Na het intrekken van de accreditatie van Nederlandse diplomaten werkzaam op de vertegenwoordiging in Ramallah, verbiedt Israël deze diplomaten ook de toegang tot de bezette Westelijke Jordaanoever. Daardoor kunnen zij hun werk in dat gebied niet meer uitvoeren, de regering heeft hen aan hun lot overgelaten.
De vertegenwoordiging is nog open, maar wordt alleen bemand door enkele lokale stafleden. Nederland heeft daarmee geen volwaardige vertegenwoordiging meer in Palestina.
Het toont de vergaande controle van de Israëlische bezetter over Palestina. Onder internationaal recht heeft Israël geen enkele zeggenschap over welke diplomaten wel of niet Palestina in mogen. Het is namelijk Palestina, niet Israël. Maar Israël heeft zich die zeggenschap toegeëigend.
De rol die de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah vervult, is in feite die van een ambassade, maar dat mag zo niet heten, omdat Nederland Palestina niet als staat erkent. De vertegenwoordiging van landen die de Palestijnse staat wel erkennen, heet wel ambassade.
In de diplomatie is het gebruikelijk dat acties met min of meer gelijke munt worden beantwoord. Dit is het principe van reciprociteit: acties van de ene staat worden door de andere staat beantwoord met een vergelijkbare tegenactie.
Dat laat Nederland steeds na als het om Israël gaat, ook nu weer. De Israëlische ambassadeur is ontboden, maar hij hoefde niet bij minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen zelf op het matje te komen. Berendsen delegeerde het gesprek aan een ambtenaar. Van geen enkele Israëlische diplomaat in Nederland is de accreditatie ingetrokken.
‘Onnodig’
Nederland heeft de Israëlische actie, die neerkomt op het grotendeels platleggen van de vertegenwoordiging in Ramallah, niet veroordeeld, maar ‘betreurd’ en ‘onnodig’ genoemd.
Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt desgevraagd dat Nederland ‘in gesprek’ is met de Israëlische autoriteiten en wil verder geen details verschaffen. Op vragen over maatregelen die zouden kunnen volgen als dat ‘gesprek’ niets oplevert, wordt geen antwoord gegeven.
Volgens Berber van der Woude, oud-diplomaat en voorzitter van de Raad van Toezicht van The Rights Forum, laat de reactie zien dat Nederland ‘bij het eerste beetje Israëlische druk bereid is de handen af te trekken van de diplomatieke relatie met de Palestijnen’, schrijft ze in een opiniestuk in NRC.
Tal van schofferingen
Het gebeurt vaker dat Nederland Israëlische acties onbeantwoord laat. Zo erkent de regering dat Israël tientallen door Nederland gefinancierde projecten in de Palestijnse gebieden heeft beschadigd en vernietigd. Nederland noemt de betreffende bedragen ‘vertrouwelijk’ en ‘voert [hierover] een voortdurende dialoog met Israël’, maar eist geen vergoeding.
In november vorig jaar schoffeerde de Israëlische minister voor Diasporazaken Chikli toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Van Weel, nadat deze zich had uitgesproken over het kolonistengeweld. Chikli bestempelde Nederland als land van Jodenhaat. Er kwam geen repliek.
Andersom krijgt de Israëlische ambassadeur in Nederland geen tegenspraak wanneer hij de wildste aantijgingen doet. Hij beschuldigde deze zomer diverse Nederlanders en Nederlandse media ongefundeerd van antisemitisme, zonder dat hij daarop werd aangesproken door de Nederlandse regering.
Zo zijn er meer voorbeelden. In mei 2025 kwamen Nederlandse diplomaten onder Israëlisch vuur tijdens een werkbezoek in Jenin op de bezette Westelijke Jordaanoever. Nederland nam geen stappen, maar vroeg om ‘opheldering’.
In augustus van dat jaar werd een diplomatiek konvooi met de Nederlandse vertegenwoordiger in Ramallah in bij Nablus in het bijzijn van Israëlische militairen door kolonisten bekogeld met stenen. Israël werd niet ter verantwoording geroepen.
Onderdanigheid en gedogen
Eerder dit jaar ontzegde Israël twee Nederlandse diplomaten de toegang tot het hulpcoördinatiecentrum voor de Gazastrook. Minister van Buitenlandse Zaken Berendsen noemde Israël in reactie een ‘bevriende staat’.
‘Als Nederland zichzelf en zijn diplomatie serieus zou nemen, zou het Israël vertellen dat er acht Israëlische diplomaten welkom zijn om hun werkzaamheden voort te zetten, maar dan wel op een toeristenvisum en zonder enige diplomatieke status’, aldus Van der Woude.
Door dat na te laten staat Nederland Israël toe te doen wat het wil, van het plegen van ernstige misdrijven tegen Palestijnen tot diplomatieke schofferingen. Het toont aan dat de relatie met Israël, zoals The Rights Forum eerder schreef, ‘drijft op onderdanigheid en gedogen’.