‘Israël zal in de toekomst zeggen dat het de enige morele genocide in de geschiedenis van de mensheid heeft gepleegd’, zegt historicus Lodewijk van Oord, auteur van het onlangs verschenen boek ‘Staat van Verbeelding’ over Palestina en Israël. ‘En het zal zich slachtoffer noemen van het feit dat het dat juk op zijn schouders heeft genomen.’

Het idee dat Joden de echte en enige slachtoffers van de geschiedenis zijn, zit diep, zegt Van Oord tijdens een interview in een café in Amsterdam. Het is de vooravond van de 109e verjaardag van de Balfourdeclaratie: de brief van de Britse regering van 2 november 1917, waarin Groot-Brittannië zijn steun uitsprak voor de oprichting van een ‘nationaal tehuis voor het Joodse volk’ in Palestina.
Van Oord onderzocht voor zijn boek ‘Staat van Verbeelding’ diverse versies van die verklaring, waarvoor vanaf 1916 werd gelobbyd door hooggeplaatste Britse christelijke zionisten en buitenlandse Joden als Theodor Herzl en Chaim Weizmann. Het uiteindelijke document was het project van een slechts vijfkoppig Britse oorlogskabinet, en gaf vanaf 1917 de geschiedenis van het Midden-Oosten een dramatische wending. De gevolgen ervan werken tot op de dag van vandaag door, onder andere in de Israëlische genocide in de Gazastrook en de terreur tegen de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever.
Volgens Van Oord ondermijnt het idee van uniek slachtofferschap de zelfreflectie in Israël, het vermogen kritisch te zijn en kritiek van anderen te accepteren. ‘Veel Joodse Israëli’s denken: wij zijn uitverkoren en staan boven de regels die voor iedereen gelden, wij zijn het enige slachtoffer van de geschiedenis.’ Hij neemt een slok koffie. ‘Als historicus moet ik niet de toekomst voorspellen, maar ik zie de contouren ervan opdoemen: het Internationaal Gerechtshof gaat stellen dat Israël genocide pleegt. En Israël zal zeggen: “Het was misschien genocide, maar het was de enige morele genocide in de geschiedenis van de mensheid, deze moest plaatsvinden. En wat dapper van ons dat wij bereid waren dit te doen, wat nobel dat wij dit voor de westerse beschaving op ons hebben genomen.” Israël gaat zich slachtoffer noemen van het feit het dit juk op de schouders heeft genomen.’
Van Oord stelt dat de zionistische beweging vanaf het begin af aan telkens externe legitimiteit zoekt voor haar beleid. ‘De Balfourdeclaratie gaf legitimiteit voor de Joodse kolonisatie en vormde de aanzet voor de verpaupering van de Palestijnse samenleving. In de zomer van 1937 kwam het Britse Peel Partition Plan, waarmee het idee van territoriale segregatie en etnische zuivering salonfähig werd gemaakt. De zionistische beweging dacht daar al lang over na, nu durfde ze er openlijk over te spreken. En in november 1947 zeiden de zionisten na het VN-verdelingsplan: “Het is nu een kwestie van zoveel mogelijk land veroveren, pakken wat we pakken kunnen en [het VN-plan voor] de internationale zone in Jeruzalem voorkomen.” Je ziet dat zionisten steeds externe koloniale toestemming gebruiken om hun eigen agenda door te voeren.’
‘Zeker, het zo vaak herhaalde recht op zelfverdediging, wat een misinterpretatie is van het handvest van de VN. Israël heeft een opportunistische houding ten opzichte van de Verenigde Naties. De Israëlische vertegenwoordiger [bij dat orgaan] werd gefilmd, terwijl hij het VN-Handvest door de shredder haalde en zei: het Handvest is dood. Maar in zijn toespraak vlak daarna zei hij: Israël beroept zich op zelfverdediging, artikel 51 van het Handvest van de VN.’
Van Oord wacht tot een ambulance met luide sirenes is gepasseerd en gaat dan verder. ‘Het zionisme is een eclectisch palet aan meningen en standpunten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de beweging geradicaliseerd, die werd veel gewelddadiger en kritische stemmen werden gesmoord. Vanaf de jaren tachtig werd er gezegd: “We moeten geweld gebruiken, dat is een goddelijk gebod.” Dat is sinds 7 oktober staatsdoctrine geworden, Israël zegt: “We zijn trots op onze wreedheden en we schamen ons er niet voor.”’
‘Ja, Joods-Israëlische kinderen worden al vanaf de crèche doelbewust beïnvloed en gevormd. Vanaf de geboorte wordt dit soort ideeën erin geëtst, het maakt niet uit of je seculier, orthodox, ultraorthodox, progressief, conservatief of wat dan ook bent.’
‘De yishuv, de Joodse samenleving tijdens het Britse mandaat Palestina, had nul interesse om Palestijnse rechten te waarborgen. Voor het leiderschap van de yishuv hadden de Palestijnen geen rechten, ze waren een probleem dat moest worden opgelost. Er werd gespeculeerd over het Arabische vraagstuk, net zoals in Europa werd gesproken over het Joodse vraagstuk.’
‘Alles wat je nu ziet, gebeurde ruim honderd jaar geleden ook al. De terminologie, de mythes, verhalen en het creëren van feiten op de grond. In 1895 schreef Herzl in zijn dagboek: ‘We gaan de straatarme Palestijnse bevolking wegwerken over de grens door ze hier geen werk meer te geven. Honderdtwintig jaar later, in 2017, stelde Smotrich dat Israël de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever zou verpauperen om vervolgens migratiemogelijkheden naar andere landen te gaan onderzoeken. Het is precies hetzelfde. Kolonisten sluiten Palestijnse waterputten af, ze vergiftigen het Palestijnse vee en verdrijven de Palestijnen. Ze doen precies wat Herzl beschreef: als je de Palestijnen hun leefomstandigheden ontneemt, hun land, hun water, hun vee, dan moeten ze wel vertrekken. Wat op de Westelijke Jordaanoever gebeurt, is door de staat georganiseerd. Alles is gecoördineerd, het is niet spontaan, het zijn geen hooligans.’
‘Als je het hebt over 1948; ja, Israëli’s weten wat toen is gebeurd, de feiten, de bloedbaden, alle Joodse aanslagen, er is ongelooflijk veel bekend, maar de informatie erover bereikt de schoolboeken niet. De feiten halen het Israëlische achtuurjournaal en de talkshows niet. Er is geen collectieve wil om te weten, de mythes en fabels zijn veel comfortabeler dan de vreselijke feiten. Er is een gigantische cognitieve dissonantie. Individuele Israëli’s komen daardoor soms in de clinch, maar de maatschappij als geheel niet. Fabels, fictie, verzinsels en mythes verspreiden zich gewoonlijk als een razend vuurtje. De feiten komen uiteindelijk ook, maar daarvoor moeten archieven worden geopend, historici moeten onderzoek doen en boeken schrijven, die moeten worden gelezen en dat gebeurt nauwelijks. De feiten blijven in Israël in een niche van intellectuelen en hoogopgeleiden, Netanyahu ligt er niet wakker van.’
Van Oord denkt even na. ‘Door de documentaire Naza raakte hij in paniek. Israël is geobsedeerd door het vasthouden aan het narratief, Netanyahu is daarin een meester, hij doet al vijftig jaar niets anders. Dat de Palestijnen iets anders zeggen, maakt niet uit, maar nu gaat het fout; hoogopgeleide Oscarwinnende Israëlische Joden met een publiek, met autoriteit zeggen iets anders. Daar zijn ze in Israël als de dood voor, dus moet alles uit de kast worden gehaald om het narratief te behouden: angst aanjagen, propaganda, zelfs doodsbedreigingen [aan het adres van de makers van Naza]. Maar Israël kan dit niet meer winnen. Wat in de Gazastrook gebeurt, kun je goed vergelijken met de Shoah; het zijn beide industriële massamoorden.’
‘Het is niet te geloven, deze verklaring slaat helemaal nergens op. Israël eist de soevereiniteit op over vijftien miljoen mensen, van wie de helft Joods is. Twee miljoen Palestijnse met Israëlische burgerrechten mogen stemmen, maar niet meeregeren. Er is de Nation State Law uit 2017 die stelt dat de soevereiniteit van het land niet aan hen is. Vóór 2017 was er in Israël de facto een apartheidssituatie, die is er sindsdien ook de jure: de definitie van apartheid is dat ongelijkheid wettelijk is vastgelegd. Bovendien zijn er ruim vijf miljoen door Israël bezette Palestijnen die niet mogen meestemmen. Je kunt Israël geen democratie noemen.’
‘In 1946 zei Ben Gurion dat het land van Israël de enige democratie in het Midden-Oosten zou worden. Dit terwijl in Libanon op dat moment een florerende, op westerse leest geschoeide democratie was. Het mantra dat Israël de enige democratie in het Midden-Oosten is, is bedoeld als rookgordijn om het Israëlische geweld te legitimeren, weg te praten. Het is hetzelfde als zeggen dat Israël geen genocide in de Gazastrook pleegt, omdat Israël het meest morele leger ter wereld heeft. Het is een cirkelredenering om discussies te omzeilen. Het is gemakkelijker te denken dat Israël recht heeft op zelfverdediging, waarbij burgerslachtoffers vallen, dan te stellen dat Israël genocide pleegt, waar de Nederlandse regering vervolgens medeplichtig aan is. Daarom wordt dit soort mantra’s steeds weer opgetuigd. Kijk naar de zogenaamde wapenstilstand, en Trumps Board of Peace, dat zijn de nieuwe rookgordijnen.’
‘In Israël zelf is geen enkele kracht die dit tij kan keren, de oplossing zal absoluut niet uit Israël zelf komen. De enige hoop is het buitenland: Israël is een westerse exclave in het Midden-Oosten, wij hebben ons Joodse vraagstuk naar het Midden-Oosten geduwd en gezegd “zoek het maar uit”. Israël kan niet zonder militaire, economische en financiële steun uit de VS en uit Europa. Daar zie je de steun nu rap afkalven, alleen nog niet bij de politiek en in het bedrijfsleven.’
‘Ik heb helaas niets hoopvols te zeggen, behalve dat Israël hopelijk in precies dezelfde situatie terechtkomt als waar apartheid Zuid-Afrika begin negentiger jaren zat. Mensen veranderen, ze kunnen zaken overwinnen. Mensen die genocide hebben overleefd, kunnen met de daders samenleven, kijk maar naar Bosnië. Nee, het gaat daar niet geweldig, maar het is een paradijs vergeleken met de Gazastrook. Je hoeft niet van elkaar te houden, je hoeft niet met elkaar met vakantie. Maar je kunt een genocide overwinnen. Alleen niet in het huidige klimaat, wat mede wordt bepaald door onze steun aan Israël. En dan helpt zo’n waardeloze steunverklaring van de Europese Commissie aan Israël natuurlijk niet.’