Na lange vertraging / Publicatie VN-lijst met profiteurs van Israëlische kolonisering aanstaande

Een lijst met bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische kolonisering van Palestijns land wordt eind januari gepubliceerd. De openbaarmaking is jaren vertraagd.

De Israëlische kolonisering van bezet Palestijns land in beeld. De daarbij gebruikte zware machines worden geleverd door bedrijven als Caterpillar en Hyundai, die vermoedelijk zijn opgenomen in de binnenkort te verschijnen VN-lijstGroup 194 

Aan die vertraging komt nu een einde, aldus het Israëlische online medium Ynet, dat eerder al de hand wist te leggen op informatie over de database. In die berichten maakt Ynet melding van grote Amerikaanse en Israëlische druk om publicatie van de database te voorkomen. Die druk heeft nu de vorm aangenomen van dreigementen, schrijft Ynet. De regering-Trump zou dreigen met maatregelen tegen de VN als Amerikaanse bedrijven schade ondervinden van hun opname in de database.

De database omvat bedrijven die zijn betrokken bij de illegale Israëlische kolonisering van de bezette Palestijnse gebieden. Uit een tussentijds rapportage werd duidelijk dat 206 bedrijven in de voorlopige database waren opgenomen, waaronder 143 Israëlische, 22 Amerikaanse en vijf Nederlandse.

Achtergrond

De opdracht tot het samenstellen van de database komt voort uit de conclusies van een onafhankelijke fact-finding missie naar de effecten van de Israëlische kolonisering op de rechten van de Palestijnen. In haar op 7 februari 2013 gepubliceerde rapport beschrijft de missie de rol van bedrijven daarbij (p.20-21), en beveelt zij de VN aan die nader te adresseren (p.23). Het rapport bevat een bijlage waarin de Israëlische kolonisering tot 2012 stapsgewijs wordt beschreven.

Het duurde drie jaar voordat het rapport gevolgen kreeg. In maart 2016 kreeg de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN opdracht tot het samenstellen van ‘a database of all business enterprises involved […], to be updated annually […]’. Die database moest in maart 2017 worden overgedragen aan de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC), maar is tot op heden uitgebleven. Hoe die vertaging zich voltrok beschreven wij in oktober.

Myanmar-database

In datzelfde artikel beschreven we ook een vergelijkbare database, in dit geval van bedrijven die banden onderhielden met het militaire regime van Myanmar. Die database doorliep exact dezelfde stadia als die van bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische kolonisering.

Het verschil tussen de twee: in het geval van Myanmar zat er één jaar tussen de rapportage van de fact-finding missie en de publicatie van de database door de Mensenrechtenraad. In het geval van Israël is er na bijna zeven jaar nog steeds geen database gepubliceerd.

Eerder publiceerde de VN een database van bedrijven en personen die betrokken waren bij de illegale exploitatie van grondstoffen in de Democratische Republiek Congo. Die verscheen in oktober 2002, als uitbreiding van een beknopte versie uit april 2001. De opdracht tot samenstelling ervan dateerde van juni 2000. Het volledige onderzoek vergde aldus ruim twee jaar.

Internationaal Strafhof

Opmerkelijk is dat de door Ynet aangekondigde publicatie van de database volgt op het recente principe-besluit van het Internationaal Strafhof (ICC) om een onderzoek in te stellen naar mogelijke oorlogsmisdaden in de bezette Palestijnse gebieden. Ook dat besluit was ernstig vertraagd; het Strafhof werkte bijna vijf jaar aan een ‘voorlopig onderzoek’.

Die vertraging leidde tot massale verontwaardiging. Op 10 december overhandigde The Rights Forum een door inmiddels ruim tweehonderd organisaties gesteunde oproep aan het Strafhof om het voorlopige onderzoek af te sluiten en door te schakelen naar een volwaardig onderzoek.

Protest tegen retailers

Intussen nemen de protesten toe tegen Nederlandse bedrijven die handelen in producten uit de illegale Israëlische kolonies in bezet gebied. In reactie op publicaties van The Rights Forum liet groothandel Makro Nederland eerder deze maand weten geen dadels uit die illegale setting meer te zullen verkopen. Op 19 december organiseerde docP een protest voor de deur van het ‘Israël Producten Centrum’, dat een groot aantal producten uit de Israëlische kolonies aanbiedt.

Eerder dit jaar publiceerde The Rights Forum een onderzoek naar de Israëlische wijnindustrie, waaruit naar voren komt dat vrijwel alle Israëlische producenten betrokken zijn bij de exploitatie van de door Israël bezette gebieden. Desondanks worden hun wijnen in Nederland nog steeds op grote schaal aangeboden.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.