Selecteer een pagina

Olijvenpluk / Geweld loont

Gemaskerde Israëlische kolonisten vielen Palestijnse boeren aan tijdens de olijvenpluk. Het Israëlische leger verklaarde daarop hun olijfgaarden tot gesloten militaire zone. De kolonisten hebben hun zin.

Israëlische kolonisten vallen bij Burin Palestijnse boeren aan tijdens de olijvenoogst. [c] Abu Pessoptimist / Shehab News 

Dinsdag publiceerden we een artikel over het geweld van Israëlische kolonisten tegen Palestijnse boeren. Dat geweld vindt het hele jaar door plaats, maar neemt in hevigheid en omvang toe tijdens de jaarlijkse olijvenoogst, die onlangs is begonnen. Meer dan honderdduizend Palestijnse families op de bezette Westelijke Jordaanoever zijn geheel afhankelijk van de olijvenproductie, talloze andere families gedeeltelijk.

Religieuze extremisten

Bij een aanval van kolonisten uit Yitzhar op boeren in Burin werd afgelopen week een tachtigjarige rabbi in elkaar geslagen en raakten vier Amerikaanse en Europese vrijwilligers gewond, onder wie deze man. [c] Rabbis for Human Rights

We beschreven hoe gemaskerde kolonisten – veelal religieuze extremisten die het koloniseren van de Westoever als een bijbelse plicht zien – Palestijnse boeren met stenen, knuppels en metalen staven te lijf gaan en hun olijfgaarden in brand steken. Daarbij vallen regelmatig gewonden. Ook Israëlische, Europese en Amerikaanse vrijwilligers die de boeren bij de oogst helpen blijven niet gespaard. Afgelopen week sloegen inwoners van de illegale Israëlische kolonie (‘nederzetting’) Yitzhar zelfs een tachtigjarige rabbi van de organisatie Rabbis for Human Rights in elkaar. De man liep een hoofdwond en een gebroken arm op.

Doel van de kolonisten is de boeren van hun land te verjagen en dat vervolgens over te nemen. Daarbij krijgen zij hulp van het Israëlische leger en de politie. Hoewel beide volgens internationaal recht verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de Palestijnse bevolking, laten zij de kolonisten vrijwel zonder uitzondering begaan en nemen zij geregeld actief deel aan het geweld tegen de boeren. Afgezien van enkele mensenrechtenorganisaties en een handvol journalisten kraait er in Israël geen haan naar het lugubere kolonistengeweld.

‘Joodse terreur’ tegen leger

Dat is anders als de kolonisten zich niet tegen Palestijnen, maar tegen het Israëlische leger keren. Vorige week bedreigden kolonisten uit Yitzhar militairen, bekogelden hen met stenen en sneden de banden van enkele militaire voertuigen lek. Reden daarvoor was dat het leger bij wijze van uitzondering een tiener uit Yitzhar had opgepakt, die bezig was een akker van een Palestijn in brand te steken. Dat pikken de extremisten van Yitzhar niet.

Plotseling buitelden hoge officieren van leger en veiligheidsdiensten, alsmede premier Netanyahu en politici van alle rangen en standen, over elkaar heen om het kolonistengeweld te veroordelen. De leider van de Arbeidspartij, Amir Peretz, eiste dat de ‘joodse terreur’ tegen het leger in het parlement besproken wordt en kondigde een demonstratie aan. Kolonistenleiders schreven het geweld toe aan opgeschoten jongeren en buitenstaanders – de spreekwoordelijke ‘rotte appels’.

Ook het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI), vlaggenschip van de Nederlandse zogenoemde Israël-lobby, deed op Twitter een verontwaardigde duit in het zakje. Over het kolonistengeweld tegen de Palestijnse boeren, en zelfs over het in elkaar slaan van de tachtigjarige rabbi, hoorden we de organisatie niet, signaleert Maarten Jan Hijmans in een beschouwing op zijn blog Abu Pessoptimist. Het is die cultuur waarin het geweld gedijt.

Extremisme loont

De extremistische kolonisten zijn allerminst onder de indruk van de verontwaardiging. Zij weten uit ervaring dat de storm vanzelf weer gaat liggen en zij straffeloos hun gang kunnen blijven gaan. Zij weten ook dat ze binnen de Israëlische bevolking en de Israël-lobby als pioniers bewondering genieten. Terwijl Palestijnen die stenen naar militairen gooien het risico lopen zwaar te worden mishandeld en voor jaren in de gevangenis te belanden of zelfs te worden doodgescoten, zelfs als zij minderjarig zijn, hebben kolonisten amper iets te vrezen.

Zo kon het gebeuren dat een groep extremisten uit Yitzhar en omringende ‘buitenposten’ (outposts) maandagavond opnieuw Israëlische militairen met stenen bekogelde. Die schoten stungranaten af om de aanvallers te verdrijven. Arrestaties werden niet verricht, schrijft de Israëlische krant Haaretz (€). In plaats daarvan verklaarde het leger de heuvel waar de stenengooiers zich ophielden tot gesloten militaire zone.

Daarmee kregen de extremisten hun beloning, schrijft de Israëlische journaliste Amira Hass in Haaretz (€). Want de gesloten zone omvat olijfgaarden van Palestijnse boeren uit het dorp Burin, pal naast de plek waar afgelopen week de tachtigjarige rabbi het ziekenhuis in werd geslagen. De boeren, en de buitenlanders die hen helpen bij de oogst, ontvingen een schriftelijke mededeling van het leger: zij mogen hun land niet langer betreden. Exact de bedoeling van de extremisten, stelt Hass.

Palestijnse familie bij hun door kolonisten vernielde olijfgaard. (C) Iyad Hadad, B’Tselem

Landdiefstal

Het zal niet lang duren voor op het land een nieuwe buitenpost wordt gevestigd, schrijft Hass, die sinds 1997 op de Westoever woont en als geen ander op de hoogte is van wat zij omschrijft als ‘de door de Israëlische staat gestimuleerde landdiefstal’. Op ieder stuk land dat door het leger tot verboden gebied voor de Palestijnse eigenaren wordt verklaard verschijnt vroeg of laat een buitenpost. Dat is volgens Hass hoe het mechanisme werkt.

Hoewel buitenposten niet alleen onder internationaal recht, maar – in tegenstelling tot ‘gewone’ nederzettingen – ook onder Israëlisch recht illegaal zijn, wordt er zelden tegen opgetreden. Gewoonlijk krijgen zij na verloop van tijd elektriciteit, water en andere voorzieningen, en regelmatig worden ze met terugwerkende kracht ‘gelegaliseerd’. In de zeldzame gevallen dat een buitenpost wordt ontruimd, zoals de buitenposten Amona en Migron, kregen de bewoners ter compensatie een splinternieuwe ‘legale’ nederzetting cadeau.

Zonder de welwillende medewerking van leger, politie en het zogenaamde ‘burgerlijk bestuur’ op de bezette Westoever zou daar geen groeiend aantal religieuze extremisten zijn die zich met geweld meester maken van steeds meer Palestijns land, schrijft Hass. De eindverantwoordelijheid berust vanzelfsprekend bij de regering in Jeruzalem, die de grootschalige illegale kolonisering en voorgenomen annexatie van Palestijns grondgebied propageert als een ‘joods recht’. Het kolonistengeweld is geen kwestie van rotte appels, maar een symptoom van een rot regime.

Intussen gaat het geweld tegen de Palestijnse boeren door. Ook de afgelopen dagen vonden er op diverse plaatsen op de Westoever aanvallen van kolonisten plaats, blijkt uit een overzicht van Maarten Jan Hijmans. En opnieuw kregen zij daarbij volop steun van het Israëlische leger.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.

Lees ook

Steun ons / Samen kunnen we een rechtvaardige uitkomst van de kwestie-Palestina/Israël afdwingen. U kunt onze activiteiten versterken of ons werk financieel ondersteunen.

Het probleem is allang niet meer de bezetting. Het probleem is het gedogen ervan.

Ramsey Nasr Schrijver / dichter / acteur