De Joodse, New Yorkse auteur en kunstenaar Molly Crabapple schreef Here Where We Live Is Our Country, een boek over een socialistische, antizionistische Joodse bond die al tachtig jaar niet meer bestaat. Het werd een bestseller. Journalist Fréderike Geerdink interviewde haar.

Molly Crabapple was vijftien, zeventien of twintig jaar toen ze een aquarel zag van haar overgrootvader Sam – ze weet het niet meer precies, schrijft ze in haar bestseller Here where we live is out country. Op de aquarel staat een meisje, als silhouet afgezet tegen een paar huizen, haar jurk dezelfde kleur als de schemerlucht erboven. Een ogenblik eerder had ze een steen door een van de ramen van een huisje gegooid. Aan de rand van het schilderij biedt een jongen haar nog meer stenen aan. ‘Itka de Bundiste, ruiten aan het ingooien’, had haar overgrootvader Sam het werk genoemd.
Wat haar bijbleef, was de ‘ouderwetse onhandigheid’ van de naam van de heldin: Itka. Crabapple schrijft: ‘Ik liet de Jiddische lettergrepen over mijn tong rollen. Een Bundiste. Wat was dat?’
Het liet haar niet los. Ze begon te spitten en graven in het verleden van de opa van haar moeder en publiceerde er voor het eerst over in 2018 in The New York Review of Books, met het artikel My Great-Grandfather the Bundist. Haar overgrootvader Sam Rothbort, geboren in 1882 in Volkovysk (nu in Belarus), was ook een toegewijd Bundist, oftewel een lid van de Joodse Arbeidersbond, kortweg de Bund.
Ze besloot ze haar onderzoek uit te breiden voor een boek. Here Where We Live Is Our Country kwam afgelopen april uit en beleeft inmiddels een zevende druk. Het is een gedetailleerde geschiedenis van de Bund, aangevuld met een aantal illustraties van Crabapple waaronder een remake van de aquarel van Itka de Bundiste. Het stond een aantal weken in de New York Times Bestseller-lijst.

De Bund werd opgericht in het Rusland van de tsaar in 1897, volgens Crabapple ‘de ellendigste plek ter wereld om Joods te zijn’. De Bund voerde een socialistische strijd, nam deel aan de Russische revoluties, beleefde haar hoogtepunt in Polen in, speelde een belangrijke rol in het verzet tegen het nazisme én tegen het opkomende zionisme. De Bund overleefde de Holocaust en het zionisme niet. Crabapple dook, onder andere, de archieven in en reisde ze rond op de plekken waar de Bund ooit groot was: Letland, Litouwen, Polen en Oekraïne.
De strijd van de Bund draaide om het Jiddische begrip doikayt, dat zich het beste laat vertalen als ‘hierheid’. Joden, vond de Bund, moesten overal in Oost-Europa in vrijheid en waardigheid kunnen leven, op het land waar ze al eeuwen woonden.
‘Zeven jaar geleden, toen ik aan het boek begon, dacht ik niet dat een boek over Joods socialisme een way to fame and fortune zou zijn. Maar in het jaar voordat het uitkwam, merkte ik al hoeveel het bij mensen losmaakte — bij Joodse mensen, maar ook bij niet-Joodse mensen. Ik zag hoe diep het hen emotioneel raakte en ontroerde. Dus ik wist dat ik een heel gevoelige snaar raakte, maar had niet voorzien dat het zó zou exploderen.’
‘Aanvankelijk besefte ik niet wat ik aan het doen was. Pas na ongeveer een jaar drong tot me door dat ik de geschiedenis van de eerste helft van de twintigste eeuw aan het beschrijven was vanuit het perspectief van degenen die verslagen werden. Dat was beangstigend. Ik ben niet opgeleid als historicus, ik heb überhaupt geen academische graad. Ik dacht: oké, als ik dit ga doen, dan moet ik alles weten. Dus ben ik Jiddisch gaan studeren. Ik volgde twee keer een zeer intensief zomerprogramma aan het Instituut voor Joods Onderzoek in New York (YIVO).
En ik bracht ontzettend veel tijd door in archieven. Ik heb talloze teksten vertaald die nog niet eens gedigitaliseerd waren. Ik reisde naar Letland, Litouwen, twee keer naar Polen en naar Oekraïne. Ik interviewde ongelooflijk veel bijzondere ouderen. Ik denk dat er een soort bezetenheid in mij zat – alsof een muze, een demon me in zijn greep kreeg.’
‘Ik had toen een fellowship en zat meestal te werken in een bibliotheek in New York. Daar zat ik in een klein kamertje, diep in mijn onderzoek naar de vernietiging van het Joodse getto van Warschau, terwijl er een genocide live werd uitgezonden op het scherm van mijn telefoon en ik aan het appen was met mensen die ik kende in Gaza. Ik zag de protesten die beneden plaatsvonden; die bibliotheek is een belangrijke plek voor protesten in New York. Vaak ging ik naar beneden om mee te demonstreren. Het heeft me blijvend veranderd.’
‘Ik was de genocide op mijn eigen voorouders aan het reconstrueren, terwijl ik toekeek hoe een staat de Holocaust gebruikt als rechtvaardiging voor genocide tegen andere mensen. Mensen om wie ik geef, mensen die geen vreemden voor mij zijn.
Ik was dat jaar in Palestina geweest, in de lente van 2023, als gast op het Palestijnse Literatuur Festival, en bleef daarna nog een paar weken. Ik deed onderzoek in Jeruzalem, maar bracht ook tijd door met vrienden in Ramallah [op de bezette Westelijke Jordaanoever], een prachtige stad. De genocide verwoestte me emotioneel volledig, zoals het ons allemaal verwoestte als normale, meelevende mensen, maar ook omdat ik zoveel Palestijnse vrienden en dierbaren heb. Ik werd er simpelweg door verpletterd.’
Crabapple beschrijft in het boek hoe haar en volgende generaties zijn opgegroeid in een wereld waarin etnisch nationalisme en natiestaten de norm zijn. Maar de Bund wees dat af. Eén van de leiders voorspelde in 1938 dat een Joodse staat in Palestina geen klimaat van vrijheid, democratie en vooruitgang zou kennen, maar ‘een eeuwige strijd tegen de externe vijand, de Arabieren, en een eeuwige strijd met de interne vijand om elk stukje grond’ zou ontketenen. Voor zijn zelfgekozen dood in 1942 schreef hij een briefje: ‘Ik sterf in de wetenschap dat ik gelijk had’, lezen we in het boek van Crabapple.
‘Ik ben opgegroeid in New York, waar mensen uit alle delen van de wereld wonen. Dat is de enige manier om in deze wereld te leven. Het idee dat we onszelf opdelen in kleine enclaves en andere mensen daar etnisch uit zuiveren, gebaseerd op het valse idee van zuiverheid en veiligheid, is totale bullshit. Er is in deze wereld niets anders dan solidariteit over verschillen heen en mensen die samenleven. Daar vocht de Bund voor. Je hoeft niet te verbergen wie je bent, je hoeft niet op te houden Joods te zijn, je hoeft je taal of cultuur niet te vergeten. Maar je hebt óók het recht om hier te blijven en zij aan zij te strijden met andere mensen die anders zijn dan jij.’
‘Precies. Ik ging met een vriendin naar Jaffa, een geweldige Palestijnse schrijfster, Ibtisam Azem. Haar familie komt uit Jaffa. Het was een prachtige, eeuwenoude stad van de Arabische Levant, een belangrijk cultureel centrum. En dan kom je daar en zie je hotels in huizen waar mensen etnisch zijn verdreven. Er is nog één Palestijns-Arabische wijk. Toen de zionistische milities Jaffa etnisch zuiverden, dwongen ze de paar mensen die ze toestonden te blijven in dit getto.
Vervolgens verwoestten ze een groot deel van de rest van het Palestijnse Jaffa en gaven ze andere huizen aan zionistische kolonisten. Het is gewoon huiveringwekkend. Dit was een eeuwenoude stad van de Levant. Als je weet van die etnische zuivering… Ik was er maar één dag, maar het maakte me helemaal gek. Er is één boekwinkel met Arabischtalige boeken en daar heb ik boeken gekocht. Ik denk daar voortdurend aan.’
‘Ik ben in 2015 naar Gaza geweest en ik denk nog vaak aan het gebouw waar ik verbleef, aan het restaurant waar ik heb geluncht, aan de geweldige mensen die ik daar heb ontmoet — grappige, geharde, ironische, coole mensen. Sommigen zijn verbannen, sommigen vermoord, sommigen leven in tenten. De gebouwen zijn tot puin gereduceerd. Dat hele landschap dat de mensen in Gaza zelf hadden opgebouwd.
Ondanks de belegering, de blokkade, en de manier waarop Israël probeerde alles wat leven mogelijk maakte buiten te houden, vochten de Palestijnen in Gaza ervoor om een mooi leven te leiden — ook voor hun kinderen, met alle middelen die ze hadden: schoonheid, vreugde. Ik denk daar vaak aan. Aan mensen die paardreden op het strand, aan de strandtentjes, aan de vissers die mensen meenamen op boottochtjes, ook al lagen er Israëlische kanonneerboten die verdomme op hen zouden schieten als ze te ver de zee op gingen. Dat hele opstandige leven dat Israël probeert uit te doven en ervoor probeert te zorgen dat het nooit terugkomt.
Wat gaan ze doen? Shitty casino’s bouwen boven op de graven van alle mensen die ze hebben vermoord?’
‘Dat ben ik, dat ben ik. Ik denk dat ik deze mensen recht heb gedaan. Maar eerlijk, het maakte me ook gek. Ik ben zo vaak dronken geworden met mijn vrienden, we hebben zo veel intense gesprekken gevoerd. Echt, ik vroeg me vaak af of ik dit project ooit zou kunnen afmaken, waarom ik er ooit aan was begonnen. Maar de enige weg eruit was erdoorheen.
Ik wil dat het boek een deur is. Voor Joden, maar ook voor de linkse beweging, de radicalen, de rebellen, de strijders voor rechtvaardigheid en solidariteit, en voor andere mensen om hun eigen onderzoek te beginnen.’