Doorbraak / Internationaal Strafhof kondigt onderzoek aan naar de ‘situatie in Palestina’, met één voorbehoud

Volgens hoofdaanklaagster Fatou Bensouda is aan alle criteria voor een onderzoek naar oorlogsmisdaden in bezet Palestijns gebied voldaan. Maar ze vraagt het Hof eerst om bevestiging van de eigen rechtsbevoegdheid in het gebied. Israël vecht die bevoegdheid aan.

Hoofdaanklaagster Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof tijdens haar verklaring van 20 december 2019. screenshot Youtube 

Er is voldoende basis om een officieel onderzoek in te stellen naar mogelijke oorlogsmisdaden in door Israël bezet gebied. Dat maakte hoofdaanklaagster Fatou Bensouda vrijdag in een korte verklaring bekend. Ze is van mening ‘dat er oorlogsmisdaden zijn of worden begaan op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en in de Gazastrook’, en dat het Internationaal Strafhof daaruit voortvloeiende zaken in behandeling kan nemen.

Bensouda’s verklaring is het sluitstuk van een sinds 16 januari 2015 lopend verkennend onderzoek naar ‘de situatie in Palestina’. Daarin werd beoordeeld of is voldaan aan de criteria voor het instellen van een officieel onderzoek. Vanwege de lange duur van het vooronderzoek kwam Bensouda in toenemende mate onder vuur te liggen. Elf dagen geleden bood The Rights Forum haar namens 185 organisaties een dringende oproep aan om ‘zonder verder uitstel’ over te gaan tot een officieel onderzoek.

Rechtsbevoegdheid

Er is één punt dat een officieel onderzoek nog in de weg zou kunnen staan. Bensouda wil zekerheid over de rechtsbevoegdheid van het Strafhof in de bezette gebieden. Israël stelt dat het Hof die bevoegdheid niet heeft.

Uit haar conclusie dat ‘aan alle criteria voor een onderzoek is voldaan’ mag worden afgeleid dat Bensouda zelf geen twijfel kent. Niettemin heeft ze vrijdag een speciale Kamer van het Hof (de ‘Pre-Trial Chamber 1’) verzocht zich in een juridisch oordeel over de bevoegdheid uit te spreken. Daarmee wil ze voorkomen dat haar onderzoek achteraf op dit punt voor een rechter kan worden aangevochten.

Dat zij de Kamer deze vraag voorlegt is niet ongewoon. In september vorig jaar sprak diezelfde Kamer zich op haar verzoek uit over de jurisdictie van het Hof over ‘de vermeende deportatie van de Rohingya van Myanmar naar Bangladesh’. Gezien de belangen van slachtoffers en mogelijke getuigen vraagt Bensouda de Kamer ‘zo snel mogelijk’ met een uitspraak te komen, maar er ook voor te zorgen dat alle belanghebbenden in een ‘open en transparante’ procedure hun visie kunnen geven.

Palestijnen positief

De reacties van de direct betrokken partijen op Bensouda’s verklaring verschillen hemelsbreed. Zowel de Palestijnse Autoriteit (PA) als Hamas verwelkomen de verklaring als een positieve stap. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu daarentegen spreekt van ‘een schandalige en op niets gebaseerde uitspraak’.

In een persbericht noemt de Palestijnse Autoriteit, die de scepter zwaait op de Westelijke Jordaanoever, Bensouda’s verzoek aan de Pre-Trial Chamber een ‘bemoedigende’, zij het ‘veel te late stap’, waaraan zij alle medewerking zal verlenen. Wat de rechtsbevoegdheid van het Hof betreft kent de PA geen twijfel. Daarover heeft Bensouda zich eerder zelf duidelijk uitgesproken, schrijft ze. Internationaalrechtelijk kan over die bevoegdheid geen misverstand bestaan.

Hamas, de feitelijke machthebber in de Gazastrook, stelt dat de conclusies van Bensouda de internationale gemeenschap duidelijkheid verschaffen over ‘het karakter van de Israëlische bezetting en het immense onrecht dat het Palestijnse volk wordt aangedaan’. Overigens zal Bensouda in haar voorgenomen onderzoek nadrukkelijk ook naar mogelijke oorlogsmisdaden van Palestijnse zijde kijken.

Netanyahu in de aanval

Premier Netanyahu trok alle registers open om Bensouda met besluit en al de grond in te boren. In een verklaring beschuldigt hij haar ervan ‘onze serieuze juridische argumenten volstrekt te negeren’, en noemt hij Bensouda’s besluit ‘een politiek wapen’ tegen Israël. ‘Dit is een donkere dag voor de waarheid en rechtvaardigheid’, meent hij.

Verontwaardigd stelt hij dat ‘Bensouda zegt dat het voor joden een misdaad, een oorlogsmisdaad, is om in hun thuisland te leven, het land van de Bijbel, het land van onze voorvaderen’. Daarmee verdraait hij opzichtig de bepaling in het oprichtingsstatuut van het Strafhof dat het koloniseren van bezet gebied – in casu van Oost-Jeruzalem en de Westoever door de staat Israël – een oorlogsmisdaad is.

Zijn uitspraak is illustratief voor het in ‘pro-Israël’-kring wijdverbreide gebruik om iedere vorm van kritiek op Israëlische misdaden voor te stellen als ‘anti-joods’. Daarmee worden de politiek en misdaden van de staat Israël tot ‘joodse’ politiek en misdaden gemaakt. Dat is niet alleen feitelijk onjuist – Israël vertegenwoordigt de joodse gemeenschap niet – maar ook een vorm van antisemitisme; het verantwoordelijk stellen van ‘de joden’ voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen is een klassieker in het genre.

Israëlische claims

Netanyahu veegt de rechtsbevoegdheid van het Strafhof in de bezette gebieden van tafel. Zijn redenering is een bekende: de staat Palestina mag dan bij het Strafhof zijn aangesloten en het Hof jurisdictie hebben verleend over zijn grondgebied, dat recht is alleen weggelegd voor soevereine staten met vastgelegde grenzen. En ‘een soevereine staat Palestina is er nooit geweest’, aldus Netanyahu.

Enkele uren voor Bensouda’s verklaring publiceerde het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken een juridisch memorandum over de bevoegdheid van het Hof, waarin dit standpunt in 34 pagina’s wordt uitgewerkt. Het is opgesteld door juristen van enkele ministeries, onder gezag van procureur-generaal Avichai Mandelblit, en vorig jaar al aan Bensouda aangeboden. Vrijdagochtend werd gehaast tot publicatie besloten vanwege het vermoeden dat Bensouda met haar verklaring zou komen.

Het is nog een open vraag of er ooit een soevereine staat Palestina zal komen, schrijft Mandelblit. En als het Hof tot een onderzoek zou besluiten zou het Palestina erkennen als een staat met een eigen grondgebied, terwijl Israël ‘valide juridische claims heeft op hetzelfde gebied’. Mandelblit stelt dat dit zaken zijn die volgens ‘bindende Israëlisch-Palestijnse overeenkomsten’ alleen kunnen worden geregeld ‘in directe onderhandelingen tussen de partijen’.

Reken je rijk

Het Strafhof heeft zich volgens Mandelblit door de Palestijnen ‘de centrale politieke aspecten van het Israëlisch-Palestijnse conflict in laten slepen’, het heeft zich ‘laten exploiteren voor onrechtmatige politieke winst’. Het is precies die vatbaarheid van het Hof voor ‘politieke manipulatie’ die voor Israël reden is geweest zich niet bij het Strafhof aan te sluiten, stelt Mandelblit.

Mandelblits argumenten hebben een hoog reken-je-rijk-gehalte en overtuigen niet. Om iets te noemen: de ‘valide juridische claims’ die Israël op de Westoever zegt te hebben zijn niet valide, en het Palestijnse recht op een soevereine staat is geen onderwerp van onderhandeling tussen de partijen. Het is daarom geen verrassing dat Bensouda zich niet door Mandelblit heeft laten overtuigen, en het valt moeilijk in te zien dat de Pre-Trial Chamber dat wel zal doen. Gezien de Israëlische beschuldigingen aan haar adres valt wel te begrijpen dat Bensouda rugdekking zoekt bij de Kamer.

The Rights Forum spreekt de hoop uit dat de Pre-Trial Chamber snel uitspraak doet en Bensouda op korte termijn met haar onderzoek kan beginnen. Wij delen de visie van Amnesty International dat Bensouda’s verklaring een late, maar cruciale stap is in de richting van bestraffing van de verantwoordelijken voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, en van genoegdoening voor de talloze slachtoffers van die misdaden.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.