Lees meer over

Mensenrechten / ‘Tref sancties tegen Israël’

De koepel van Palestijnse mensenrechtenorganisaties roept de wereld op onmiddellijk maatregelen te treffen tegen Israëls voortgaande kolonisering van bezet Palestijns gebied, conform haar internationaal-rechtelijke verplichtingen.

In een scherpe verklaring veroordeelt de Palestinian Human Rights Organizations Council (PHROC) het aannemen van de zogeheten “regularisatiewet” door het Israëlische parlement, en roept zij de internationale gemeenschap op direct sancties te treffen tegen Israël. De PHROC is een coalitie van 21 Palestijnse mensenrechtenorganisaties die actief zijn in bezet Palestijns gebied.

De PHROC onderstreept dat Israël met de regularisatiewet − beter bekend als de “landroofwet” − een nieuwe stap zet om privé-eigendommen van Palestijnen in bezet gebied te confisqueren ten behoeve van zijn illegale koloniale “nederzettingenproject”. Zij wijst op uitspraken van Israëlische ministers waarin zij de wet bejubelen als een belangrijke stap in de richting van annexatie van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. Een volgende stap is al in voorbereiding, schrijft de PHROC, in de vorm van een wetstvoorstel voor de annexatie van het nederzettingenblok Ma’ale Adumim en het zogeheten E1-gebied tussen Oost-Jeruzalem en Ma’ale Adumim. In E1 leven achtduizend bedoeïenen, die worden bedreigd met verdrijving uit het gebied.

Net als de onlangs door Israël aangekondigde bouw van meer dan zesduizend kolonisten­woningen in Palestijns gebied is de regularisatiewet in strijd met het internationaal recht en de in december aangenomen Veiligheidsraadresolutie 2334, stelt de PHROC:

De ‘wijdverbreide vernietiging en toe-eigening van eigendommen, wederrechtelijk en moedwillig uitgevoerd en niet gerechtvaardigd door militaire noodzaak’, is een ernstige schending van de Vierde Conventie van Genève en wordt volgens het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof beschouwd als een oorlogsmisdaad. Het overbrengen van kolonisten naar bezet Palestijns gebied door Israël, alsmede de gedwongen verplaatsing van Palestijnen binnen dat gebied, zijn verboden krachtens artikel 49 van de Vierde Conventie van Genève en vormen een ernstige schending krachtens artikel 147, en een oorlogsmisdaad en/of een misdaad tegen de menselijkheid krachtens artikel 7 en 8 van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.

De PHROC benadrukt dat de internationale gemeenschap veelvuldig is opgeroepen haar verplichting na te komen om Israël aansprakelijk te houden voor zijn voortdurende schendingen van het internationaal recht.

Wij herhalen deze oproep en dringen er bij de VN en individuele staten op aan onmiddellijk sancties tegen Israël te treffen en alle beschikbare maatregelen te treffen om elementaire Palestijnse rechten te beschermen. Na vijftig jaar bezetting, en in de wetenschap dat Israëls acties immer brutaler worden, zou de internationale gemeenschap niet langer mogen wegkijken van Israëls kolonisering van Palestina en de impact daarvan op het leven van de Palestijnen.