Kabinet-Jetten blijft Israël boven het recht stellen

D66 heeft het internationaal recht als wisselgeld gebruikt om met de VVD en het CDA te kunnen regeren. Daarvan doet zich nu het derde voorbeeld in twee weken voor, steeds met Israël als begunstigde.

Premier Rob Jetten (D66) liet na om afspraken te maken met de VVD en het CDA over handhaving van het internationaal recht. © Rijksoverheid / Martijn Beekman

Palestina, Iran en Libanon. Die drie landen hebben gemeen dat zij door Israël in strijd met het internationaal recht worden aangevallen, en dat Nederland weigert die aanvallen expliciet te veroordelen. Het kabinet van premier Rob Jetten (D66) lijkt nog in veel op zijn voorgangers die steun aan Israël vooropstelden.

Palestina

Jetten was er met zijn coalitiepartners niet uitgekomen, zei hij tijdens het Tweede Kamerdebat over de regeringsverklaring van 25 en 26 februari. Een rechtvaardig beleid voor Palestijnen én Israëli’s, gebaseerd op het internationaal recht, bleek voor de VVD en het CDA onbespreekbaar. Die twee ‘kijken daar nét op een andere manier naar’, in de woorden van Jetten. Daar had hij zich bij neergelegd.

Dus is de kwestie-Palestina weer een ‘ingewikkeld conflict’, mag de Israëlische genocide in Gaza niet zo genoemd worden, en is erkenning van de Staat Palestina ondenkbaar: de VVD is mordicus tegen en het CDA stelt eigen voorwaarden aan het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen.

Iran

Twee dagen na het debat startten Israël en de VS hun naar alle maatstaven illegale oorlog tegen Iran. Nederland liet na die te veroordelen. Sterker, het kabinet-Jetten toont er ‘begrip’ voor en zet met het uitzenden van het fregat Zr. Ms. Evertsen de eerste schreden op weg naar betrokkenheid. De kans bestaat dat Nederland zo de oorlog wordt ingerommeld, aan de zijde van de agressors.

Dilan Yesilgöz (VVD) noemde Jettens standpunt over het internationaal recht ‘morele verhevenheid’ waaraan vooral niet moet worden vastgehouden.

Dat Israël en de VS het internationaal recht schenden – een feit dat door deskundigen uitvoerig is belicht – wilde het kabinet niet expliciet uitspreken. Na zware kritiek liet premier Jetten weten dat zowel de aanvallen van de VS en Israël als die van Iran ‘buiten de kaders van het internationaal recht vallen’. Maar, schrijft Trouw, diezelfde avond karakteriseerde Jettens coalitiegenoot en minister van Defensie Dilan Yesilgöz (VVD) dat standpunt als ‘morele verhevenheid’ waaraan vooral niet moet worden vastgehouden.

Eerder stelde minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) al dat ‘het internationaal recht niet het enige kader is dat je op de situatie kunt leggen’. Het kabinet hanteert ook eigen criteria. Want het Iraanse regime onderdrukt de bevolking en vormt een ‘dreiging voor de regio en de hele wereld’, volgens Berendsen. Dat zijn stuk voor stuk criteria die het kabinet ook ‘op Israël kan leggen’, zelfs moet leggen, maar dat al jaren nalaat.

Libanon

Intussen dient de derde testcase zich aan in Libanon, waar Israël 816.000 Libanese burgers heeft verdreven en hun woongebieden met de grond gelijk maakt. Dit als gevreesde opmaat naar permanente Israëlische bezetting en kolonisering van Zuid-Libanon – en daarmee de permanente verdrijving van de bevolking.

In het land dreigt een crisis, met de kans dat vluchtelingenstromen op gang komen naar instabiele buurlanden en de Europese Unie. Dit naast het risico dat het geweld in en rond Libanon escaleert, boven op de regionale schokgolven waar we al getuige van zijn.

Maar in Den Haag is het stil. Het kabinet maakt geen aanstalten om Israëls geweld in Libanon te veroordelen als een flagrante schending van het internationaal recht en als een ‘dreiging voor de regio en de hele wereld’.

Overeenkomsten

De overeenkomst tussen Palestina, Iran en Libanon is de complete destructie die Israël er aanricht, met als expliciet doel die staten te ontwrichten, ongeacht de gevolgen voor hun bevolkingen. De tweede overeenkomst is dat Nederland het laat gebeuren en bereid is daarvoor zijn verplichtingen onder het internationaal recht opzij te zetten – steeds met Israël als begunstigde.

Jetten was in de positie om af te dwingen dat Nederland onder zijn hoede zal voldoen aan het internationaal recht. Dat heeft hij nagelaten.

Het verschil met de Nederlandse reactie op de Russische inval in Oekraïne is groot. Waar Rusland hard wordt gesanctioneerd, blijft een veroordeling van Israëls geweld driemaal achtereen uit – laat staan dat het land met sancties iets in de weg wordt gelegd.

Met zijn handelwijze ondermijnt het kabinet de internationale rechtsorde en Nederlands rol als consequente hoeder daarvan. Ook dreigt schade aan de belangen van Nederlandse burgers. Die kan serieuze vormen aannemen, schreef NRC in zijn Commentaar van 6 maart over de oorlog tegen Iran. De krant laat zien hoe de stijging van de olieprijs de inflatie aanjaagt en leidt tot een afname van de economische groei.

Van ver zien aankomen

Hoe kan een kabinet onder D66-leiderschap dat laten gebeuren? Het antwoord: de VVD en het CDA. Die kijken niet ‘nét op een andere manier’ naar Israëls schendingen van de rechtsorde, maar hebben daar een fundamenteel andere opvatting over.

Dat zag Jetten uiteraard van ver aankomen toen hij aanschoof bij de VVD en het CDA. De vraag was of hij dat in zijn eigen kabinet zou dulden, of dat hij een einde zou maken aan decennia van pro-Israëlbeleid. Jetten was in de positie om af te dwingen dat Nederland onder zijn hoede zal voldoen aan zijn verplichtingen onder internationaal recht. Dat heeft hij nagelaten.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy