Badee Dwaik is een Palestijnse mensenrechtenactivist en schrijver uit Al-Khalil (Hebron). Hij moest vluchten voor de Israëlische bezetter en is nu in Nederland.
12 september 2026 Lees meer overMensenrechtenactivist Badee Dwaik (53) vluchtte voor zijn leven uit Hebron (Al-Khalil), in het zuiden van de Westelijke Jordaanoever. Vanuit het AZC in Hoogeveen blijft hij zich inzetten voor zijn volk en zijn land, Palestina.

Nooit van mijn leven had ik verwacht dat ik een vluchteling zou worden.
Niet in de laatste plaats, omdat ik vele malen in het buitenland heb gesproken over het lijden van mijn volk, over de Palestijnse vluchtelingen, en over de manier waarop wij, Palestijnen, door weerstand en veerkracht overeind blijven tegenover een van de sterkste koloniale machten in de moderne wereld. Een militaire macht die op alle mogelijke manieren wordt gesteund door imperialistische landen, waarvan sommige ooit over grote delen van de wereld hebben geheerst.
Anders dan zo veel van mijn landgenoten die in 1948 door Israël werden gedwongen het thuisland te verlaten, of degenen die tijdens de oorlog in 1967 vluchteling werden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, kom ik niet uit een vluchtelingengezin. Ik kom uit een bekende familie die al honderden jaren in Al-Khalil (Hebron) woont.
Ik had nooit gedacht dat de angst om mijn thuis te moeten ontvluchten, op een dag werkelijkheid zou worden. Het is een angst die al zeker tachtig jaar in de Palestijnse geest leeft en waarover ik in het buitenland heb gesproken, terwijl ik het recht op Palestijnse terugkeer verdedigde.
De eerste keer dat ik mij ontheemd heb gevoeld, was in 2014 in het verlaten Palestijnse dorp Ein Hijleh. Het ligt in de Jordaanvallei, vlakbij de Jordaanse grens. Hier hadden Palestijnse christenen eeuwenlang gewoond, maar Israël had ze in 1967 verdreven.
We hadden hard gewerkt om dit prachtige oude dorp weer tot leven te brengen, ik was een van vele activisten die zich er hadden gevestigd. We noemden onze acties het ‘Zout der Aarde’. Binnen enkele dagen bruiste het dorp weer; we hadden onze gezinnen meegebracht, we waren er met honderden vrouwen, kinderen en mannen. Met zijn allen organiseerden we activiteiten die onze Palestijnse identiteit en onze band met het land versterkten.
We waren er zes dagen, op de zevende stond een groot vrijdaggebed gepland, maar voordat dat kon plaatsvinden, werden ook wij verdreven. In de nacht van donderdag op vrijdag omsingelden de Israëlische bezettingstroepen Ein Hijleh met een groot aantal militairen. Ze verdreven ons met granaten, geluidsbommen en schoten met scherp. Eenenveertig mensen raakten gewond en werden naar het ziekenhuis in Jericho gebracht; ik was een van de eersten die gewond raakte.
De brute wijze waarop we uit Ein Hijleh werden verjaagd, schokte mij. Opeens drong het tot me door wat het betekende om ontworteld te zijn, iets wat het leven van zo veel Palestijnen al generaties lang bepaalt. De ervaring in Ein Hijleh bleef mij bij, en kwam in volle hevigheid terug toen ik in ballingschap ging en vluchteling werd in Nederland.
De vluchtelingenkwestie is en blijft altijd de kern van de Palestijnse zaak. Talloze Palestijnse vluchtelingen wonen inmiddels over de hele wereld verspreid. Tegelijkertijd blijft onder de Palestijnen die zich tegen de bezetting verzetten, de angst bestaan om zelf vluchteling te worden. Zij blijven, vaak wanhopig, proberen om verbonden te blijven met hun land en hun thuis. Álle Palestijnen weten dat het verlies van huis en land ook het verlies van identiteit en herinneringen kan betekenen.
Wat sinds 7 oktober 2023 is gebeurd, inclusief de genocide in de Gazastrook, toont aan dat de Israëlische bezetters geen genoegen nemen met de grote delen van Palestina die ze al onder hun controle hebben. Het maakt duidelijk dat ze de Palestijnen uit het héle land willen verdrijven, met alle mogelijke vormen van geweld. Veel regeringen, vooral machtige regeringen, zwijgen of steunen dit gewelddadige Israëlische beleid. Maar ondanks alle moord en vernietiging blijft het Palestijnse volk sterk en verdedigt het zijn identiteit.
Ik kreeg de zeldzame kans om naar Nederland te reizen en deel te nemen aan een mensenrechtenprogramma, in de zeven jaar daarvoor was ik niet in het buitenland geweest. Vlak voor ik zou vertrekken, vielen Israëlische militairen mijn huis binnen, ik vreesde dat ze mij zouden oppakken, dat ik niet zou kunnen reizen.
Mijn gezondheid was slecht, en ik besefte dat ik een nieuwe gevangenschap onder de huidige omstandigheden in de Israëlische detentiecentra niet zou overleven, die zijn dodelijk geworden. Mijn zoon Mahmoud is in november 2023 ontvoerd en gemarteld, zijn leven was toen een hel in elke betekenis van het woord. Deze keer pakten de Israëli’s me gelukkig niet op, maar ik besefte dat mijn dagen in vrijheid waren geteld.
Mijn tas was al gepakt. Ik had twee dagen eerder geprobeerd naar Jordanië te gaan, maar Israël had de grensbrug over de rivier de Jordaan gesloten. Ik geloof in de woorden van de door Israël vermoorde Palestijnse auteur Ghassan Kanafani: ‘Sterf niet voordat je een gelijkwaardig tegenstander bent geworden.’
Dus vertrok ik direct na de inval opnieuw en bracht de nacht door bij de nog gesloten grensbrug, zodat ik daar zo vroeg mogelijk in de rij zou kunnen staan voor de Israëlische controle. Met de hulp van een taxichauffeur, die goede contacten had met een aantal mensen van de grenscontrole, kon ik de brug oversteken en Jordanië bereiken.
Ik had al vaker gereisd, soms alleen, soms met mijn vrouw. Ook nu zag ik mijn reis als iets tijdelijks. Ik zou, net zoals alle voorgaande keren, terugkomen. Maar deze keer was het anders. Terwijl ik in Amman wachtte op mijn vliegtuig kreeg ik bericht dat Israëlische militairen het gebouw waar ik met mijn broers woonde opnieuw waren binnengevallen. Het was de vijfde inval in minder dan twee weken, ze waren er gewend aan geraakt mijn huis te plunderen. Ze vroegen mijn broers waar ik was.
Tijdens een van de eerdere invallen sloegen de militairen mijn zoon, een van mijn neven en twee van mijn broers neer.
Een andere keer namen ze twee auto’s van mijn broers mee. Ze reden ze naar een militaire controlepost vlakbij een nieuwe buitenpost [van kolonisten] op slechts drie minuten lopen van mijn huis. We konden de auto’s niet meer terughalen. Soms was ik aanwezig bij de invallen, soms was ik er niet. Plotseling besefte ik dat ik niet meer zou moeten terugkeren, omdat ik dat niet zou overleven. Ik was een balling geworden.
Om mijn leven te beschermen besloot ik om bescherming in Nederland te vragen, terwijl ik vanuit daar tegelijkertijd mijn strijd voor de vrijheid van Palestina zou voortzetten. Ik zal Palestina nooit opgeven, vergis me niet: ik ben niet ontworteld. Dat ik vluchteling ben geworden, is een manier om mijn leven te beschermen, maar ik heb mijn land of mijn recht op terugkeer niet opgegeven.
De Palestijnse zaak overstijgt landsgrenzen. Het is een kwestie geworden voor iedereen die gelooft in menselijkheid, rechtvaardigheid en vrijheid in de wereld. Dat is de reden waarom de toewijding van ons volk aan het recht op terugkeer en vrijheid voor iedere Palestijn niet in tegenspraak is met mijn eigen gedwongen ballingschap.
Door hier in Nederland te zijn, waar ik veel meer vrijheid heb, heb ik de kans om de zaak van mijn volk te blijven uitdragen. Erover te spreken en harten, ogen en geesten te openen voor het voortdurende onrecht dat het Palestijnse volk wordt aangedaan – een onrecht waarvoor we elke dag betalen met ons bloed en de levens van onze kinderen.
Palestina leeft in mijn hart en in mijn gedachten, waar ik fysiek ook ben. Daarom blijf ik over Palestina spreken en gebruik ik elke mogelijke gelegenheid om te zeggen: wij zijn Palestijnen. Ik ben vandaag misschien ver van mijn huis, maar waar ik ook ga, draag ik Palestina met mij mee. In mijn woorden, in mijn herinneringen, in de verhalen van mijn volk en in de kleine dingen die ik deel met mijn vrienden in Nederland.
Ik kook het Palestijnse gerecht maqluba voor ze. Ik vertel ze over Palestina, de Palestijnse steden en dorpen, over de geschiedenis ervan en hoe we ons aan onze identiteit vastklampen, ondanks alle Israëlische pogingen ons te ontwortelen.
De plaats waar ik woon mag dan zijn veranderd, mijn verbondenheid met Palestina blijft. Ik ben er vertrokken om mijn leven te redden, maar ik heb mijn land nooit achtergelaten. Waar ik ook ben, Palestina is bij mij – een vluchteling in ballingschap, maar nog steeds Palestijns. Ik blijf me verzetten door middel van mijn werk, mijn woorden en mijn herinneringen. En ik blijf dromen van terugkeer en vrijheid.