BDS / Tweede Kamer neemt motie tegen “BDS” aan

Een motie die de regering oproept de directe en indirecte financiering van organisaties die de BDS-beweging steunen te beëindigen, is vandaag aangenomen door de Tweede Kamer. De motie was ingediend door SGP, ChristenUnie en VVD en haalde en meerderheid door steun van het CDA.

In de aanloop naar de stemming richtte een agressieve lobby van pro-Israël organisaties zijn pijlen vooral op het CDA. Zo riep “Christenen voor Israël”, dat de bezetting van de Westelijke Jordaanoever steunt, haar aanhangers op massaal e-mails te sturen naar CDA-Kamerleden om “achter Israël te staan”. In een “voorbeeldbrief” die Christenen voor Israël aan zijn achterban stuurde, wordt gehekeld dat “Israël opnieuw in het beklaagdenbankje geduwd wordt door Nederland.” De pro-bezettingsgroep dringt aan op een “koerswijziging binnen het CDA”, onder het motto “Steun Israël in plaats van hen te bestrijden!”.

De drijvende kracht achter de lobby is de rechts-nationalistische Israëlische organisatie NGO Monitor, die Israëlische, Palestijnse en internationale mensenrechtenorganisaties bestrijdt die de Israëlische bezetting bekritiseren. NGO Monitor voert in dat kader ook campagne tegen hetHuman Rights and International Humanitarian Law Secretariat in Ramallah.

In de motie van SGP, ChristenUnie en VVD wordt het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat op de korrel genomen, dat Palestijnse maatschappelijke organisaties ondersteunt en onder meer door Nederland wordt gesubsidieerd. Deze Palestijnse NGO’s zijn onder andere actief op het gebied van mensenrechten, juridische dienstverlening en maatschappelijk werk. Intrekking van subsidies zou de Palestijnse civil society in het hart treffen en negatieve maatschappelijke gevolgen hebben.

De grote meerderheid van de Palestijnse NGO’s steunt sinds 2005 de strategie van Boycots, Sancties en Desinvesteringen (BDS), als een geweldloos en democratisch protest tegen de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Gaza en de grootschalige schendingen van de mensenrechten. Nu de BDS-campagne internationaal steeds meer weerklank vindt, dragen de Israëlische regering en haar buitenlandse aanhangers een agressieve politiek uit waarbij getracht wordt de BDS-beweging te breken.

Voorstanders van de bezetting van, wat door “Christenen voor Israël” in navolging van de Israëlische kolonisten wordt aangeduid als “Judea en Samaria”, schilderen de BDS-strategie af als een existentiële dreiging voor de staat Israël. In feite gaat het echter om een grassroots Palestijnse en internationale protestbeweging tegen de bezetting van de Westoever en Gaza, die inmiddels zijn 50e jaar is ingegaan.

Minister Koenders – politiek geen voorstander van BDS – liet eerder weten dat steun aan BDS

geen afwijzingscriterium is voor financiering, aangezien uitlatingen of bijeenkomsten van de beweging worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering.

Voor het Palestijnse maatschappelijke middenveld staat er veel op het spel. Niet alleen dat bij intrekking van de subsidies de bevolking verstoken zal blijven van vitale dienstverlening door de NGO’s, maar ook dat op grond van een oneigenlijke politiek debat in Europa de Palestijnen opnieuw in hun mensenrechten aangetast worden. Een stem voor deze motie is in feite een stem voor de bezetting.