Teken de petitie van The Rights Forum die het kabinet-Jetten oproept in te grijpen tegen marteling
De wijdverbreide en ernstige martelingen in Israëlische gevangenissen zijn onderdeel van de genocide in Palestina, concludeert VN-rapporteur Albanese in haar nieuwste rapport. Ook het geweld in Gaza en op de Westoever geldt als marteling.

Israël maakt zich op grote schaal schuldig aan marteling in Palestina, schrijft Francesca Albanese, speciaal VN-rapporteur voor de bezette Palestijnse Gebieden, in haar nieuwste rapport. Marteling, zowel in gevangenissen als daarbuiten, gebeurt zo systematisch dat het op zichzelf een genocidale daad is, concludeert ze.
Het rapport met de titel ‘Marteling en genocide’ werd vrijdag 20 maart gepresenteerd. Martelen is altijd al onderdeel geweest van Israëls behandeling van het Palestijnse volk, stelt Albanese, maar sinds oktober 2023 wordt het ingezet op een schaal die wijst op ‘collectieve wraak’ en ‘de opzet om te vernietigen’. Palestijnen die in hechtenis zitten, worden onderworpen aan ‘buitengewoon meedogenloos fysiek en psychologisch misbruik’. Maar ook buiten de gevangenissen en martelcentra is marteling aan de orde van de dag, schrijft Albanese:
Door de zich opstapelende impact van massale ontheemding, belegering, het onthouden van hulp en voedsel, ongebreideld militair en kolonistengeweld en alomtegenwoordige surveillance en terreur, is het bezette Palestijnse gebied nu een ruimte van collectieve bestraffing. Genocidaal geweld is een instrument van collectieve marteling geworden, met langdurige mentale en fysieke gevolgen voor de bezette bevolking.
Teken de petitie van The Rights Forum die het kabinet-Jetten oproept in te grijpen tegen marteling
Albanese heeft voor haar onderzoek driehonderd getuigenissen verzameld via verschillende Israëlische en Palestijnse organisaties, ze heeft (op afstand, want Israël laat haar niet toe) met juristen en overlevenden van marteling gepraat, verklaringen van Israëlische klokkenluiders meegenomen en allerlei openbare bronnen geraadpleegd. Het rapport barst, kortom, van de bewijzen.
Het beeld dat oprijst is huiveringwekkend. Gevangenen worden langdurig vastgebonden, geblinddoekt en in onmogelijke posities gedwongen. Ze worden uitgehongerd, bewakers urineren op gevangenen of dienen ze elektrische schokken toe, er wordt geslagen en geschopt, gevangenen worden uren of dagenlang blootgesteld aan keiharde muziek, aangevallen door honden of gedwongen zich als dieren te gedragen. Seksueel geweld is wijdverbreid. Onderscheid tussen mannen, vrouwen en kinderen wordt niet gemaakt: alle gevangenen lijden hieronder. Advocaten die in 2024 cliënten in gevangenissen bezochten, verklaarden dat ze er ‘wandelende skeletten’ hadden gezien – de gelinkte reportage wordt ook aangehaald in het rapport.
Zelfs vrijlatingen uit gevangenschap gaan met marteling en vernedering gepaard. Gevangenen worden plotseling vrijgelaten, niet zelden ’s nachts en zomaar ergens op straat, soms met niet meer kleding dan een onderbroek of zelfs een luier. ‘Dit is des te wreder’, schrijft Albanese, ‘wanneer gedetineerden ledematen, hun gezichtsvermogen, spraakvermogen of geestelijke vermogens hebben verloren.’
Dat het geweld zo uit de hand loopt, is een vooropgezet plan. De Israëlische minister Itamar Ben-Gvir van Nationale Veiligheid begon – in zijn woorden – een ‘gevangenisrevolutie’, waarbij Palestijnse gevangenen ‘het minste van het minste’ zouden krijgen. Hij riep het verslechteren van de omstandigheden in de detentiecentra uit tot ‘het hoogste doel’. Sinds oktober 2023 zijn in feite alle gevangenen ofwel terroristen, ofwel een veiligheidsrisico. Verzet in de Israëlische samenleving is er niet of nauwelijks – integendeel: het vernietigen van het Palestijnse volk is al decennia bezig en zo genormaliseerd dat het vaak zelfs wordt gevierd, laat het rapport zien.
Het schrikbewind maakt, stelt Albanese, niet alleen het slachtoffer kapot – als dat de martelingen al overleeft. Het heeft ook onomkeerbare gevolgen voor de familie van het slachtoffer, voor hun gemeenschap en uiteindelijk voor het hele Palestijnse volk. Dat, in combinatie met de genocidale daden in Gaza, op de bezette Westoever en in bezet Oost-Jeruzalem, zijn, ontneemt de Palestijnen hun menselijkheid. En (onder andere) daarin ligt het verband met genocide, schrijft Albanese:
De door Israël gepleegde genocidale daden, gericht op het vernietigen van de Palestijnen als groep, zijn ook bedoeld om hen als collectief te laten lijden. Door de fundamentele menselijke status van het slachtoffer aan te tasten, werkt marteling als een extreme vorm van uitsluiting uit de menselijke gemeenschap en tast het het individu diep aan.
Een stevige juridische onderbouwing van de misdaad die deze vormen van marteling zijn, ontbreekt niet in het rapport. Op z’n simpelst gezegd: marteling en vernederende, mensonterende straffen zijn onder alle omstandigheden verboden. Marteling is een schending van het VN-verdrag tegen marteling, een schending van het internationaal humanitair recht, en van het oorlogsrecht als het tijdens een conflict gebeurt. Het Genocideverdrag stelt dat het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel een genocidale daad is, als het doel is om een groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen.
Die onderbouwing is ook belangrijk omdat de verantwoordelijkheid daarmee niet alleen bij Israël ligt, maar ook bij de internationale gemeenschap. Die heeft de plicht om in te grijpen, en doet dat nu niet – integendeel, Israël wordt nog altijd geen strobreed in de weg gelegd. In haar aanbevelingen schrijft Albanese:
De speciale rapporteur dringt er bij de staten en internationale instellingen op aan alles in het werk te stellen om een einde te maken aan de vernietiging van wat er nog over is van Palestina. Deze verplichting is onmiddellijk en voortdurend. Elke vertraging verergert de onomkeerbare schade en versterkt een systeem van wreedheid dat het internationaal recht en de Verenigde Naties juist moeten voorkomen, stoppen en bestraffen.