Een delegatie van Israëlische universiteiten was in Nederland om te lobbyen tegen maatregelen die zijn genomen vanwege hun rol in de genocide in Gaza. Met name Het Parool nam de Israëlische PR kritiekloos over.

‘De tijd is rijp voor een nieuwe start’, zei een vertegenwoordiger van Israëlische universiteiten. Een driekoppige delegatie van de Universiteit van Tel Aviv en de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem lobbyde vorige week in Nederland om de sinds de genocide bekoelde relatie met Nederlandse universiteiten te verbeteren.
Zover bekend ontvingen Universiteit Leiden, de Vrije Universiteit en de Erasmus Universiteit de Israëlische delegatie. De Universiteit Utrecht en Radboud Universiteit sloegen het bezoek af.
Met name Het Parool nam in zijn artikel de PR van delegatie klakkeloos over, ook NRC gaf weinig weerwoord. Dat terwijl de delegatieleden meerdere misleidende uitspraken deden en onwaarheden verkondigden. Ook miste de juiste context en achtergrondinformatie om de woorden van de delegatieleden op waarde te schatten.
The Rights Forum heeft het PR-verhaal van de Israëlische universiteiten wél kritisch tegen het licht gehouden:
In het artikel van Het Parool spreekt de Israëlische delegatie over een ‘boycot’ van Israëlische universiteiten. Maar: van een boycot is geen sprake. De meeste Nederlandse universiteiten hebben slechts hun uitwisselingsprogramma’s met Israëlische universiteiten stopgezet. Ook hebben ze aangegeven voorlopig geen nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan. In geen enkel geval zijn álle institutionele banden verbroken, zoals dat het geval was bij de boycot van Zuid-Afrikaanse universiteiten uit protest tegen het toenmalige apartheidsregime daar.
De genomen maatregelen tegen de Israëlische universiteiten betreffen specifieke projecten of programma’s die per geval zijn getoetst. Alleen wanneer binnen deze projecten mensenrechten in het geding komen, worden die (voorlopig) stopgezet of wordt besloten niet in te stappen. Dat is geen boycot.
Door dit niet te zo benoemen, maar mee te gaan in het ‘boycot-frame’, schetst Het Parool een beeld waarin de opstelling tegenover Israëlische universiteiten veel harder lijkt dan die in werkelijkheid is.
Activisten, studenten én onderzoekers vinden dat de maatregelen die hun universiteiten hebben genomen, bij lange na niet ver genoeg gaan. Twaalf Nederlandse academici brachten vorig jaar een rapport uit over de relaties tussen Nederlandse en Israëlische wetenschappelijke instituties. De conclusie luidde dat het opschorten van alle institutionele samenwerkingen met Israël ‘het enige verantwoorde pad is’. ‘Het idee dat er in Israël vrije, liberale universiteiten zijn, is een fabeltje.
Er zijn in Israël geen onschuldige onderwijsinstellingen’, zei de in Israël geboren Erella Grassiani, antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en een van de auteurs, bij de presentatie van het rapport in NRC.
De Israëlische universiteiten zijn elk medeplichtig aan de genocide in de Gazastrook, concludeerde het rapport, onder andere door samen te werken met het Israëlische leger en de veiligheidsdiensten.
Ook de Israëlische onderzoeker Maya Wind deed onderzoek naar de rol van Israëlische universiteiten. Ze schreef er het boek Towers of Ivory and Steel (2024) over, met de conclusie dat Israëlische universiteiten actief betrokken zijn bij de onderdrukking van het Palestijnse volk, en bij het rechtvaardigen van die onderdrukking.
Dit is een belangrijk hiaat in de artikelen van NRC en Het Parool over de lobby van Israëlische universiteiten. De reden waarom bepaalde samenwerkingsverbanden worden opgeschort – de medeplichtigheid van de instituties aan genocide – blijft onvermeld. Door deze cruciale informatie weg te laten, spelen de artikelen het Israëlische PR-verhaal in de kaart. Het schetst een beeld dat de maatregelen tegen universiteiten oneerlijk of onredelijk zouden zijn.
Het Parool noemt de genocide in het geheel niet. NRC refereert wel aan de ‘zware beschuldiging van genocide’, maar niet aan de medeplichtigheid van universiteiten daarin, terwijl dat precies is waar het in dit geval om gaat.
Het NRC-artikel vermeldt een quote van een Israëlisch delegatielid:
‘Niemand in Nederland die vindt dat Amerika fouten maakt in Venezuela of Iran vraagt om een boycot van het Massachusetts Institute of Technology.’
Behalve dat bovenstaande Israël in het geheel niet vrijpleit, maakt het delegatielid een valse vergelijking die de situatie ernstig bagatelliseert. Het gaat niet ‘om fouten maken’, het gaat om het plegen van genocide, en de medeplichtigheid van de universiteiten daaraan. Die context krijgt de lezer niet, en de geïnterviewden worden er in de artikelen niet op bevraagd.
De Israëlische delegatie stelde dat universiteiten in Israël kritisch staan tegenover de regering van premier Benjamin Netanyahu, dat ze níet met de Israëlische overheid zouden zijn verweven en dat maatregelen daarom niet op zijn plaats zouden zijn. Maar ze zijn daar wél nauw mee verbonden, als ook met het Israelische leger.
En de kritiek die klinkt op de Israëlische overheid blijft binnen de lijntjes; het aan de kaak stellen van apartheid of de genocide, vindt nauwelijks plaats. In de maanden na 7 oktober 2023 namen de universiteiten de genocidale oorlogsretoriek van Netanyahu over, en hebben ze gretig en herhaaldelijk de anti-genocidedemonstraties op westerse universiteiten als ‘antisemitisch’ besmeurd.
In Het Parool zegt de delegatie dat de Israëlische universiteiten zich ‘luid en duidelijk’ hebben uitgesproken tegen de mishandeling van flotilla-activisten door de Israëlische minister Itamar Ben-Gvir. Maar de systematische marteling en verkrachtingen van duizenden Palestijnse gevangenen en de genocide blijven onbenoemd.
Kritische studenten en stafleden worden bovendien veelal ‘actief monddood’ gemaakt, stelde het eerder genoemde rapport over de banden tussen Nederlandse en Israëlische universiteiten. Zo werd een Palestijnse onderzoeker aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem in april 2024 op non-actief gesteld, nadat ze Israëls acties in de Gazastrook als genocide had omschreven, en een petitie had ondertekend die opriep tot een staakt-het-vuren.
Dat wil niet zeggen dat er aan de Israëlische universiteiten geen kritische Joods-Israëlische onderzoekers meer zijn. Neem Adam Raz van de Universiteit van Haifa, hij spreekt van genocide in de Gazastrook en omschrijft de acties van Israëlische troepen tijdens de Nakba in 1948 als van bovenaf aangestuurde en geplande ‘terreur’. Daarom focust de roep om een academische boycot zich doorgaans op het verbreken van alle institutionele banden, en laat die de ruimte om samenwerkingen met individuele onderzoekers voort te zetten.
Nog een voorbeeld dat universiteiten niet alleen wegkijken van de onderdrukking van Palestijnen, maar daar ook aan meewerken: de Hebreeuwse Universiteit is deels gebouwd op illegaal bezet Palestijns gebied. Daarmee schendt de universiteit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof uit 2024 en de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Beide droegen Israël op zich in het geheel terug te trekken uit de bezette gebieden en Palestijnen te compenseren voor gelede schade.
Een volgend argument van de Israëlische delegatie was dat een boycot van Israëlische universiteiten de koers van de regering ‘niet zou veranderen’, en daarom geen zin zou hebben. Dat is een drogredenering. Ten eerste heeft de casus Zuid-Afrika aangetoond dat een academische boycot wel degelijk effect kan hebben. Ten tweede heeft het Israëlische parlement, de Knesset, vorig jaar gesproken over hoe om te gaan met een academische boycot, wat volgens Uva-sociologe Sarah Bracke aantoont dat een maatregelen wel degelijk ‘pijn doen’.
Ten derde ontkent de delegatie hiermee het doel van een boycot, die om meer gaat dan alleen de koers van een regering: het principieel niet willen samenwerken met instituties die medeplichtig zijn aan genocide. Het gaat er daarbij ook expliciet om dat universiteiten in Nederland zélf niet medeplichtig worden als gevolg van hun samenwerking met Israëlische partners. Dat staat los van het wel of niet veranderen van de koers van een regering.
De Nederlandse universiteiten durven vooralsnog niet uit EU-onderzoeksprojecten met Israëlische partijen te stappen, uit angst voor juridische gevolgen, schreef Trouw deze week. De Israëlische universiteiten dreigen impliciet met juridische maatregelen ‘wegens discriminatie’.
De Vlaamse Universiteit van Gent (UGent) trekt zich van dergelijke dreigementen niets aan. Het instituut stapte uit een EU-onderzoeksproject met Israëlische partners, ondervond daarvan geen consequenties en wil nu uit nog vijf samenwerkingsprojecten stappen. De vrees voor juridische gevolgen lijkt ongegrond.
Wie het PR-verhaal van de Israëlische delegatie goed leest, ziet dat de universiteiten de genocide in de Gazastrook en hun medeplichtigheid daaraan niet erkennen. Daarmee geven ze zelf onbedoeld een overtuigend argument voor een volledige institutionele boycot.