Op 18 maart 2025 verbrak Israël het staakt-het-vuren dat sinds 19 januari dat jaar in Gaza van kracht was. Alleen al die dag werden 414 Palestijnen gedood. De Palestijnse hulpdiensten waren sindsdien dag en nacht onderweg om slachtoffers van Israëlische (lucht)aanvallen bij te staan.
Zo ook op 23 maart toen twee ambulances van de Palestijnse Rode Halve Maan rond vier uur ’s nachts uit verschillende richtingen afkwamen op een melding in de omgeving van Tall al-Sultan, pal ten westen van de stad Rafah in het zuiden van de Gazastrook.
Nadat het contact met één van de ambulances verloren ging, werd een zoekactie gestart door een konvooi dat uiteindelijk uit vier ambulances en een brandweerwagen bestond. De vermiste ambulance werd gevonden, het konvooi hield halt en hulpverleners stapten uit.
Het bleek een hinderlaag. In het donker openden verdekt opgestelde Israëlische militairen het vuur, zoals ze dat eerder bleken te hebben gedaan op de vermiste ambulance. Ook twee passerende VN-voertuigen werden onder vuur genomen.
In totaal werden vijftien Palestijnen gedood. Ten minste drie van hen werden van nabij geëxecuteerd. De doden werden samen met de geplette voertuigen in een massagraf gebulldozerd. De locatie werd met aarden wallen afgeschermd.
Twee Palestijnse hulpverleners werden door de Israëli’s gevangengenomen. Eén van hen werd afgevoerd naar martelkamp Sde Teiman in Israël, waar hij 37 dagen lang ernstig werd mishandeld. De tweede werd bij Israëlische checkpoints ingezet als levend schild. Beiden overleefden; hun getuigenissen maken deel uit van het onderzoek.
