Marwan Barghouti, de ‘Palestijnse Mandela’, zit al bijna 25 jaar vast in een Israëlische cel. ‘De grootste bedreiging voor Israël zijn niet extreme leiders. De grootste bedreiging zijn gematigde leiders’, zegt zijn zoon Arab.

Arab Barghouti was 11 jaar oud toen zijn vader, Marwan Barghouti, in Ramallah werd ontvoerd door Israëlische militairen. Arab was niet thuis; er was al een poging gedaan om zijn vader van het leven te beroven. Om zijn familieleden te beschermen, verbleef Marwan elders.
Dat was geen overdreven maatregel. Inmiddels is bij een breed publiek bekend dat Israël personen in de Gazastrook bewust in hun woning om het leven brengt, en daarbij hele families van de aardbodem doet verdwijnen.
Arab (35) heeft in de bijna 25 jaar die sindsdien zijn verstreken, zijn vader niet één keer kunnen knuffelen, zegt hij. Als ze hem in de gevangenis mochten bezoeken, zat zijn vader altijd achter glas.
Arab Barghouti is even in Nederland, als onderdeel van de campagne – Free Marwan – om zijn vader vrij te krijgen. Hij heeft een druk programma, interviews met diverse kranten, een gesprek met Kamerleden Kati Piri (PRO), Christine Teunissen (PvdD) en Hannah van der Werf (D66). The Rights Forum kon hem kort spreken op station Amsterdam Centraal. Hij kiest ervoor niet bij de Starbucks te zitten – dat is een van de bedrijven die wordt geboycot door de Palestijnse solidariteitsbeweging. Dus nemen we plaats in een van coulissen in de stationshal.
De laatste keer dat Arab zijn vader zag, was in 2022. Sinds 7 oktober 2023 verbiedt Israël elk bezoek met Palestijnse politieke gevangenen, alleen hun advocaten mogen bij hen langskomen, en dat ook lang niet altijd. Arabs vader zit sinds oktober 2023 in een isoleercel met alleen een metalen bed met dunne matras, er schijnt geen zonlicht naar binnen. Per dag mag hij één uur zijn isoleercel uit. Niet naar buiten, maar naar een wat grotere cel waar evenmin zonlicht binnenkomt.
Marwan Barghouti wordt regelmatig mishandeld. Recent werd hij in elkaar geslagen, met gebroken ribben tot gevolg, zegt Arab. De Israëlische minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, is verantwoordelijk voor het gevangeniswezen – door ngo’s beschreven als een netwerk van martelkampen – en gaat er prat op dat hij de omstandigheden voor Palestijnse gevangenen nóg erbarmelijker heeft gemaakt.
Ben-Gvir houdt ervan gevangenen in hun cel te bezoeken, ze te vernederen, met de dood te bedreigen en de video hiervan online te zetten. Dat deed hij vorig jaar met Arabs vader, en recent met Hassan Salame.
Gevangenen krijgen een voedselrantsoen dat er op is berekend ze nét in leven te houden, maar Marwan krijgt nóg minder, zegt Arab. De advocaat vertelde hem dat zijn vader bij zijn laatste bezoek enorm was afgevallen. Hij woog 54 kilo, waar dat eerder nog 70 kilo was. Arab vreest voor het leven van zijn vader. ‘Meer dan 100 gevangenen zijn gedood [sinds oktober 2023].’
Arab wil niet veel kwijt over hoe het was op te groeien zonder de aanwezigheid van zijn vader. Hij geeft zijn moeder, Fadwa, de credits voor het moed houden binnen het gezin met zijn twee oudere broers en zus.
Daarbij: zijn ervaring is niet wezenlijk anders dan de ervaring van elke Palestijn die onder de Israëlische bezetting leeft, zo benadrukt hij. ‘Ik kan niet klagen als ik mijn volk in de Gazastrook een genocide zie ondergaan. We lijden allemaal op onze eigen manier.’
Toch is Marwan Barghouti zeker niet elke Palestijn. Hij wordt aangeduid als de ‘Palestijnse Mandela’ en was op het moment van zijn arrestatie aan het begin van de Tweede Intifada de belangrijkste Palestijnse leider. Hij nog steeds ongekend populair onder Palestijnen.
Arabs vader werd veroordeeld voor betrokkenheid bij verschillende moordaanslagen – iets wat hij ontkent – in wat wordt beschouwd als een oneerlijk proces. Hij steunt het gewapende verzet tegen de bezetter, maar keurt aanvallen op burgers af, zegt Arab. ‘Gewapend verzet tegen een bezetter is een recht.’
Voor Arab is het kraakhelder waarom zijn vader vastzit. Die was in de positie om Palestijnse politieke facties te verenigen en het leiderschap van de Palestijnen op zich te nemen, en kon daarmee een gesprekspartner voor vrede zijn. ‘Het is duidelijk dat de Israëli’s geen vrede willen. Hun regering roept op tot genocide, etnische zuiveringen, apartheid en bezetting. Dat is geen weg naar vrede,’ zegt Arab. ‘De grootste bedreiging voor Israël zijn niet extreme [Palestijnse] leiders. De grootste bedreiging zijn gematigde [Palestijnse] leiders, die geloofwaardig zijn, die legitimiteit genieten, en die geloven in het internationaal recht.’
‘Daarom houden ze mijn vader vast’, gaat hij verder. ‘Hij is geen veiligheidsdreiging, dat is hij nooit geweest. De Israëli’s willen geen partner voor vrede, hun project is de volledige dominantie over Palestijns land. Hun strategie is simpel; ze klagen over woorden en slogans, en intussen creëren ze voldongen feiten op de grond.’
‘Israëli’s klagen altijd over wat de Palestijnse beweging zegt. Neem de slogan “van de rivier tot de zee”. Die staat in het handvest van de Likudpartij [van premier Netanyahu], en impliceert dat Israël zich van de [Middellandse] zee tot de rivier [de Jordaan] uitstrekt. De Israëli’s ontkennen ons Palestijnse bestaan.’
‘Het is allemaal onderdeel van de strategie. En intussen kunnen ze doen wat ze willen; nederzettingen bouwen, Jeruzalem [annexeren], genocide plegen in Gaza. Ze willen ons het leven onmogelijk maken, zodat we vertrekken. En als we niet vertrekken doden ze ons. Zo simpel is het.’
‘Sancties, het isoleren van Israël. Échte sancties tegen die staat, niet alleen tegen enkele individuen. Dat kan het verschil maken, zoals bij [het apartheidsregime in] Zuid-Afrika is gebeurd. Verder: de Palestijnse staat erkennen, het steunen van geloofwaardig Palestijns leiderschap en het oproepen tot de vrijlating van mijn vader’.
Arab betreurt het dat de NPO heeft besloten dat Nederland ondanks de Israëlische deelname toch weer mee gaat doen aan het Eurovision Songfestival. ‘Als je zegt dat het ok is dat een land dat genocide pleegt, mee kan doen aan culturele evenementen, dan normaliseer je deze genocide.’
‘Het is een schande dat organisaties Israël nog steeds laten meedoen, ook de [voetbalfederatie] Fifa sluit Israël niet uit. Daarmee zeggen ze: “het maakt ons niet uit”. Historisch gezien maken culturele boycots een wezenlijk verschil, dat moeten we niet onderschatten. Die maken dat Israëli’s zich geïsoleerd voelen, en zo moeten ze zich ook voelen. Je zou er niet bij mogen horen, als je genocide pleegt’.
‘De dubbele standaarden zijn duidelijk: Rusland werd direct gesanctioneerd, bij Israël er is altijd weifeling. [Europese leiders] noemen die staat hun grootste bondgenoot in het Midden-Oosten. Daarmee rechtvaardigen ze genocide. Het duurt zo lang voordat maatregelen tegen Israël worden genomen, het maakt westerse leiders medeplichtig aan ons lijden.’
‘Niemand heeft het over het Palestijnse recht zich te verdedigen. Als we gewapend verzet gebruiken in ons eigen land, wat volgens het internationaal recht legaal is, zijn we terroristen. Als we BDS [Boycot, Divest, Sanction] inzetten, het meest geweldloze verzet, zijn we antisemitisch. Er is altijd iets [om Palestijns verzet te delegimiteren].’
Daarbij ziet Arab dat Palestijns lijden in de Europese politiek en media niet tot dezelfde verontwaardiging leidt als het lijden van volkeren elders – hij noemt Oekraïne – en dat Palestijnse leed veel makkelijker geaccepteerd wordt.
‘Het normaliseren van Palestijns lijden is walgelijk. Je ziet het aan hoe we tot nummers worden gemaakt: “twintig doden in Gaza, de lucht is blauw.” Een Palestijnse gevangenen wordt doodgeslagen, tja, dat gebeurt. Als kinderen worden gedood door kolonisten, wie maakt het wat uit? Dat is hoe ons lijden wordt genormaliseerd, en dat is precies wat Israël wil.’
‘De essentie hiervan is racisme. Als je de reactie op [het geweld tegen] Oekraïne ziet en die op [het geweld tegen] Palestina, kun je er niet omheen dat het met racisme te maken heeft. Het lijden van mensen uit het Midden-Oosten, uit Afrika, van niet-Europeanen is in de geschiedenis zo genormaliseerd, die koloniale mentaliteit is er nog steeds.’
‘Ik zeg altijd: we willen niet dat mensen pro-Palestijns zijn, ze moeten pro-rechtvaardigheid zijn. Dan zullen ze begrijpen dat Israël een apartheidsstaat is, en dat dat niet houdbaar is. Geen land wil pro-apartheid zijn.’
‘Europese leiders lezen [mensen uit] het Midden-Oosten vaak de les over mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en dergelijke, maar ze passen die principes niet toe op de Palestijnen. Dat zendt een verkeert signaal naar hun eigen Europese bevolkingen. Die zien een genocide op livestream en hoe hun regeringen niet in actie komen’.
‘Mensen hebben in de gaten dat wat hun regering zegt niet overeenkomt met wat ze zelf zien gebeuren. Ze hebben door dat wat hun regeringen doen, niet in lijn is met internationaal recht. [De Europese regeringen] geven daarmee de boodschap af dat het internationaal recht alleen voor sommigen geldt. Dat is heel problematisch.’
‘Ja. Dingen veranderen. Kijk naar de VS; Israël genoot daar brede steun onder de bevolking, maar die steun is verschoven naar Palestina. Geen enkele persoon met tegenwoordigheid van geest kan het doden van kinderen rechtvaardigen. Ik geloof dat mensen goed zijn vanbinnen. Ik denk dat mensen, ook al steunen ze Palestina niet direct, ze het slachten van kinderen niet steunen.’
Arab put hoop uit de acties die mensen in Nederland en andere westerse landen op touw zetten om de Palestijnse zaak onder de aandacht te brengen. Hij vraagt Nederlanders hun regering onder druk te blijven zetten om Israël ter verantwoording te roepen voor de schendingen van internationaal recht. En, als zoon van, hoopt hij dat mensen de campagne om zijn vader vrij te krijgen steunen. Het persoonlijke is politiek, en het politieke is persoonlijk. Voor hem, en voor alle Palestijnen.
Arab: ‘Mensen moeten begrijpen dat Free Marwan een campagne is die echt een verschil kan maken voor de Palestijnse zaak, zoals de Free Mandela-campagne dat was voor Zuid-Afrika.’