Nieuwsoverzicht / Israël-Palestina in het kort – 22 februari

Met onder andere: Gaza ontvangt eerste coronavaccins, zes Palestijnse families moeten hun huis in Oost-Jeruzalem verlaten, 2020 een van de slechtste jaren voor Palestijnse economie sinds 1994.

De WHO levert op 28 januari materialen voor COVID-19-tests aan de lokale gezondheidsautoriteiten in Gaza. [c] WHO in occupied Palestinian territory / Twitter 

Gaza ontvangt eerste coronavaccins

In Gaza zijn de afgelopen week de eerste leveringen coronavaccins aangekomen. Op 17 februari arriveerde een zending van 2.000 door Rusland aan de Palestijnse Autoriteit gedoneerde doses van het Spoetnik V-vaccin. De verzending van het vaccin, die vanuit de Westelijke Jordaanoever via Israël liep, leidde tot kritiek van Israëlische politici. Verschillende parlementariërs riepen de regering op om de overdracht afhankelijk te stellen van de vrijlating van twee Israëlische burgers die vermoedelijk in Gaza gevangen worden gehouden en de teruggave van de lichamen van twee Israëlische soldaten die in 2014 omkwamen tijdens de oorlog in Gaza.

Op 21 februari zijn er vanuit de Verenigde Arabische Emiraten nog eens 20.000 Spoetnik V-vaccins geleverd. De levering van de vaccins, die waarschijnlijk verzorgd werd door een rivaal van de Palestijnse president Abbas, vond plaats via de Rafah-grensovergang met Egypte. De rivaal, Mohammed Dahlan, kondigde vorige week de levering aan als een ‘genereuze gift’ van Abu Dhabi. Dahlan was tot 2011 een hooggeplaatst lid van Abbas’ Fatah-partij, maar leeft sindsdien vanwege een conflict met Abbas als banneling in de Emiraten. Dahlans betrokkenheid bij de levering van de vaccins wordt door sommigen gezien als een politieke stap in aanloop naar de Palestijnse verkiezingen in mei en juli.

Ondanks de levering van de eerste doses vaccins luidde de Wereldbank op 22 februari de noodklok over de situatie in de Palestijnse gebieden. Uit een rapport van het instituut voor ontwikkelingssamenwerking blijkt dat de Palestijnse gebieden $30 miljoen tekortkomen om het plan om zestig procent van de bevolking te vaccineren uit te kunnen voeren. Israël, wereldleider op het gebied van vaccinatiesnelheid, zou misschien kunnen overwegen om overtollige doses aan de Palestijnen te doneren om het toedienen van vaccins op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza te versnellen, aldus de Wereldbank.

Zes Palestijnse families moeten hun huis in Oost-Jeruzalem verlaten

Een rechtbank in Jeruzalem heeft op 15 februari geoordeeld dat zes gezinnen uit de wijk Sheikh Jarrah in het bezette Oost-Jeruzalem hun huizen moeten verlaten. De families wonen al bijna zeventig jaar in de wijk, maar moeten nu plaats maken voor Israëlische kolonisten.  Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie Peace Now krijgen de zes gezinnen, bestaande uit 27 mensen, tot 2 mei de tijd om hun huizen te verlaten.

Peace Now schrijft in een verklaring dat de beslissing van de rechtbank ‘deel uitmaakt van een georganiseerde beweging met als doel de Palestijnse gemeenschap van zijn woningen te ontdoen en in plaats daarvan een nederzetting in Sheikh Jarrah te vestigen’. Een groot aantal Palestijnen dat in Sheikh Jarrah en de nabijgelegen wijk Batan al-Hawa woont is de afgelopen jaren doelwit geweest van deze beweging. Sinds het begin van 2020 hebben Israëlische rechtbanken 36 Palestijnse families met in totaal 165 gezinsleden bevolen hun huizen in Sheikh Jarrah en Batan al-Hawa te verlaten. Onder degenen die op deze wijze dakloos worden gemaakt bevinden zich tientallen kinderen.

Palestijnse bedoeïenengemeenschappen opnieuw doelwit van sloop

Het Palestijnse bedoeïenendorp Al-Araqib is op 17 februari voor de 183ste keer gesloopt door de Israëlische autoriteiten. Bewoners van het dorp werden aan hun lot overgelaten in de voor het gebied ongebruikelijk koude weersomstandigheden. Het dorp, gelegen in de Negev -woestijn, is een van de 51 ‘niet-erkende’ Arabische dorpen in het gebied. De meer dan twintig Palestijnse families leven in huizen gebouwd van hout, plastic en golfplaten. De herhaalde vernietiging van Al-Araqib is onderdeel van de Israëlische pogingen om de bedoeïenenbevolking te dwingen om te verhuizen naar door de overheid gesanctioneerde gebieden. De laatste keer dat het dorp met de grond gelijk werd gemaakt was op 20 januari.

Op 22 februari heeft het Israëlische leger bovendien opnieuw gebouwen in de bedoeïenengemeenschap Khirbet Humsah in het noorden van de Jordaanvallei gesloopt. Uit berichtgeving van de Norwegian Refugee Council op Twitter blijkt dat Israëlische militairen verschillende tenten hebben gesloopt en een watertank in beslag hebben genomen. Diplomaten uit Spanje, Bulgarije, Canada, België en Zweden wilden het gebied bezoeken om getuige te zijn van de sloop, maar werden tegengehouden door Israëlische soldaten. Op beeldmateriaal is te zien hoe bulldozers en trucks van het Israëlische leger het dorp verlaten terwijl de diplomaten en hulpverleners wachten tot zij het gebied mochten betreden. Het is de vijfde keer sinds 1 februari dat Israëlische autoriteiten Khirbet Humsah met de grond gelijk hebben gemaakt. Op 20 februari publiceerde het NRC een artikel over de sloop van Khirbet Humsah en hoe de EU machteloos staat tegenover het Israëlische sloopbeleid.

2020 een van de slechtste jaren voor Palestijnse economie sinds 1994

Uit een nieuw VN-rapport dat op 19 februari werd gepubliceerd blijkt dat 2020 een van de slechtste jaren voor de Palestijnse economie is geweest sinds de oprichting van de Palestijnse Autoriteit in 1994. Als gevolg van de COVID-19-pandemie en een grote financiële crisis kromp de economie met ongeveer 10 tot 12 procent. Tijdens de eerste lockdown, in het voorjaar van 2020, verloren zo’n 150.000 Palestijnen hun baan. De verwachting is dat de huidige lockdown hetzelfde effect zal hebben. Volgens het rapport, dat werd gepubliceerd door de Speciale VN-Coördinator voor het Midden-Oosten Vredesproces (UNSCO), heeft nu bijna de helft van de Palestijnse bevolking humanitaire assistentie nodig. Wel wees UNSCO in zijn rapport op het feit dat in februari de eerste coronavaccins in de bezette Palestijnse gebieden zijn toegediend, en dat naar verwachting de komende twee maanden ook kwetsbare groepen op grotere schaal gevaccineerd kunnen worden.

Medewerkers van Nederlandse NGO mogen Israël niet meer in vanwege onderzoek

Uit stukken van het Israëlische ministerie van Strategische Zaken is duidelijk geworden dat twee medewerkers van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) Israël niet meer in mogen vanwege onderzoek dat SOMO doet naar bedrijven in de bezette Palestijnse gebieden.

De twee onderzoekers, Lydia de Leeuw en Pauline Overeem, reisden in juli 2018 naar Israël, maar werden op het vliegveld Ben Gurion in Tel Aviv tegengehouden. De onderzoekers werden ondervraagd en vastgehouden, en vervolgens het land uitgezet. De Leeuw zou volgens de autoriteiten actief zijn in de BDS-beweging. Overeem kreeg geen redenen te horen. Tot eind 2023 mogen deze onderzoekers Israël niet in.

Met behulp van het Israëlische advocatenkantoor van Michael Sfard heeft SOMO de onderliggende stukken recentelijk los weten te krijgen. Daarin wordt het SOMO-onderzoek naar bedrijven in de bezette gebieden uitdrukkelijk genoemd. De documenten van het Israëlische ministerie verwijzen ook naar SOMO’s jarenlange pleitbezorging, samen met andere internationale organisaties, voor het vrijgeven van de VN-database van bedrijven die actief zijn in de nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Recent schreef SOMO mee aan een opiniestuk over de Nederlandse bedrijven in dit bestand.

Peiling: racisme wijdverspreid onder Israëlische jeugd

Aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem is een peiling onder jongeren uitgevoerd waaruit blijkt dat bijna de helft van de ultraorthodoxe en religieuze Israëlische jongeren ‘Arabieren haat’. Aan de studie namen 1.100 jongeren van tussen de 16 en 18 jaar oud deel, waaronder Palestijnse Israëli’s, en seculiere, religieuze en ultraorthodoxe Joodse burgers van Israël.

De studie toonde aan dat 66 procent van de ultraorthodoxen, 42 procent van de religieuze Joodse Israëli’s en 24 procent van de seculiere Joodse Israëli’s ‘Arabieren haten’, doelende op de Palestijnse gemeenschap die 20 procent van de Israëlische bevolking uitmaakt. Ook bleek dat 49 procent van de religieuze Israëli’s en 23 procent van de seculiere burgers voorstander waren van het ontnemen van het stemrecht van Palestijnen in Israël. Onder Palestijnse Israëli’s waren de cijfers aanzienlijk lager. Twaalf procent gaf aan dat ze een hekel hadden aan seculiere Israëli’s, en 22 procent zei dat ze een hekel hadden aan religieuze en ultraorthodoxe Israëli’s.

De studie concludeerde dat jonge Israëli’s ernstige negatieve gevoelens voor andere bevolkingsgroepen hebben en nauwelijks de behoefte voelen om andere groepen in de samenleving te leren kennen. Gezien het feit dat mensen in opiniepeilingen hun haat jegens een andere groep normaal gesproken vaak ontkennen, zouden de hoge cijfers ‘kunnen aantonen dat het uiten van haat als acceptabel wordt beschouwd’, aldus de studie.

Groot olielek treft Israëlische stranden

Naar aanleiding van een groot olielek heeft Israël alle stranden aan de Middellandse Zee voor onbepaalde tijd afgesloten. Op 160 kilometer strand tussen Rosh Hanikra, iets ten zijden van Libanon, en Ashkelon, net boven Gaza, zijn tonnen teer aangespoeld. De Israëlische natuurautoriteit noemt het lek ‘een van de ernstigste ecologische rampen’ in de geschiedenis van het land. Ambtenaren zeiden dat het opruimen maanden of zelfs jaren kan duren. Volgens het Israëlische ministerie van Milieubescherming is de meest voor de hand liggende oorzaak voor de ramp dat een tanker olie is verloren. Naar de precieze bron van het olielek wordt nog gezocht.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.