Mouin Rabbani is een onafhankelijke Midden-Oosten-analist, gespecialiseerd in het Arabisch-Israëlische conflict en de kwestie-Palestina, en is Senior Fellow bij het Institute for Palestine Studies.
6 februari 2026 Lees meer overNu een film over de gruwelijke moord op het vijf-jarige meisje Hind Rajab – The Voice of Hind Rajab – is genomineerd voor een Oscar, draait de Israëlische propagandamachine op volle toeren om de feiten de verdraaien, ziet politiek analist en lid van de Raad van Advies van The Rights Forum, Mouin Rabbani.

Op 29 september 2000, aan het begin van de Tweede Intifada, was de twaalfjarige jongen Muhammad al-Durrah met zijn vader Jamal op pad. De twee werden door Israëlische militairen in het nauw gedreven op een kruispunt ten zuiden van Gaza-stad en verscholen zich achter betonnen barricades die hen slechts gedeeltelijk beschermden tegen de militairen, die op hen begonnen te schieten.
Muhammad’s gruwelijke dood, terwijl de soldaten bleven schieten op wat zij wisten dat ongewapende burgers waren, onder wie een kind, werd gefilmd en wereldwijd uitgezonden. Er waren verschillende televisieploegen in het gebied. De Palestijnse cameraman Talal Abu-Rahma, al meer dan tien jaar werkzaam voor France 2, legde de meest uitgebreide en gedetailleerde beelden vast.
Jamal al-Durrah, de vader, raakte zwaargewond, maar overleefde het. In lijn met een veelvoorkomende Israëlische praktijk, werd ook de bestuurder van een ambulance die het belegerde duo te hulp wilde schieten gedood.
De zinloze moord op Muhammad al-Durrah door zwaarbewapende Israëlische soldaten had een effect op de publieke opinie dat vergelijkbaar was met de gruwelijke moord op Hind Rajab door Israël, die met honderden kogels werd doodgeschoten in de beginfase van de genocide in Gaza.
Toen, net als nu, kwam het Hasbara Symfonieorkest [aanduiding voor Israël-propagandisten] onmiddellijk in actie, geïnspireerd door de officiële Israëlische staatspropaganda. Die beweerde aanvankelijk dat al-Durrah tragisch was omgekomen doordat hij cynisch als menselijk schild was ingezet door Palestijnen, maar hield vervolgens vol dat hij niet door Israëlische militairen, maar door Palestijnse schutters was doodgeschoten.
In de daaropvolgende jaren zou Israël herhaaldelijk zijn verhaal veranderen. Het voerde het ene nep-onderzoek na het andere uit, wat een reeks verzonnen rapporten opleverde, en maakte voor de goede orde de plaats delict met de grond gelijk.
Israëls handlangers hebben ruim een decennium lang het ene na het andere frauduleuze ‘onderzoek’ opgezet, bedoeld om aan te tonen dat Israël absoluut niets met de moord te maken had en dat er geen bewijs bestond dat Israëlische militiaren verantwoordelijk waren.
Als er al een slachtoffer was, was dat volgens deze apologeten niet het kind dat op wrede wijze was doodgeschoten, maar Israël zelf. Opnieuw werd Israël veroordeeld, uitsluitend vanwege ‘antisemitisme’, en zijn onberispelijke reputatie als het meest morele leger in het zonnestelsel zou op hatelijke wijze door het slijk zijn gehaald.
Charles Enderlin, een Frans-Israëlische journalist gevestigd in Jeruzalem en senior correspondent voor France 2, toonde in een reportage aan dat Muhammad al-Durrah niet alleen door Israëlische militairen was gedood, maar ook daadwerkelijk doelwit was. Hij kon niet zomaar als slachtoffer van kruisvuur worden afgedaan.
Er werd een massale campagne gelanceerd door Israëls handlangers om Enderlin in diskrediet te brengen, te belasteren en te demoniseren. Hij en zijn familie ontvingen zulke ernstige en talrijke doodsbedreigingen dat ze gedwongen werden hun huis te verlaten. Op een gegeven moment werd Enderlins vrouw mishandeld om haar man een lesje te leren.
Philippe Karsenty, een Franse politicus en notoire Israël-handlanger, kon het niet loslaten en was vastbesloten de verantwoordelijkheid voor de moord op al-Durrah van de daders af te schuiven. Jaren later beweerde hij dat het kind in feite was overleden omdat Enderlin het hele incident in scène had gezet. Met andere woorden, de Palestijnen hadden willens en wetens een van hun kinderen opgeofferd met als enig doel Israël in een kwaad daglicht te stellen.
Om zijn reputatie te beschermen, spande France 2 in 2004 een rechtszaak aan tegen Karsenty wegens smaad, waarbij ze slechts één euro schadevergoeding eisten om een punt te bewijzen. Na meerdere uitspraken en beroepen werd Karsenty in 2013 eindelijk veroordeeld voor smaad en kreeg hij een boete van maar liefst 7.000 euro.
Nu de zinloze moord op Hind Rajab, die half zo oud was als Muhammad al-Durrah, de wereld in zijn greep houdt en een film over haar gruwelijke laatste dagen, The Voice of Hind Rajab, genomineerd is voor een Oscar, speelt het Hasbara Symfonieorkest in een steeds woester tempo en bereikt met elke nieuwe noot een nieuw niveau van verdorvenheid. De leugens en verdraaiingen komen rechtstreeks uit het draaiboek van na al-Durrah.
Als je dacht dat de reactie op de Oscarwinst van No Other Land het toppunt van ongeremde hysterie was: het zal verbleken in vergelijking met de reactie als The Voice of Hind Rajab wint.
Net als in de zaak-al-Durrah volgen Israëlische meelopers plichtsgetrouw elke nieuwe verdraaiing van de feiten die vanuit Israël komen om de schuld voor haar dood te ontlopen. Dit duurt al meer dan twee jaar en zal nog vele jaren doorgaan.
Uiteindelijk zal de giftige beerput die door deze kwaadaardige en volstrekt misantropische platte-aarde-aanhangers is gecreëerd, nooit volledig en naar behoren worden leeggepompt.
Er bestaat vooralsnog geen remedie voor hasbara in zijn terminale fase. Maar net als in het geval van Muhammad al-Durrah, moeten hun leugens, hun bedrog, hun reflexmatige gebruik van rookgordijnen – ik herhaal, moeten – tot op de laatste centimeter bestreden worden.
Dit artikel is vertaald uit het Engels, oorspronkelijke gepubliceerd op Mouin Rabbani’s substack.