Ghada Zeidan e.a.Beste Kamerleden, de uitlatingen van Markuszower over Palestijnen moeten gevolgen hebben

Oproepen tot geweld door een volksvertegenwoordiger zijn geen mening. Ze zijn een aansteker. Daarom moeten er consequenties worden verbonden aan de woorden van Gidi Markuszower, betogen Palestijnse Nederlanders.

Van 1947 tot 1949 werden tijdens de Nakba circa 750 duizend Palestijnen verdreven of gedwongen te vluchten. Hun recht van terugkeer, en dat van hun nakomelingen, wordt hen tot dusver door Israël onthouden.

Wij, Palestijnse Nederlanders, schrijven deze brief naar aanleiding van de uitspraken van Tweede Kamerlid Gidi Markuszower, waarin hij stelde dat Palestijnse vluchtelingen met ‘nog meer geweld dan waar ze vandaan komen’ tegengehouden moeten worden, zodat ze niet in Nederland komen.

Een oproep tot geweld tegen een specifieke etnische groep is onaanvaardbaar en ondermijnt de fundamenten van de democratische rechtsstaat. In een context waarin Palestijnen al jarenlang structureel worden gestigmatiseerd, dragen dergelijke uitspraken bij aan ontmenselijking, discriminatie en een reëel veiligheidsrisico voor Palestijnse Nederlanders en Palestijnse vluchtelingen.

Ontmenselijking van Palestijnen

Dit is geen nieuw fenomeen. Sinds de Nakba van 1948 worden Palestijnen ontmenselijkt om bezetting, ontheemding en massamoord verteerbaar te maken voor het westerse publiek. Die retoriek heeft nu voet aan de grond in Nederland: Markuszower importeert haar rechtstreeks.

Daarin verwees hij expliciet naar geweld dat zou passen bij de ‘Nederlandse cultuur’, in plaats van naar de Nederlandse wet en de beginselen van de democratische rechtsstaat. Dat roept fundamentele vragen op over welke normen worden bedoeld en hoe dergelijke uitspraken zich verhouden tot de rechtsbescherming die voor alle inwoners behoort te gelden.

Zijn woorden zijn gevaarlijk – niet alleen als uitspraak, maar als legitimatie. In een klimaat waarin asielopvanglocaties al in brand worden gestoken en extreemrechts geweld escaleert, zijn oproepen tot geweld door een volksvertegenwoordiger geen mening. Ze zijn een aansteker.

Afstand nemen niet voldoende

Wij roepen bestuurders, politici, journalisten, maatschappelijke instellingen en medeburgers op om ondubbelzinnig stelling te nemen tegen haatzaaien en geweldsretoriek gericht tegen Palestijnen, en actief te waken over de integriteit van het publieke debat.

Afstand nemen alleen is daarbij niet voldoende, wij eisen actie. Het oproepen tot geweld, het aanzetten tot haat en het discrimineren van een specifieke bevolkingsgroep mogen in een democratische rechtsstaat niet zonder consequenties blijven, zeker niet wanneer dergelijke uitspraken afkomstig zijn van een volksvertegenwoordiger.

Daarom eisen wij, voornamelijk van onze volksvertegenwoordigers:

  1. Ondubbelzinnige veroordeling van deze geweldsoproep, met daadwerkelijke gevolgen voor de spreker.
  2. Erkenning dat Palestijnse vluchtelingen recht hebben op gelijke bescherming onder de wet en dat oproepen tot geweld tegen hen onaanvaardbaar zijn.
  3. Erkenning dat Palestijnse vluchtelingen en Palestijnse Nederlanders leven in een klimaat van intimidatie, onveiligheid en uitsluiting – mede veroorzaakt door dit soort retoriek.
  4. Erkenning dat anti-Palestijnse ontmenselijking een structureel probleem is in het Nederlandse publieke debat.
  5. Concrete bescherming van de Palestijnse gemeenschap in Nederland.
  6. Naleving van het internationaal recht, inclusief het zelfbeschikkingsrecht van het Palestijnse volk.

Sami SimreenDina ZbeidyGhada Zeidan en Sliman Abu Amara zijn lid van het Palestijns Netwerk Nederland (PNN). Zij schrijven deze open brief, die eerder in De Volkskrant verscheen, ook namens de overige leden van het PNN. Ghada Zeidan is lid van de Raad van Advies van The Rights Forum.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy