had bestaan of ander lesmateriaal had gebruikt, is niet serieus te nemen.

De vraag dringt zich op of de redactie de documentaire tevoren inhoudelijk heeft gewogen, wat de bevindingen waren en op welke grond toch tot uitzending werd besloten.

De realiteit is dat de Palestijnen helemaal geen schoolboeken – of kranten, of televisieprogramma’s – met vijandbeelden nodig hebben om een grondige woede of zelfs haat jegens Israël en de Israëli’s te koesteren. Daar zorgt Israël op eigen kracht voor met zijn inmiddels 59 jaar durende illegale bezetting en onderdrukking van de Palestijnen. Dat verzet daartegen in enige vorm in het onderwijs zichtbaar is, is geen wonder. Het obsessieve gedram van IMPACT-se en andere pro-Israël-organisaties, en ook van de EU, dat het Palestijnse onderwijs een toonbeeld van vredelievendheid en acceptatie van Israël dient te zijn, terwijl de extreem gewelddadige Israëlische onderdrukking op z’n beloop wordt gelaten, is van elk realisme gespeend.

De realiteit is ook dat het door UNRWA gebruikte lesmateriaal regelmatig kritisch tegen het licht wordt gehouden. In 2018 velde het Amerikaanse Congres een positief oordeel over het materiaal. In december 2024 schreven wij dat bij in 2022-2023 uitgevoerd onderzoek op 3,85 procent van het totaal aantal pagina’s van alle schoolboeken formuleringen werden aangetroffen die zouden kunnen worden beschouwd als niet in overeenstemming met ‘de waarden, richtlijnen of het standpunt van de VN over het conflict’ of ‘de normen van UNESCO’. In dat artikel schreven we ook dat ‘wie een blik werpt op Israëlische schoolboeken en het Israëlische onderwijs in het algemeen ziet dat het Palestijnse lesmateriaal daar eerder gunstig dan negatief bij afsteekt’. Dat Dror in zijn documentaire geen woord aan het Israëlische onderwijs wijdt, zal inmiddels niemand verbazen.

Wie prijs stelt op betrouwbaarder informatie over het UNRWA-onderwijs dan het propagandamateriaal van IMPACT-se, kan terecht bij het eerdergenoemde Colonna-rapport uit april 2024, het onderzoek dat het Georg Eckert Institut in opdracht van de EU uitvoerde (2021), en een kritische beschouwing over dat onderzoek door politicoloog Nathan Brown (2021). Over Israëlisch lesmateriaal, waarin ‘de Palestijnen onzichtbaar zijn’, raden we de onderzoeken van historicus Avner Ben-Amos (2020) en taalonderzoekster Nurit Peled-Elhanan (2012) aan.

Politieke oplossing noodzakelijk

UNRWA Ontrafeld is allesbehalve een hulpmiddel ‘om beter geïnformeerd naar het Israëlisch-Palestijnse conflict te kijken’, zoals de EO wil doen geloven. Integendeel, de documentaire staat in het teken van het offensief waarmee Israël hoopt UNRWA ten koste van alles de nek om te draaien, en de Palestijnse vluchtelingen, de verreweg meest achtergestelde en kwetsbare groep in het ‘conflict’, nog dieper de misère in te duwen.

Redding van de UNRWA-archieven

Met een geheime, ronduit spectaculaire operatie smokkelde UNRWA na het begin van het genocidale Israëlische geweld in de Gazastrook de archieven van de organisatie vanuit Gaza-Stad en Oost-Jeruzalem naar veiliger oorden. Die archieven bevatten onder meer de persoonlijke gegevens van vluchtelingen en verslagen van de verdrijving van Palestijnen door Joodse milities en (later) Israëlische troepen tijdens de Nakba – een wezenlijk onderdeel kortom van de Palestijnse geschiedenis. Een groot deel daarvan bestond alleen op papier. De digitalisering van de archieven was noodgedwongen gestaakt na herhaalde pogingen de systemen van UNRWA te hacken.

Direct na de Israëlische invasie van de Gazastrook werd UNRWA door Israël opgedragen haar personeel te evacueren. Het leidde in UNRWA-kringen geen twijfel dat Israël de archieven in beslag zou nemen en zou doen verdwijnen als het de kans kreeg, zoals het in 1982 met de archieven van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO had gedaan na zijn invasie van Beirut. Ook bestond het risico dat de archieven bij bombardementen verloren zouden gaan. Veel UNRWA-gebouwen zijn inderdaad door Israël verwoest, ondanks de bescherming die zij onder internationaal recht genieten, en bijna 400 UNRWA-medewerkers zijn in de Gazastrook vermoord.

In zes maanden tijd slaagden UNRWA-medewerkers erin de documenten naar Egypte te smokkelen. Vandaar werden ze met vliegtuigen van de Jordaanse luchtmacht, die in Egypte hulpgoederen voor Gaza afleverden, naar Amman overgebracht. Daar arriveerden tezelfdertijd de archieven uit Oost-Jeruzalem. Dankzij financiële steun van met name Luxemburg scanden meer dan vijftig UNRWA-medewerkers in een kelder in Amman vervolgens de miljoenen documenten. Het verhaal van de geheime operatie werd in mei jongsleden opgetekend door The Guardian. Het is een documentaire waard.

Lees verder Lees minder

Met het laten opdraven van bekende activisten uit de pro-Israël-stal, laat regisseur Duki Dror duidelijk blijken wat zijn intentie is. Het grote probleem hierbij is dat de argeloze kijker niet in staat is hun propaganda te doorzien, en geneigd is die voor waar aan te nemen. Operatie geslaagd, zal Dror denken. En de EO vermoedelijk ook. Het is niet aannemelijk dat de Joodse redactie van de omroep werkelijk denkt de kijker met deze documentaire ‘beter te informeren’. Sterker, de vraag dringt zich op of de redactie de documentaire tevoren inhoudelijk heeft gewogen, wat de bevindingen waren en op welke grond toch tot uitzending werd besloten.

Iedereen met enig verstand van zaken beseft dat UNRWA moet blijven bestaan, zolang een rechtvaardige politieke oplossing voor de kwestie-Palestina uitblijft. Pogingen de organisatie te ondermijnen, zijn contraproductief; ze dreigen miljoenen Palestijnen in enorme problemen te brengen, zetten de politieke verhoudingen verder op scherp en brengen geweld dichterbij. In plaats van energie te besteden aan het in diskrediet brengen van UNRWA – een zelfs in de Tweede Kamer en het Europees Parlement regelmatig terugkerend ritueel – doen betrokkenen er verstandiger aan zich concreet voor die oplossing in te zetten.

Wat het Palestijnse recht van terugkeer betreft, verwijzen we tenslotte naar de Amerikaanse journalist en schrijver Peter Beinart, die er in het magazine Jewish Currents op wijst dat het door Israël aan Joden toegekende recht van terugkeer tweeduizend jaar afwezigheid overbrugt, terwijl de Palestijnse vluchtelingen van 1948 en 1967 en hun nakomelingen dat recht wordt ontzegd. Het veelgehoorde argument van pro-Israël-activisten dat terugkeer van nazaten na twee of drie generaties ‘idioot’ of zelfs ‘schandelijk’ is, gaat niet op; Joden van overal ter wereld mogen na honderd generaties ‘terugkeren’ – ook als ze geen enkele band met Israël hebben – en zich zelfs in de illegale ‘nederzettingen’ in bezet Palestijns gebied vestigen. Het onderscheid dat Israël hanteert tussen Joodse en Palestijnse potentiële terugkeerders, is louter gebaseerd op één kenmerk: hun etniciteit.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy