Gerard Jonkman is directeur van The Rights Forum.
4 juni 2026 Lees meer overAan een rode lijn stellen, zijn consequenties verbonden, stelt Gerard Jonkman, directeur van The Rights Forum. Maar elke rode lijn die Nederlandse politici opwerpen, laten ze Israël straffeloos overschrijden.

Woorden doen ertoe. Zeker in de politiek. Wanneer een premier spreekt over een ‘rode lijn’, dan mag worden verwacht dat daar consequenties aan verbonden zijn. Een rode lijn is geen vrijblijvende opmerking. Het is een signaal dat bepaald gedrag niet langer acceptabel is.
Juist daarom is het zo opmerkelijk dat het begrip ‘rode lijn’ de afgelopen jaren een centrale plaats heeft gekregen in het Nederlandse debat over Israël en Palestina. En het werd niet geïntroduceerd door demonstranten maar door politici. Zelfs door politici van coalitiepartijen.
Het gebruik van de term vertelt veel over de Nederlandse politiek en over de wijze waarop politici omgaan met internationaal recht (en uiteindelijk ook over het ontstaan van de grootste Palestina-demonstraties die Nederland ooit heeft gekend).
De Rode Lijn dook al jaren geleden op in het parlementaire debat over Israël en Palestina. In 2013 gebruikte toenmalig CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt de term in discussies over de voortdurende uitbreiding van Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Die discussie ging destijds vooral over de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing. Steeds nieuwe nederzettingen, uitbreiding van bestaande kolonies en plannen voor de E1-corridor tussen Jeruzalem en Ma’ale Adumim dreigden een Palestijnse staat onmogelijk te maken. Kamerleden spraken over rode lijnen die niet overschreden mochten worden.
Maar consequenties bleven uit. De nederzettingen groeiden verder. E1 bleef op tafel. De kolonisering nam toe. Rode lijnen werden genoemd, maar zelden gehandhaafd.
Jarenlang bleef het begrip vooral verbonden aan nederzettingen, annexatieplannen en later aan plaatsen als Khan al-Ahmar. VVD-woordvoerder Han ten Broeke zei in 2017: ‘Voor mij zou het bijvoorbeeld een rode lijn zijn als Israël gaat bouwen in het zogenoemde E1-gebied.’ D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma stelde in 2018 vast dat de sloop en ontruiming van Khan al-Ahmar in de Kamer op breed verzet stuit: ‘Dat is natuurlijk een rode lijn die ook in de Kamer tot en met de VVD feitelijk is bevestigd.’
Het werd gebruikt als politieke waarschuwing, zonder dat er een duidelijke koppeling werd gemaakt tussen het overschrijden van die grens en concrete maatregelen.
Dat veranderde in 2024. Toen Israël aankondigde Rafah binnen te vallen, sprak premier Mark Rutte over een mogelijke ‘gamechanger’. In Nederland werd die uitspraak vrijwel onmiddellijk vertaald als een rode lijn. De boodschap: een grootschalige aanval op Rafah zou niet zonder gevolgen kunnen blijven. Maar vervolgens gebeurde precies datgene waarvoor was gewaarschuwd. Israël trok Rafah binnen. En vervolgens gebeurde er niets.
Er kwamen geen sancties. Geen opschorting van samenwerking. Geen wezenlijke beleidswijziging. De rode lijn bleef bestaan als politieke uitspraak, maar zonder zichtbare consequenties. Een rode lijn die geen gevolgen heeft, is geen rode lijn meer. Het zijn loze woorden, zonder enige betekenis. Juist die kloof tussen woorden en daden werd steeds zichtbaarder naarmate de oorlog voortduurde en de humanitaire situatie in Gaza verder verslechterde. Het is geen toeval dat juist in die context de Rode Lijn-demonstraties ontstonden. De organisatoren kozen hun slogan, omdat het een begrip was dat eerder door politici zelf was gebruikt. De boodschap was duidelijk: Als de regering geen actie onderneemt wanneer een rode lijn wordt overschreden, doen wij het.
De demonstraties draaiden ook om geloofwaardigheid. Om de vraag wat politieke uitspraken waard zijn, wanneer daaraan geen consequenties worden verbonden. Als oorlogsmisdaden, collectieve bestraffing, uithongering van burgers en massale vernietiging geen rode lijn vormen, niet tot maatregelen leiden, wat dan wel?
Na de eerste Rode Lijn-demonstraties keerde de term terug naar de politiek. In 2025 en 2026 explodeerde het gebruik van het begrip in debatten, moties en Kamervragen. Kamerleden verwezen voortdurend naar rode lijnen die zouden zijn overschreden. Zij vroegen waarom het kabinet geen rode lijn trok. Zij wezen op de honderdduizenden demonstranten die dat wel deden.
De taal van de straat keerde daarmee terug naar de politiek. De Rode Lijn-beweging had de politici op hun eigen normen gewezen en geëist dat daaraan consequenties moesten worden verbonden. Uit peilingen bleek dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking van mening was dat het Israëlische genocidale geweld in de Gazastrook moest leiden tot concrete maatregelen tegen Israël. De politici zagen de peilingen, voelden het sentiment, zagen de verkiezingen aankomen en namen deel aan de Rode Lijn-demonstraties.
Het Nederlandse debat over Israël en Palestina wordt al jaren gekenmerkt door een groeiende discrepantie tussen de ernst van de uitgesproken zorgen en de beperktheid van de genomen maatregelen. Naarmate die kloof groter is geworden, heeft de term ‘rode lijn’ zijn diplomatieke betekenis verloren en een maatschappelijke betekenis gekregen.
De Nederlandse politiek heeft nu een nieuwe kans om (eindelijk) geloofwaardig over te komen. Bezalel Smotrich heeft aangekondigd dat Khan al-Ahmar zal worden ontruimd. Juist dat dorp werd jarenlang door Nederlandse politici beschouwd als een rode lijn. CDA, VVD en D66 hebben die term zelf gebruikt. Ministers spraken over sancties als Israël tot sloop zou overgaan. Kamerleden waarschuwden dat E1 en Khan al-Ahmar de tweestatenoplossing onmogelijk zouden maken.
De vraag is daarom niet of Nederland opnieuw een rode lijn moet trekken. Die lijn is jaren geleden al getrokken. De vraag is of Nederland bereid is eindelijk te doen wat het al die jaren heeft aangekondigd: consequenties verbinden aan de overschrijding ervan.
Misschien is dat wel de belangrijkste erfenis van de Rode Lijn-demonstraties. Niet dat zij een nieuwe norm hebben geïntroduceerd, maar dat zij politici herinneren aan hun eigen norm. Een norm die niet ontstond op straat, maar in de Tweede Kamer. Een norm die nu opnieuw op de proef wordt gesteld in Khan al-Ahmar.