Israëlische Klimfederatie maakt zich schuldig aan schendingen internationaal recht
De Internationale Klimbond stemt op 23 juli over een schorsing van de Israëlische Klimfederatie. Die zet klimtrajecten uit op de Westelijke Jordaanoever, waar Israël Palestijnse klimmers weert, en is verweven met het Israëlische bezettingsleger.
Het is 7.04 uur, de wekker op zijn iPhone gaat: de Israëlische klimmer Alex Khazonov wordt wakker. Hij kijkt slaperig, zet zijn wekker uit en draait zich nog eens om. Een beat klinkt en dan zie je hoe hij een rots probeert te beklimmen, er telkens afvalt, maar die uiteindelijk toch overwint. Khazonov is een pionier van het moderne wedstrijdklimmen in Israël. Hij is meerdere keren Israëlisch kampioen boulderen en heeft op diverse wereldbekerpodia gestaan.
Het bijschrift van bovengenoemd filmpje is ‘A day out in Ein Fara, Israel’. Op zijn website prijst de Israëlische Klimfederatie (ICLA) een excursie naar Ein Fara’ aan als ‘de mooiste klimlocatie van Israël’. Maar Ein Fara’ ligt op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever, en níet in Israël. Dat bezet de Westelijke Jordaanoever al zo’n zestig jaar en heeft de Palestijnse kloven die Khazanov er beklimt, voor de Palestijnen veelal verboden gebied verklaard.
Momin Abuyacoub woont in Ramallah, zo’n achttien kilometer westelijk van Ein Fara’. ‘Ik ging daar een aantal jaar geleden graag klimmen met mijn vrienden’, zegt hij. Tussen Ramallah en de kloof van Ein Fara’ in ligt de illegale nederzetting Almon, waar Palestijnen niet bij in de buurt mogen komen. Abuyacoub en zijn vrienden moesten ruim drie kwartier omlopen om de kloof te bereiken en te kunnen klimmen. ‘Sinds de aanslagen van ‘zeven oktober’ zijn we niet meer in Ein Fara’ geweest’, zegt Abuyacoub. ‘We zijn bang voor de kolonisten, ze kunnen straffeloos met ons doen wat ze willen.’
Kolonisten kijken naar Palestijnse klimmers op de Westoever. [c] Momin Abuyacoub
Anonieme online stemming
In de Internationale Klimbond (UIAA) gaan stemmen op om de ICLA te schorsen. Door het promoten van gebruik van de bezette gebieden door Joodse Israëliërs en door het openen en uitrusten van klimgebieden daar, handelt de Israëlische Klimfederatie in strijd met de Geneefse Conventies. De militaire bezetting is in 2024 door het Internationaal Gerechtshof illegaal verklaard. Bovendien zijn het personeel en de atleten van ICLA vaak actieve leden of reservisten in het Israëlische leger dat in de Gazastrook een genocide begaat. Ook helpt de ICLA mee bij de training van de Joods-Israëlische jongeren voor toelating tot dat leger.
Op 23 juli houdt de UIAA een online anonieme stemming over de schorsing van de ICLA. Door níet op te treden tegen de ICLA is de UIAA medeplichtig aan de ernstige schendingen van het internationaal recht en aan oorlogsmisdaden, stelt onder andere de Spaanse Klimfederatie. Afgelopen mei weigerde klimhal Le Camp de Base in Brussel zijn faciliteiten beschikbaar te stellen voor het internationaal jeugdkampioenschap ‘Climbing in Europe’, omdat Israël daaraan zou deelnemen. ‘We kunnen niet doen alsof de Israëlische vertegenwoordiging tijdens de competitie neutraal is’, aldus de organisatoren van Le Camp de Base.
Zware restricties
Terug naar de kloof van Ein Fara’ ten noordoosten van Jeruzalem en op het grondgebied van het Palestijnse dorp Anata. Het gebied staat vooral bekend om zijn bron, die van oudsher de belangrijkste drinkwatervoorziening was voor Anata en omliggende dorpen. In 1967 eigende Israël zich alle zoetwater op de Westelijke Jordaanoever toe, inclusief deze bron. Het heeft vijf nederzettingen gebouwd op het land van de omliggende dorpen en in 1980 heeft het het gebied omgedoopt tot ‘Natuurreservaat En Prat’. Dat valt onder de Israel Nature and Parks Authority dat veel van de in totaal 48 Israëlische ‘natuurreservaten’ op de bezette Westelijke Jordaanoever beheert, die in totaal zo’n 700 vierkante kilometer beslaan. Voor Palestijnen gelden hier zware restricties.
Voorzitter van de Palestijnse Klimbond Hiba Shaheen beaamt bovenstaande woorden van Momin Abuyacoub. ‘Vóór ‘zeven oktober’ gingen we elke vrijdag klimmen’, zegt ze. ‘Daarna kookten we ter plekke een potje, en rookten we een waterpijp. Klimmen was voor ons een manier om even aan de bezetting te kunnen ontsnappen.’ Ze zucht. ‘Nu is dat vrijwel onmogelijk geworden. Israël heeft onze dorpen en steden afgesloten’, zegt Shaheen. ‘Het Israëlische bezettingsleger heeft zo’n duizend blokkades voor ons opgetrokken. En als we al door de Israëlische checkpoints komen, lopen we het risico te worden beschoten. Door Israëlische militairen of door kolonisten, die hebben van hun regering tal van wapens gekregen.’
Een Palestijnse klimmer bouwt een nieuwe route. [c] Momin Abuyacoub
Militairen met M4-geweren
Maar ook vóór ‘zeven oktober’ werden de Palestijnse klimmers al belaagd, zo blijkt ook uit het artikel ‘Why Palestinians can’t climb free’ in het Amerikaanse digitale klimmagazine Evening Sends. In 2019 zat een groep Palestijnse en internationale klimmers rond een kampvuur onderaan kloof Ein Qiniya, ten westen van Ramallah. Plotseling schenen kolonisten van bovenaf met zaklantaarns op hen neer en niet veel later werd de groep omsingeld door Israëlische militairen met M4-geweren. De Palestijnse klimmers moesten op de grond zitten, waarna de militairen hen en hun identiteitsbewijs fotografeerden. Vervolgens werden ze onder schot weggevoerd.
In de Israel Climbing Guidebook staan behalve Ein Fara’ tal van andere klimsuggesties op de bezette Westelijke Jordaanoever, de auteurs van het boek pleegden plagiaat op de Climbing Palestine-gids van 2019. Een van de Israëlische suggesties is de rots van Ein Yabrud, in het Israëlische boek wordt die ‘de rots van Beit El’ genoemd. Hij bevindt zich naast de illegale nederzetting Beit El die in 1977 werd gesticht door ultranationalistische zionisten. Al vóór oktober 2023 werd Ein Yabrud uitgeroepen tot militaire zone en is de Palestijnen de toegang ontzegd. Dat het een militaire zone is, vormt voor Israëlische klimmers geen probleem.
Een Israëlische kolonist en militair houden Palestijnse klimmers in de gaten. [c] Momin Abuyacoub
Splinternieuwe illegale wijk
Als gevolg van Israëlische restricties en agressieve kolonisten kunnen Palestijnse klimmers anno 2026 vrijwel alleen nog in een klimhal hun sport beoefenen. Zoals in de klimhal van klimvereniging Wadi Palestine in Ramallah. Maar de nabij de illegale nederzetting Kochav Ya’akov is de afgelopen jaren flink uitgebreid richting Ramallah met honderden wooneenheden in de spiksplinternieuwe ultraorthodoxe wijk Tel Zion. Daardoor ligt de nederzetting hemelsbreed op nog maar driehonderd meter afstand van de klimhal.
Er werd een andere klimhal geopend, in het hart van Ramallah, bij Duwar as-Saa’a, de Klokkenrotonde. Maar als gevolg van onder andere het intrekken van tienduizenden werkvergunningen in Israël na ‘zeven oktober’ hebben de Palestijnen geen geld meer en is de nieuwe klimhal gesloten.
Intussen bezoeken al maar meer Joodse Israëliërs de Westelijke Jordaanoever op shabbat, Israëls vrije zaterdag. Ze komen er wandelen, klimmen en een duik nemen in het kristalheldere water van een van de bronnen waartoe Israël de toegang voor Palestijnen verboden heeft. Joods Israëlische klimmers hebben zich de rotswand bij Ein Fara toegeëigend. Op een filmpje op Youtube uit 2013 is te zien hoe een groep van zeker vijftien Israëliërs de kloof beklimt. Inmiddels is daar nergens meer een Palestijn te bespeuren.
Israël beschouwt de bezette Palestijnse Westelijke Jordaanoever al decennia als zijn achtertuin. In de Israëlische klaslokalen hangen sinds 1967, het begin van de bezetting, geografische kaarten waarop de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever ontbreekt. Israël kreeg in 1993 conform de Oslo-akkoorden ruim zestig procent van dit bezette Palestijnse gebied volledig onder zijn controle. Dat zou tijdelijk zijn, maar in die zestig procent wonen inmiddels ruim een half miljoen kolonisten, onder wie parlementsleden en leden van het Israëlische hooggerechtshof. In het eveneens door Israël bezette Oost-Jeruzalem hebben zich ruim tweehonderdvijftigduizend kolonisten gevestigd.
Israël neemt inmiddels ook steeds meer land in van de resterende veertig procent van de Westelijke Jordaanoever. ‘Judea en Samaria zijn het ‘hart van Israël’, stelt het rap toenemende aantal religieus-zionistische kolonisten die de Westelijke Jordaanoever noemen naar twee Bijbels Israëlitische koninkrijken die zich daar ooit zouden hebben bevonden. In hun ogen moeten de Palestijnen het liefst vertrekken uit hun eigen Palestijnse geboorteland. ‘God heeft dit land aan ons, Joden, beloofd.’
Palestijnse klimmers doen een warming-up. [c] Momin Abuyacoub