Nieuwsoverzicht / Israël-Palestina in het kort – 2 november

Met onder andere: nieuwe rapporten B’Tselem, Michael Lynk en Save the Children, Palestijnse Twitter-accounts geblokkeerd, Emiraten importeren wijn uit illegale nederzettingen en 2020 nu al recordjaar wat betreft slooporders in Oost-Jeruzalem.

Israëlische graafmachines slopen op 15 augustus 2019 een Palestijns gebouw in Issawiya, Oost-Jeruzalem. [c] Mostafa Alkharouf / Anadolu Agency 

Nieuw rapport B’Tselem over annexatie

De Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem heeft op 27 oktober een nieuw rapport gepubliceerd. In het rapport beschrijft B’Tselem hoe Israël de Westelijke Jordaanoever al decennialang als zijn soeverein grondgebied beschouwt en de controle over het gebied verstevigt. B’Tselem betoogt dat Israël zich ook zonder officiële annexatie, die na de normalisatieovereenkomst met de Verenigde Arabische Emiraten werd uitgesteld, niet houdt aan het internationaal recht. Met name aan de verplichtingen die het internationaal recht aan een bezetter oplegt wordt niet voldaan. In het rapport wordt onder meer gewezen op de Israëlische pogingen om de Palestijnen uit Gebied C (de 60% van de Westelijke Jordaanoever die onder volledige Israëlische controle valt) te verdrijven en dit gebied verder te koloniseren. In dat verband wordt ook verwezen naar bijeenkomsten van het Israëlische Foreign Affairs and Defense Committee. Tijdens bijeenkomsten van deze commissie hebben Israëlische ambtenaren aangegeven dat zij er door het confisqueren van materialen, slopen van projecten en ontwortelen van bomen in zijn geslaagd het aantal internationale projecten in Gebied C terug te brengen van 75 in 2015 tot 12 in 2019. Samenvattend stelt B’Tselem dat door Israëls gestage overname van de Westelijke Jordaanoever en de manier waarop het de levensvatbaarheid van een Palestijnse staat nagenoeg onmogelijk maakt, het verschil tussen de facto en de jure annexatie alsmaar kleiner wordt.

Michael Lynk roept op tot meer rekenschap derde staten inzake Israël-Palestina

Michael Lynk, de Speciale VN-rapporteur voor de Mensenrechten in bezet Palestijns gebied, heeft in een verklaring naar aanleiding van Israëls nieuwe bouwplannen op de Westelijke Jordaanoever landen opgeroepen Israël verantwoordelijk te houden voor schendingen van het internationaal recht. Lynk benadrukt het feit dat Israël zonder enige consequentie wegkomt met het innemen van gebied dat bedoeld is voor de Palestijnse staat. Het Israëlische optreden in de bezette Palestijnse gebieden is volgens Lynk daarmee niet alleen een een bedreiging voor de Palestijnen, maar ook voor de internationale rechtsorde. Daarnaast besteedt Lynk in zijn verklaring ook aandacht aan de situatie van kinderen in Israël-Palestina. In 2019 werden er 33 kinderen gedood en 1.547 verminkt, voornamelijk Palestijnse kinderen. De verklaring van Lynk is een verkorte versie van het rapport dat hij op 22 oktober indiende bij de Algemene Vergadering van de VN, dat hier in zijn geheel te lezen is.

De aanbevelingen van Lynk, met name gericht aan VN-lidstaten, zijn duidelijk: derde staten moeten meer doen om het internationaal recht te handhaven en schendingen van het internationaal recht te beantwoorden met maatregelen. Bestaande en toekomstige overeenkomsten tussen Israël en derde landen moeten op basis daarvan worden herzien. Daarnaast moeten nederzettingenproducten verboden worden op de internationale markt, en moeten de VN-database van bedrijven die betrokken zijn bij de illegale Israëlische kolonisering van de Westelijke Jordaanoever en het lopende onderzoek van het Internationaal Strafhof breed gesteund worden.

Kinderen in Israëlische gevangenissen onmenselijk behandeld

Palestijnse kinderen die opgesloten zitten in Israëlische gevangenissen zijn slachtoffer van onmenselijke behandelingen. Ze brengen weken in eenzame opsluiting door, en worden geslagen, vernederd en verhoord zonder dat er een advocaat bij is. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van Save the Children. Save the Children sprak voor het onderzoek met meer dan 470 kinderen uit de Westelijke Jordaanoever die de afgelopen tien jaar in een gevangenis hebben gezeten. Veel kinderen gaven aan dat ze op een gewelddadige manier waren gearresteerd, meestal ’s nachts. Ook spraken zijn van fysieke en emotionele mishandeling, gedwongen verklaringen, en een weigering van essentiële diensten zoals onderwijs – stuk voor stuk schendingen van kinderrechten zoals die zijn verankerd in het internationaal recht. Meer dan de helft van de kinderen met wie Save the Children heeft gesproken gaf aan dat het hun familie was verboden hen in de gevangenis te bezoeken. In sommige gevallen werd de kinderen zelfs verteld dat hun familie hen had achtergelaten. De meeste kinderen gaven aan dat hun ervaringen in de Israëlische gevangenissen hen voorgoed hebben veranderd. Ze worstelen regelmatig met slapeloosheid, nachtmerries, eetstoornissen, gedragsveranderingen, boosheid of depressieve gevoelens.

Palestijnse Twitter-accounts geblokkeerd

Twitter heeft op 28 oktober tientallen Palestijnse en pro-Palestijnse accounts geblokkeerd. Dit gebeurde een dag nadat het Israëlische ministerie van Strategische Zaken een rapport over nepprofielen naar buiten bracht. Het ministerie onderzocht 250 Twitter-accounts en vond daarbij 170 ‘niet-authentieke’ profielen die online anti-Israëlische boodschappen verspreidden. Volgens Twitter ‘versterkten [de geblokkeerde accounts] de verspreiding van informatie’ die in strijd is met de servicevoorwaarden van het platform. Sada Social, een vrijwilligersgroep die schendingen van Palestijnse digitale rechten monitort, verklaarde dat de beslissing van Twitter om de accounts die in het rapport van de Israëlische regering worden genoemd te blokkeren ‘een gevaarlijke indicator is van de snelle reactie van Twitter op officiële Israëlische verzoeken gericht tegen een bezet volk.’

Knesset behandelt wet die Israëlische burgerschap intrekt van Palestijnen die steun van de Palestijnse Autoriteit ontvangen

Leden van de Knesset, het Israëlische parlement, hebben een wetsvoorstel ingediend dat het mogelijk zou maken het Israëlische staatsburgerschap in te trekken van Palestijnse gevangenen die financiële steun ontvangen van de Palestijnse Autoriteit. De wet zou van toepassing zijn op in Israël geboren Palestijnen, die het staatsburgerschap hebben, en op Palestijnen die in bezet Jeruzalem wonen. Zij zijn geen Israëlische staatsburgers, maar hebben een permanente verblijfsvergunning. De Palestijnse Autoriteit steunt Palestijnse gevangenen in Israël door middel van maandelijkse financiële uitkeringen aan de gevangenen en hun families. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen wordt dat nagenoeg onmogelijk. Het wetsvoorstel werd ingediend door Likud-parlementariër Avi Dichter, met steun van onder andere Blauw Wit, de partij van minister van Defensie Benny Gantz.

In Jeruzalem geboren Amerikanen mogen Israël als geboorteplaats in paspoort opnemen

Op 29 oktober heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo bekendgemaakt dat Amerikanen die in Jeruzalem zijn geboren vanaf nu gerechtigd zijn ‘Israël’ aan te geven als geboorteplaats in hun paspoort. Voorheen werd door de Amerikanen afgezien van het identificeren van de stad als onderdeel van Israël in een poging om neutraal te blijven met betrekking tot een van de belangrijkste vraagstukken binnen de kwestie Israël-Palestina. De beleidswijziging wordt door sommige analisten gezien als een tegemoetkoming aan Amerikaanse evangelische christenen, wier steun president Trump wil binnenhalen in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen van 3 november. Pompeo verklaarde dat de beslissing consistent is met Trumps erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël in 2017 en de verhuizing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem die daar op volgde.

Emiraten importeren wijn uit illegale nederzettingen

De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) gaan wijn importeren uit illegale Israëlische kolonies op de Hoogvlakte van Golan (Jawlan), meldt persbureau Reuters. Dat staakt haaks op de toezegging van Abu Dhabi om de Israëlische bezetting en kolonisering te blijven afwijzen, ondanks de afspraken over normalisering van de betrekkingen met Israël.

Net als de Palestijnse Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem houdt Israël de Syrische hoogvlakte sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 bezet en bouwt er kolonies (‘nederzettingen’), die onder meer kunnen bestaan dankzij de wijnbouw. Door de Golan-wijn af te nemen stimuleren de Emiraten de kolonisering, die onder internationaal recht geldt als illegaal en een oorlogsmisdaad.

Een maand geleden meldden we al dat banken en andere bedrijven uit de Emiraten in zee gingen met Israëlische collegafirma’s die op de VN-lijst staan van bedrijven die zakendoen met de kolonies in bezet Palestijns gebied. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voor zij in zaken gaan met de kolonisten aldaar.

De houding van de Emiraten lijkt sterk op de dubbelhartige Nederlandse en Europese opvatting dat de kolonisering weliswaar illegaal en dodelijk voor het perspectief op vrede is, maar dat de kolonisten hun wijn en andere producten best in onze winkels mogen verkopen – zolang er maar een correct etiket op zit. Het is in essentie het verhaal van de koopman en de dominee: als er geld te verdienen valt is een oorlogsmisdaad meer of minder geen bezwaar. De dominee heeft nu gezelschap gekregen van een imam.

Recordjaar slooporders Oost-Jeruzalem

Volgens Ir Amim, een Israëlische NGO die Israëls beleid in Oost-Jeruzalem monitort, is 2020, met nog twee maanden te gaan, nu al een recordjaar wat betreft de sloop van Palestijnse woningen in Oost-Jeruzalem. Afgelopen week sloopten de Israëlische autoriteiten een aantal woningen in het bezette deel van de stad, waardoor het totale aantal sinds het begin van het jaar op 125 komt te staan. In 2016, tot voor kort het jaar waarin de meeste woningen in Oost-Jeruzalem werden gesloopt, waren dat er in het gehele jaar 123. Bovendien deelden Israëlische autoriteiten op 28 oktober slooporders uit in Issawiya, een wijk in Oost-Jeruzalem. De Palestijnse bewoners moeten zelf hun woningen afbreken, ten einde hoge boetes te voorkomen.

Een nieuwe wapenwedloop

Dat de normaliseringsovereenkomst tussen Israël en de VAE in hoge mate een zakendeal is, blijkt onder meer uit de toestemming die president Trump gaf voor de verkoop van vijftig F-35’s aan de Emiraten, en de verkoop van F-22’s aan Israël. De F-35, voorheen bekend als de Joint Strike Fighter, is het moderne stealth gevechtsvliegtuig dat de VS ook aan bondgenoten – waaronder Nederland en Israël – verkoopt. De F-22 is het meest geavanceerde Amerikaanse gevechtsvliegtuig. Export van het toestel is in de VS wettelijk verboden.

De Emiraten proberen al jaren de F-35 te kopen, maar stuitten steeds op een ‘nee’ van Israël en de Verenigde Staten, die zich wettelijk hebben vastgelegd op het bewaken van Israëls ‘qualitative military edge’ in de regio. Voor de Emiraten was de wapendeal een belangrijke reden om in te gaan op het door Trump geïnitieerde normaliseringsvoorstel. In Israël ontstond commotie toen bekend werd dat de leverantie onderdeel was van het voorstel. Netanyahu, als enige Israëli betrokken bij de totstandkoming ervan, ontkende dat hij had ingestemd met een wapendeal. Het laatste woord over deze kwestie is nog niet gesproken, maar een praktische oplossing is gevonden in de Amerikaanse toezegging dat Israël extra wapenaankopen kan doen, waarmee het zijn overwicht kan behouden.

Onlangs diende de Israëlische minister van Defensie Benny Gantz in Washington een verlanglijst in, met daarop de F-22 en als bewapening onder andere de modernste ‘slimme bom’. Andere wensen: de geavanceerde versie van de F-15, de V-22 ‘vliegtuig-helicopter’, tankvliegtuigen, moderne drones en een extra squadron F-35’s. Tijdens een bezoek aan Israël liet de Amerikaanse minister van Defensie Mark Esper afgelopen donderdag volgens doorgaans betrouwbare bronnen weten dat Trump akkoord is met de verkoop van de F-22 en de bommen.

Diezelfde dag werd het Congres op de hoogte gesteld van de voorgenomen verkoop van de F-35’s aan de Emiraten. Direct werd duidelijk dat daar oppositie tegen bestaat, onder andere bij de invloedrijke Democraat Eliot Engel, voorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken van het Huis van Afgevaardigden. Namens Joe Biden kondigde diens topadviseur aan dat een eventuele regering-Biden de mogelijke verkoop kritisch zal bekijken. Het lijkt er sterk op dat de normaliseringsovereenkomst een ‘quid pro quo’, een ‘voor wat hoort wat’ was, stelde hij.

Intussen hebben zich in Washington ook andere belangstellenden uit het Midden-Oosten aangediend voor de F-35 en andere moderne wapens, naar verluidt onder andere Qatar. Hoewel Trump en Netanyahu hun best doen de Israëlische normaliseringsovereen­komsten met de Emiraten, Bahrein en Sudan af te schilderen als een uitdijende ‘cirkel van vrede’, in de praktijk tekent zich een wapenwedloop af, zowel tussen de nieuwe bondgenoten onderling als tussen de bondgenoten enerzijds en Iran anderzijds. Dat is bepaald geen garantie voor vrede in het Midden-Oosten.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.