De Rafah-grens: als doorgang een zeldzaamheid wordt

De grensovergang tussen Gaza en Egypte bij Rafah is deze maand voor zeer geringe aantallen personen opengegaan. De Palestijnse journalist Rita Baroud reflecteert op het psychologische effect van afwachten zonder te weten of je de grens ooit zult kunnen oversteken.

Vreugde en emotie bij Palestijnen die bij terugkeer in Gaza worden herenigd met hun familie op 8 februari © Tariq Mohammad / APA Images / Alamy

De grensovergang is niet gewoon een poort. Het is een ruimte tussen twee levens. Een breuk die twee tijdlijnen van elkaar gescheiden houdt. Een splitsing tussen mensen die weg willen om te overleven en mensen die terug willen omdat ze nu eenmaal verlangen naar het gevoel dat ze ergens thuishoren, ook al is dat thuis veranderd in een open wond.

Aan de Palestijnse kant werd de grensovergang van Rafah op dinsdag 2 februari onder extreem beperkende voorwaarden heropend, nadat hij sinds de overname door de Israëlische troepen in mei 2024 zo goed als gesloten was gebleven.

Vijftig mensen per dag

Volgens de Palestijnse Rode Halve Maan konden afgelopen dinsdag vijftig mensen Gaza verlaten via Rafah, onder wie negentien patiënten. Zij waren medisch onderzocht en voorbereid in het veldhospitaal van de Rode Halve Maan in Al-Mawasi bij Khan Yunis. Vervolgens waren ze door ambulanceteams overgebracht naar de grensovergang, met alle nodige zorg te midden van extreem zware humanitaire en medische condities.

Slechts vijftig namen maakten die dag de oversteek. Vijftig verhalen mochten gaan. Gisteren (woensdag) waren het er nog minder: 47. Achter hen bleven duizenden andere verhalen in onzekerheid achter, duizenden namen op wachtlijsten die nauwelijks in beweging komen.

Volgens het mediabureau van de Gazaanse regering hebben tussen 2 en 9 februari niet meer dan 397 mensen de oversteek in een van beide richtingen kunnen maken, van de circa 1600 die waren gepland. 225 reizigers die Gaza verlieten, 172 die terugkwamen en 26 die zonder opgave van redenen werden teruggestuurd naar Gaza. Dit zijn de koude cijfers. Ze geven niet de spanning weer waarin mensen wachten of hun naam wordt omgeroepen, of de stille teleurstelling na weer een dag vruchteloos wachten.

Tranen bij thuiskomst

Voor de genocide passeerden elke dag honderden Palestijnen de grens in beide richtingen in relatief normaal grensverkeer, gezamenlijk gecoördineerd door lokale Palestijnse en Egyptische autoriteiten. Reizen was nooit makkelijk, maar ook niet uitzonderlijk. Momenteel is reizen de uitzondering. Om de grens over te komen heb je niet alleen een ticket, maar ook een humanitaire indicatie nodig.

Lokale gezondheidsinstellingen schatten dat er in Gaza rond de 22.000 gewonden en zieken zijn die buiten het gebied behandeld zouden moeten worden, aangezien de gezondheidszorg in Gaza zelf alleen maar verder instort. Zo wordt elk kandidatenlijstje een strohalm waaraan velen zich vastklampen.

Mensen die deze maand terugkeerden naar Gaza waren vaak het meest emotioneel. Mensen huilden bij terugkomst, niet bij vertrek. Tranen voor de toegangspoort – zoals bij een thuiskomst, wat er dan ook van ‘thuis’ over is. Een begeleider omschreef het als ‘terugkeren na lange spanning’. Uitgeputte lichamen, trage stappen en een zichtbaar gevoel van hier thuishoren, ondanks alles.

Terugkeren naar wat?

Daartegenover staan degenen die in de afgelopen jaren zijn vertrokken en zich niet kunnen voorstellen dat ze nu zouden terugkomen. Hoessein Helles is 21 jaar en woont nu in Egypte. Hij zegt dat hij in er dit stadium niet aan denkt terug te gaan.

‘Mijn familie en ik hebben alles verloren,’ legt hij uit. ‘Als ik nu aan Gaza denk, zie ik geen stad, ik zie een ruïne. Ik kan niet opnieuw beginnen vanuit het niets.’ Vertrekken was voor hem geen privilege maar een psychische noodzaak, voordat het een geografische verplaatsing werd.

Tussen de tranen van degenen die terugkwamen en de weigering om terug te keren van degenen die zijn vertrokken, staat de grensovergang, fysiek, maar zeker ook psychologisch.

Academische reddingsboei

In Gaza nemen de zorgen van een andere groep met de dag toe: de groep van studenten die een beurs hebben om in het buitenland te gaan studeren. Nu zoveel onderwijsinstellingen in heel Gaza zijn vernietigd, zijn opleidingsroutes op allerlei terreinen niet meer haalbaar binnen Gaza. Beurzen zijn een academische reddingsboei geworden, maar de weg naar de universiteit begint bij een poort die zelden opengaat.

Reem Al-Shawa (26), die momenteel in Deir al-Balah in centraal Gaza verblijft, zegt dat ze koste wat kost weg wil. Ze heeft een beurs gekregen en is bang dat ze die kwijtraakt als ze vertraging oploopt. ‘Ik wil niet nog meer jaren verliezen,’ zegt ze. ‘Elk jaar wachten is niet alleen een getal, het is een deel van mijn leven. Ik heb het gevoel dat mijn toekomst stilstaat voor een gesloten hek.’

Wachten als permanente toestand

Rond de grensovergang heeft zich een heel vocabulaire gevormd: lijsten, coördinatie, batches, humanitaire gevallen, toestemmingen, terugkeer. Maar in de volksmond is de taal eenvoudiger: ik wil weg. Ik wil behandeld worden. Ik wil studeren. Ik wil mijn leven weer oppakken.

Als vrijheid van beweging – het meest fundamentele mensenrecht – een zeldzame uitzondering wordt, wordt het oversteken van de grens een monumentale prestatie, terugkomen een klein wonder en wachten een gedwongen manier van leven.

De grensovergang is niet langer een punt aan de grens. Hij is een spiegel van een maatschappelijke toestand: een bevolking die vastzit tussen een deur die zelden opengaat en een toekomst die aan de andere kant wacht.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy