Minister Berendsen sprak ‘openhartig’ met zijn Israëlische collega, maar niet over de genocide die diens land blijft plegen. Israël kan die mede dankzij Nederland bekostigen.

Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) maakte afgelopen week op sociale media melding van zijn telefoongesprek met zijn Israëlische collega Gideon Sa’ar. Een berichtje als zovele, dat niet werd opgemerkt, maar veel zegt over de houding van de Nederlandse regering ten opzichte van Israël.
Volgens zijn sociale mediabericht besprak hij met Sa’ar het belang van ‘onze open dialoog over de ontwapening van Hamas’, naast ‘het verbeteren van de humanitaire situatie in Gaza en het stoppen van het kolonistengeweld, en E1’. (Het gebied tussen Jeruzalem en de Israëlische nederzetting Ma’ale Adumim wat Israël feitelijk heeft geannexeerd, wat Europa altijd een ‘rode lijn’ heeft genoemd). Het gesprek was ‘openhartig’ geweest, schrijft Berendsen.
In dat openhartige gesprek bleef de Israëlische genocide onbesproken, ook al zou die de volgende dag de mijlpaal van duizend dagen bereiken. In Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem wordt de Palestijnse aanwezigheid met geweld uitgewist, in een hoger tempo dan ooit tevoren.
Genocide staat te boek als de ‘misdaad der misdaden’. Het Genocideverdrag verplicht Nederland er met inzet van alle beschikbare middelen tegen op te treden. Er kan geen sprake zijn van business as usual met een staat die genocide pleegt. Ook de belofte van ‘Nooit meer’ verplicht daartoe.
De afgelopen duizend dagen zijn vier achtereenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken – Hanke Bruins Slot (CDA), Caspar Veldkamp (NSC), David van Weel (VVD) en Tom Berendsen (CDA) – altijd ‘het gesprek blijven voeren’ met Israël. Met die strategie zouden ‘dingen bereikt worden’. Landen die kozen voor een harde opstelling tegen Israël, werden door Nederland weggezet als landen die met hun aanpak niets zouden bereiken.
Toen Rusland in februari 2022 Oekraïne binnenviel, verbrak Nederland direct alle betrekkingen. Met de Russen voer je geen gesprek, heette het: die sanctioneer je. Het kabinet wees daarbij op zijn verplichtingen onder het internationaal recht. In ruim vier jaar tijd zijn twintig Europese sanctiepakketten opgetuigd.
De Rijksoverheid schrijft op haar website dat de sancties zijn ingesteld, vanwege de ‘illegale invasie van Oekraïne’ en de ‘Russische aanvallen die doelbewust zijn gericht op woongebieden, ziekenhuizen, energiecentrales en watervoorziening’. Over het doel van de harde aanpak is de overheid duidelijk:
De sancties blijven nodig om de druk op Rusland verder op te voeren. Sancties maken het moeilijker voor Rusland om de oorlog te blijven bekostigen.
Die argumenten gaan ook ruimschoots op voor Israël. Zo verschenen in de week vóór Berendsens gesprek drie rapporten over het geweld tegen Palestijnse kinderen. Daaruit blijkt onder meer dat Israël een ‘weloverwogen strategie’ volgt ‘om de toekomst van de Palestijnen in de Gazastrook te vernietigen door hun kinderen als doelwit te nemen’. Een (deels) Nederlands onderzoek wijst uit dat Israël in de Gazastrook een voor kinderen ‘martelende omgeving’ heeft gecreëerd.
Als gevolg van het Israëlische beleid staan er ook Nederlandse belangen op het spel. In mei eiste Berendsen uitleg en excuses voor de kidnapping en mishandeling van de Nederlandse opvarenden van de Global Sumud Flotilla, waarover recent een documentaire verscheen. Israël heeft die excuses vooralsnog niet aangeboden.
En vlak voor Berendsens gesprek met Sa’ar werd door EU Observer onthuld dat Israël in Palestina voor meer dan 150 miljoen euro aan Europese en Nederlandse hulpprojecten heeft vernietigd. Die waren gefinancierd met (ook Nederlands) belastinggeld. Die verliezen worden door Israël niet gecompenseerd.
Geen van deze onderwerpen is door Berendsen besproken, ze waren niet geagendeerd. In januari bleek uit onderzoek door Vrij Nederland dat op het ministerie van Buitenlandse Zaken een sterke ‘pro-Israëlcultuur’ heerst. Zo worden gegevens gemanipuleerd, blijkt innig contact te bestaan met pro-Israël lobbyclub CIDI, en komen extremistische pro-Israëlstemmen er in aanmerking voor promotie.
Berendsens gesprek met Sa’ar is een voortzetting van de ‘openhartige gesprekken’ die Nederland al jaren met Israël voert, waarbij het kabinet geregeld zijn ‘bezorgdheid’ uitspreekt, maar geen concreet resultaat boekt ter bescherming van de Palestijnen. Zelfs nu Nederlandse burgers – fysiek en financieel – slachtoffer worden, blijft actie uit. Niet uit overmacht, maar als beleid.
Nederland kocht tussen juni 2025 en april 2026 voor circa een miljard euro aan Israëlische wapens, schrijft Trouw. De krant citeert de Israëlische Defensieminister Israel Katz, die een ‘duidelijke en onmiskenbare lijn’ ziet ‘tussen de prestaties van het Israëlische leger op het slagveld en het succes van de defensie-export’. Israël kan mede dankzij Nederland zijn genocide blijven bekostigen.