Aan een internationale debatwedstrijd voor studenten, deze week aan de Universiteit Utrecht, doen ook tientallen studenten van Israëlische universiteiten mee. De opening was gisteravond in de centrale Utrechtse bibliotheek. Honderden demonstranten verzetten zich tegen Israëlische deelname. The Rights Forum was erbij.

‘Shame on you! Shame on you!’ klinkt het uit zowat 250 kelen wanneer een groepje debatliefhebbers via café Meneer Potter de bibliotheek aan de Utrechtse Neude binnengaat. Het is zondagavond, bij de aftrap van het Europees Kampioenschap Debatteren dat deze week wordt gehouden, en waar tientallen studenten uit Israël aan meedoen. De Israëlische studenten hadden geweerd moeten worden, vinden de demonstranten, omdat banden met Israël verbroken moeten worden vanwege de genocide en bezetting in Palestina.
De politie houdt debatteerders en demonstranten zorgvuldig uit elkaar. De zijkant van de bieb is vanaf twee kanten afgeschermd met een politiecordon en politiebusjes. Eén van de demonstranten klimt met een flinke versterker op een prullenbak en houdt die in de lucht terwijl er in het Engels toespraken worden gehouden. De debatteerders lijken zich er niet veel van aan te trekken: ze zien er feestelijk uit voor de openingsavond en hebben het gezellig.
De Universiteit Utrecht (UU) en University College Utrecht (UCU, het internationale college van de UU) herbergen dit jaar de European University Debating Championships, oftewel het Europees Kampioenschap Debatteren. Daarbij strijden leden van debatclubs op Europese universiteiten gedurende vijf dagen tegen elkaar. Van de 551 deelnemers uit 33 landen komen er maar liefst 93 uit Israël. Dat liet het organisatiecomité weten in een verklaring naar aanleiding van de weerstand die de Israëlische deelname opriep.
De organisatoren geloven, schrijven ze, dat dialoog belangrijker is dan het verbreken van contact, juist wanneer de meningsverschillen groot zijn. ‘Verandering ontstaat zelden doordat mensen elkaar niet meer ontmoeten; zij ontstaat juist wanneer ideeën worden uitgedaagd, bevraagd en bekritiseerd,’ aldus het organisatiecomité.
‘Dat klopt allemaal, maar doet niet ter zake,’ zegt demonstrant Merel (24), lid van Protest, de jongerenbeweging van PRO. Ze weet er alles van, als politiek actieve student debatteert ze heel wat af. ‘Hoe kun je veilig met elkaar debatteren als er leden van het gevaarlijkste leger ter wereld meedoen? Hoezo komen deze mensen Nederland binnen? Waarom zijn er nog steeds samenwerkingsverbanden met Israëlische universiteiten?’

In de aanloop naar de debatwedstrijd stond de volledige deelnemerslijstonline. Toen er vragen over kwamen, werd die offline gehaald. Inmiddels waren verschillende mensen al bezig met het checken van de sociale media-accounts van de Israëlische deelnemers. Hadden die gediend in het Israëlische leger?
Student Merel checkte er ook een paar en ja hoor, een aantal deelnemers hadden posities in het leger. ‘Ze deelden dat heel openlijk, alsof het niets is om je voor te schamen.’ Ze merkte op dat sommige Israëlische deelnemers alleen met hun voornaam op de lijst stonden: ‘Dat is vast ook niet voor niets.’
Jose (33), oorspronkelijk uit Yemen en al een paar jaar in Nederland, heeft ook moeite met de Israëlische deelname. ‘Als er studenten uit Palestina aan de debatwedstrijd mee hadden gedaan, was hun achtergrond vast helemaal uitgepluisd, maar deze Israëlische studenten kunnen gewoon komen.’
Demonstrant Hamid (26) komt uit Palestina en is nu vluchteling in Nederland. Hij studeerde Arabisch aan de Universiteit van Bethlehem. ‘Israëlische soldaten kwamen op de campus en ik ben daar ook een keer zomaar gearresteerd’, zegt hij. ‘Ik ben daar hele slechte herinneringen aan.’ Hij knikt met zijn hoofd naar de twee mensen met een Israëlische vlag die op een afstandje van de demonstranten staan. ‘Die vlag haalt het allemaal meteen weer terug.’
Demonstrant Juul
Onder de deelnemers aan de debatwedstrijd zijn geen Palestijnse studenten. Dat had wel gekund, want er zijn twee Palestijnse universitaire debatclubs die bij de koepel zijn aangesloten, namelijk de Al-Quds Universiteit in Jeruzalem en de An-Najah Universiteit in Nablus. In praktische zin werpt allicht een drempel op dat de deelnemers hun eigen deelname moeten financieren, en helpen strenge visumregels ook niet.
Volgens het comité dat de debatwedstrijd organiseert, vertegenwoordigen de Israëlische studenten niet ‘de staat Israël’ en zijn alle studenten er puur op persoonlijke titel. De demonstranten zijn niet overtuigd. Juul (26), student antropologie aan de Universiteit Utrecht, zegt: ‘Een debatcentrum aan een Israëlische universiteit maakt deel uit van de Israëlische propagandamachine die de Israëlische doctrines verspreidt. Het is belachelijk dat er na drie jaar genocide en na meer dan tachtig jaar apartheid studenten van daar naar hier komen alsof het de normaalste zaak van de wereld is.’
Meerdere demonstranten vergelijken Israëlische deelname aan zo’n internationale debatwedstrijd met Israëlische deelname aan de Olympische Spelen en aan het Eurovisie Songfestival: ze zeggen dat Israël, de bezetting, apartheid en de aanhoudende genocide in Gaza daarmee worden genormaliseerd en ‘witgewassen’.
Niet alleen de organisatoren van de debatwedstrijd wordt kwalijk genomen dat de Israëlische studenten zonder problemen mee kunnen doen, ook de Universiteit Utrecht krijgt een veeg uit de pan. Namens Dutch Scholars for Palestine houdt Sue Blackwell een speech. Zij verzet zich tegen de verdediging van de UU en UCU dat ze de wedstrijd slechts faciliteren. Blackwell: ‘Als je als pro-Palestijnse groep iets wilt organiseren binnen de universiteit, worden er allerlei obstakels opgeworpen, maar dit kan wel gewoon?’

Niet alleen de debatwedstrijden zelf worden aan de uni gehouden, de deelnemers slapen ook op het campusterrein. Blackwell: ‘De UU heeft alle toekomstige samenwerkingen met Israëlische universiteiten opgeschort, maar dat is niet genoeg.’ Over de dialoog die door een debatwedstrijd op gang wordt gebracht en dat dat juist goed is, citeert ze in haar speech Omar Barghouti, de Palestijnse academicus die aan de wieg stond van de BDS-beweging (Boycot, Desinvestering en Sancties): ‘Het is moeilijk een dialoog te voeren met iemand die op je nek staat.’
De langste toespraak is van Elena, die in een rood T-shirt met opschrift ‘Jews for Palestinian Liberation’ spreekt namens Erev Rav, een antizionistisch joods collectief.
‘Ze noemen dit een academische uitwisseling’, roept ze in het Engels. Via de luidspreker worden haar woorden over de debatdeelnemers uitgestort.
‘Ze noemen het dialoog. Ze noemen het een viering van ideeën. Maar wij zijn hier omdat er een tegenstrijdigheid is die niet genegeerd kan worden: je kunt geen academische dialoog voeren terwijl de Palestijnse academische wereld stelselmatig wordt vernietigd. Je kunt de uitwisseling van ideeën niet vieren terwijl de instellingen waar die ideeën ontstaan tot puin worden gereduceerd. Je kunt niet beweren kennis te verdedigen terwijl je zwijgend toekijkt hoe diezelfde kennis wordt aangevallen. Daarom zijn wij hier. Wij zijn hier niet om de dialoog te verstoren – wat dat woord tegenwoordig ook nog moge betekenen. Wij zijn hier omdat het zwijgen gerechtigheid al veel te lang in de weg heeft gestaan.’
De openingsavond begint om 20.00 uur. Nadat de laatste deelnemers via de zij-ingang de bieb zijn binnengegaan, blijven de demonstranten onvermoeibaar leuzen scanderen. Of dat binnen nog te horen is, is de vraag, maar meerdere voorbijgangers vragen wat er aan de hand is. De demonstranten grijpen de gelegenheid aan hun argumenten te delen. Om 21.30 houden ze het voor gezien. De politie gaat voorop in een mars naar het Centraal Station, in een boog om het gebouw heen. Er zijn nog zo’n vijftig mensen over, maar die laten terwijl ze langs de volle terrassen in de stad lopen luid en duidelijk hun mening horen: ‘Nederland schande, bloed aan je handen!’
The Rights Forum heeft het organiserend comité een aantal vragen voorgelegd over de debatwedstrijd. Daar is ten tijde van publicatie van dit stuk nog niet op gereageerd.