Rondetafelgesprek over medische evacuaties uit Gaza: ‘Het is onwenselijk en onmenselijk om weg te kijken’

De commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in de Tweede Kamer organiseerde een rondetafelgesprek met experts over medische evacuaties uit de Gazastrook. De minister zet in op zorg in de regio, maar dat, zo leggen deskundigen uit, is niet genoeg.

Mustafa Nasr, 11 jaar, verloor beide benen en een deel van zijn familie in een Israëlisch bombardement bij Gaza Stad. Zijn familie zorgt voor hem. © Omar Ashtawy apaimages / Alamy

Er ontsnapt een lichte zucht aan Hans van Goudoever, kinderarts en voorzitter van Amsterdam UMC en van (de koepel van academische ziekenhuizen) UMCNL. Hij heeft net aan Tweede Kamerleden van PRO, D66, PvdD, D66 en VVD uitgelegd hoe de ketenzorg in Nederland werkt.

Patiënten stromen, afhankelijk van wat hen scheelt, van een academisch ziekenhuis door naar een algemeen ziekenhuis en dan een revalidatietraject in. Ze schuiven dus steeds een plekje op. Juist dat systeem, zegt hij, is zo geschikt om in fases telkens kleine groepjes Palestijnse patiënten voor complexe zorg naar Nederland te halen. De zucht ontsnapt. Van Goudoever: ‘Heel veel plek hebben we, en we zijn er klaar voor’.

Evacuaties in de regio

Van Goudoever was gisterenmiddag één van de sprekers bij een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over medische evacuaties van Palestijnse kinderen uit de Gazastrook die complexe medische zorg nodig hebben. Het gaat om evacuaties naar Jordanië en Egypte, maar ook om evacuaties naar Europa, waaronder Nederland. Experts in Nederland waren in de vergaderzaal aanwezig, via videoverbinding spraken experts vanuit de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en Egypte.

Vorige week stuurde minister Sjoerd Sjoerdsma (D66) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een brief naar de Tweede Kamer over het onderwerp. Hij maakte daarin bekend in totaal 12 miljoen euro vrij te maken voor versterking van de medische capaciteit in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, en voor medische evacuaties naar naburige landen.

De helft daarvan gaat naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die daarmee de medische evacuatie van 250 zieke en zwaargewonde kinderen uit de Gazastrook naar Jordanië kan financieren. Drie organisaties krijgen elk 2 miljoen euro: Save the Children voor de opvang en behandeling van patiënten uit de Gazastrook die in Egypte verblijven, de WHO voor een gespecialiseerd programma op de bezette Westelijke Jordaanoever, en het Nederlandse Rode Kruis voor medische zorg in de Gazastrook en op de Westoever.

Prioriteiten

Er wordt geen geld vrijgemaakt voor evacuaties naar Nederland. Volgens Sjoerdsma is dat in lijn met de prioriteiten die de WHO stelt: daarin zijn evacuaties naar Europa de hekkensluiter, na het versterken van de gezondheidszorg in Palestina en in de regio. Door de keus het geld zo in te zetten, schrijft Sjoerdsma, ‘kan het grootste aantal patiënten uit Gaza van zorg worden voorzien, vele malen meer dan met dezelfde capaciteit in Europa.’

Geen van de sprekers doet iets af aan de noodzaak van die investering. Van Goudoever stelt dat het ‘in de basis’ altijd beter is om patiënten dichtbij huis te behandelen, waar taal en cultuur vertrouwd zijn. Maar dan moet de zorg wel beschikbaar zijn. De eerste spreker, Felipe van Braak, medisch teamleider bij Artsen zonder Grenzen, maakte meteen duidelijk dat de capaciteit en expertise in Jordanië en Egypte niet voldoende zijn. Investeren in zorg daar is goed, maar, stelde hij met nadruk: ‘Zie dat níet als vervanging voor evacuaties naar Europa. Complexe zorg is in de regio niet beschikbaar.’

Suzanne Kröger (PRO) wil van Van Braak weten welke medische gevallen niet in Jordanië of Egypte behandeld kunnen worden. Hij noemt eerst de overweldigende cijfers: het gaat om 20.000 patiënten en dat zijn er simpelweg te veel om over te laten aan twee landen. Dan geeft hij plastische en reconstructieve chirurgie als voorbeeld van behandelingen die in Jordanië en Egypte niet voorhanden zijn, zeker niet voor kinderen die bij bombardementen verminkt zijn geraakt. Zij hebben operaties nodig aan gezicht, armen, benen, handen. Van Braak: ‘Zodat een hand, een been, een arm weer kan doen wat hij hoort te doen. Dan ben je er niet met één operatie. En kinderen groeien dus die zorg moet constant zijn.’

Andere sprekers noemen ook ernstige brandwonden, protheses en zorg na amputatie van ledematen, behandeling van kanker, complexe zenuw- en spierbehandelingen, ernstige wonden van bombardementen. Ook psychosociale zorg is een onderdeel van die complexe behandelingen, zeggen verschillende sprekers, want alle patiënten zijn ernstig getraumatiseerd.

Diepe teleurstelling

Nadia Mohammed, operationeel directeur bij Save the Children in Egypte, zegt dat er alleen al op de wachtlijst van Save the Children 4.000 kinderen staan die complexe zorg nodig hebben. Ze schetst de onmogelijkheid van behandeling in Egypte voor deze kinderen: ‘Mensen wachten maanden en soms jaren voor ze Gaza kunnen verlaten. Dan mogen ze er eindelijk uit en dan komen ze in Egypte wéér op een wachtlijst. Dat zorgt voor grote frustratie en diepe teleurstelling. Deze kinderen met hun familie of begeleiders hebben gebrek aan alles. Kinderen kunnen niet naar school, ze hebben behoefte aan kleding, aan mentale zorg, aan alles.’

Het zorgsysteem in Egypte staat bovendien onder zware druk. Er zijn veel vluchtelingen uit Soedan, die ook een beroep doen op de publieke zorgvoorzieningen, en dan zijn er nog de Egyptenaren zelf. Mohammad: ‘De capaciteit in Egypte is niet onbeperkt, zeker niet voor complexe en langdurige zorg.’

En in de Gazastrook zelf, wat is daar nog aan zorg beschikbaar? Via video is er contact met Jonathan Veitch, de speciale gezant van Unicef in Palestina, die in de Gazastrook is. Uit zijn verhaal blijkt wat al bekend is: het zorgsysteem in de Gazastrook is verwoest. Er is geen basiszorg meer, laat staan specialistische. Er is een gebrek aan personeel, aan elektriciteit, en apparatuur die verouderd of kapot is kan niet worden gerepareerd omdat Israël reserve-onderdelen tegenhoudt. Eén op de acht kinderen is chronisch ondervoed, er is te weinig schoon water, en alle kinderen, zegt Veitch, hebben psychosociale steun nodig.

‘Kansrijk’

Nicole Maes (VVD) stelt vragen over de situatie in de Gazastrook. Ze wil weten hoe lang het duurt om de medische infrastructuur er weer op te bouwen, zodat patiënten daar behandeld kunnen worden. Dat lijkt haar ‘kansrijk’.

Van Braak is geen ingenieur, zegt hij, maar wat hij wel weet is dit: ‘Een liter motorolie kost 1200 dollar, en het team van Artsen zonder Grenzen heeft maandelijks 800 liter nodig voor auto’s en voor generators om medische apparatuur te laten werken. De meest basale spullen komen Gaza niet binnen omdat Israël ze als dual-use ziet [wat betekent dat ze ook voor militaire doeleinden gebruikt kunnen worden]: handschoenen, luiers, protheses, materiaal om protheses te maken, rolstoelen. Het gesprek gaat niet over heropbouwen, het gaat om het proberen te behouden van het kleine beetje dat we nog hebben.’

Reinhilde van de Weerdt, vertegenwoordiger van de WHO in Palestina en gestationeerd in Oost-Jeruzalem, voegt later toe: ‘Er staat een veldhospitaal klaar om de Gazastrook in te gaan, maar beton om een vloer te maken om het op te zetten, mag níet naar binnen, en metalen pijpen die nodig zijn om het te laten functioneren ook niet.’

Ze uit haar frustratie over de verwoesting van de zorg in de strook: ‘De gezondheidszorg in Gaza behoorde tot de beste in de hele regio. We worden in gijzeling gehouden door Israëls standpunt dat er pas weer spullen de Gazastrook in mogen als Hamas is ontwapend.’ Veitch vult aan: ‘Die Israëlische opstelling druist in tegen het internationaal recht.’

Maes vraag hoe snel de corridor van de Gazastrook naar Westelijke Jordaanoever weer open zou kunnen. Veitch: ‘De gezondheidszorg op de Westoever is ingestort door gebrek aan geld [dat Israël niet vrijgeeft – red.]. We zien geen enkele beweging bij Israël om de corridor te openen.’

Acuut nodig

Ines Kostić (PvdD) schrijft het falen toe aan gebrek aan ‘moreel leiderschap’. Ze wil het gesprek weer terugtrekken naar wat er acuut nodig is, omdat het herbouwen van vernietigde systemen te lang duurt voor de patiënten die nu zorg nodig hebben. Voor haar, en voor Sarah Dobbe (SP) en Kröger (PRO) is het zo klaar als een klontje: Nederland moet Palestijnse kinderen evacueren en in Nederland behandelen.

Dat is waar het tweede deel van het rondetafelgesprek over gaat. De deskundigen die aanschuiven zijn Gijs van Well, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, en de eerder genoemde kinderarts Van Goudoever (Amsterdam UMC en UMCNL) en WHO-vertegenwoordiger Van de Weerdt. De bijdrages van Van Well en Van Goudoever ademen ongeduld.

Van Well: ‘Wij vinden: kinderen moeten toegang krijgen tot zorg die in de regio niet beschikbaar is. We hebben al laten zien dat we het kunnen [bij de vijf medische evacueés die in oktober 2025 naar Nederland kwamen]. Het is onwenselijk en onmenselijk om weg te kijken. We kunnen kinderen helpen. Ik vraag de Tweede Kamer te doen wat nodig is.’

Van Goudoever: ‘Als de zorg in de regio tekortschiet, staan we als UMCs klaar: we hebben de capaciteit, kunde en wil om te helpen. We zijn klaar om onze medische en maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.’

Langer wachten

Dobbe, die meldt geraakt te zijn door de getuigenissen van de experts, wil weten of Nederlandse kinderen langer moeten wachten op zorg als er Palestijnse patiënten naar Nederland komen. Van Well zegt dat dat niet speelt: ‘Dat weten we want we hebben de eerdere evacuaties geëvalueerd. Het Landelijk Netwerk Acute Zorg helpt coördineren en zij zeggen ook dat het prima te organiseren is. Laat kinderen geleidelijk komen, zodat ze binnen de keten opschuiven en telkens plaats maken voor nieuwe patiënten uit Gaza.’

Hij voegt nadrukkelijk toe: ‘Kinderartsen in het veld wíllen dit ook. Ze bellen mij daarover, ze willen iets dóen.’

De kosten van evacuaties naar Nederland komen ook aan bod. Kröger vraagt of het niet relatief duur is, zoals minister Sjoerdsma in zijn Kamerbrief schrijft. Van Goudoever: ‘Natuurlijk is zorg in de Gazastrook of in Jordanië goedkoper, maar die zorg moet er dan wel zíjn.’ Het gaat ook niet om grote aantallen patiënten, zegt Van Well: ‘Begin eens met tien, en voer het dan geleidelijk op.’ Van Goudoever: ‘Daar zijn bij het ministerie van VWS en van Financiën wel potjes voor.’

Kostić weet genoeg. ‘Het is zo duidelijk wat er moet gebeuren. Laten we aan de slag gaan,’ zegt ze. Goudoever: ‘Elk kind, elk mens heeft recht op basale medische zorg. En professionals moeten de vrijheid hebben om die zorg te leveren. We wéten hoe het moet, en ik zeg het opnieuw: we zijn er klaar voor.’

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy