T. Mariniello & M. GiuffreInternationaal Strafhof moet Israëls genocidale inzet van seksueel geweld onderzoeken

Wijdverbreid seksueel geweld tegen Palestijnse gevangenen moet worden beschouwd als mogelijke misdaad tegen de menselijkheid, én als mogelijke genocidale daad, betogen twee experts internationaal recht.

Palestijnse gevangenen zitten geblinddoekt in het Israëlische gevangeniskamp Sde Teiman © Breaking The Silence via AP

Vóór de gebeurtenissen van oktober 2023 documenteerden mensenrechtenorganisaties al decennialang beschuldigingen van seksueel geweld en misbruik tegen Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie. Deze organisaties zien sinds oktober 2023 een duidelijke toename in de frequentie en ernst van dergelijke schendingen en documenteren brute mishandelingen gepleegd door Israëlische gevangenisbewaarders en militairen.

De recent uitgebrachte documentaire van Al Jazeera, Bodies of Evidence, bevat schokkende persoonlijke getuigenissen van Palestijnse overlevenden. Het biedt details over de interne werking van het systeem dat de seksuele marteling van Palestijnse vrouwen, mannen en kinderen mogelijk heeft gemaakt.

De opeenstapeling van dit bewijsmateriaal schetst een zorgwekkend beeld van een breder patroon van seksueel geweld in het Israëlische gevangeniswezen, gericht op vernedering, overheersing, ontmenselijking en vernietiging. Het lijkt er steeds meer op dat Israël seksueel geweld als wapen heeft ingezet als onderdeel van zijn genocidale campagne tegen het Palestijnse volk.

Gevangenissen voor een bevolking

Israël maakt sinds 1967 gebruik van een omvangrijk gevangeniswezen om de bezette Palestijnse bevolking te controleren. Volgens schattingen hebben sindsdien meer dan 750.000 Palestijnen in Israëlische gevangenissen vastgezeten. Momenteel zitten er minstens 9.500 Palestijnse gedetineerden in Israëlische gevangenissen, waaronder meer dan 360 kinderen.

Ongeveer 3.500 Palestijnen worden vastgehouden in ‘administratieve detentie’ – dat wil zeggen, zonder aanklacht of proces. Daarnaast zitten er meer dan 1.300 Palestijnen uit de Gazastrook vast in militaire detentiecentra.

Getuigenissen van overlevenden tonen aan dat misbruik niet beperkt is tot detentiecentra, maar in elke fase van de detentie plaatsvindt: van arrestatie tijdens huiszoekingen, invallen in ziekenhuizen, militaire operaties en bij controleposten, tot aan transport, ondervraging, gevangenschap en verschijning voor militaire rechtbanken.

Hierdoor wordt de verantwoordelijkheid gedeeld door verschillende actoren binnen het Israëlische veiligheidsapparaat: het leger, de politie, de Israëlische gevangenisdienst (IPS), die onder het ministerie van Nationale Veiligheid valt, en de inlichtingendienst Shin Bet, die onder het gezag van de premier opereert.

Collaborateurs

De Israëlische krant Haaretz heeft onlangs verschillende Israëlische functionarissen aangewezen als ‘collaborateurs’ bij de mishandeling van Palestijnse gevangenen, onder wie minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir, IPS-hoofdcommissaris Kobi Yaakobi, IPS-juridisch adviseur Eiran Nahon en IPS-hoofdmedicus dr. Liav Goldstein.

Palestijnse gevangenen hebben melding gemaakt van diverse vormen van mishandeling: strippen, blinddoeken, boeien, slaan, uithongering, slaapgebrek, het richten op geslachtsdelen, seksueel misbruik, verkrachting met voorwerpen of honden, vernedering voor het aangezicht van militairen en andere gevangenen, het onthouden van medische zorg en het belemmeren van de rechtsgang.

Na 7 oktober 2023 begon het Israëlische leger massaal Palestijnen uit de Gazastrook te arresteren en naar militaire gevangeniskampen te sturen. Sde Teiman, een Israëlische militaire basis omgebouwd tot detentiecentrum, werd berucht vanwege wijdverbreid misbruik. Een uitgelekte video van militairen die een Palestijnse gevangene mishandelden, leidde tot internationale veroordeling, maar niet tot vervolging.

Patroon van systematisch staatsgeweld

Het belang van het documenteren van dit herhaaldelijke misbruik schuilt ook in het patroon dat het onthult. Rapporten, getuigenissen van overlevenden en informatie verzameld door mensenrechtenorganisaties weerleggen de bewering dat dergelijke incidenten geïsoleerde daden zijn, gepleegd door een paar ‘rotte appels’. Integendeel, ze wijzen op een breder patroon van systematisch geweld gepleegd door staatsautoriteiten.

Juridisch gezien is het onderscheid cruciaal: een geïsoleerde daad van seksueel geweld wordt heel anders behandeld dan mishandelingen die herhaaldelijk en wijdverbreid plaatsvinden. Een enkele daad van seksueel geweld gepleegd in de context van een vijandige bezetting kan een oorlogsmisdaad zijn.

Teken de petitie van The Rights Forum die het kabinet-Jetten oproept in te grijpen tegen marteling.

Wanneer dergelijke daden echter systematisch zijn, kunnen ze misdaden tegen de menselijkheid vormen. En wanneer seksuele marteling wordt ingezet tegen leden van een beschermde groep, met de bedoeling die groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen, kan dit neerkomen op genocide.

Binnen de context van genocide is seksueel geweld bedoeld om het individu via de groep aan te vallen, en de groep via het individu. Het gebruikt stigma als wapen. Het maakt van het lichaam een ​​slagveld voor de vernietiging van de groep.

Ontmenselijk en de normalisering van misbruik

Getuigenissen van Palestijnse overlevenden tonen duidelijk aan dat ontmenselijking – de ideologische basis van genocide – een rol speelt. Genocidale actie begint met het veranderen van de manier waarop een doelgroep wordt gezien.

Het slachtoffer wordt eerst beroofd van individualiteit, vervolgens van waardigheid, en ten slotte van menselijkheid. Vanaf het begin van de genocide in Gaza werden Palestijnen door hoge Israëlische functionarissen bestempeld als ‘menselijke dieren’. Dat leidt ertoe dat geweld niet alleen is toegestaan, maar zelfs wordt gevierd.

De verhalen van militairen die lachen, filmen, applaudisseren, spotten en opscheppen over seksueel en ander geweld zijn juridisch significant. Ze suggereren dat misbruik niet alleen heeft plaatsgevonden, maar dat het is genormaliseerd.

Het Genocideverdrag definieert genocide niet alleen als ‘het doden van’. Het omvat ook het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van een beschermde groep, het opzettelijk opleggen van levensomstandigheden die leiden tot de vernietiging van de groep, en het opleggen van maatregelen die bedoeld zijn om geboorten binnen de groep te voorkomen.

Seksueel geweld om groepen te vernietigen

Seksueel geweld kan binnen deze categorieën vallen. Het hoeft niet te leiden tot sterilisatie om relevant te zijn voor het verbod op maatregelen die bedoeld zijn om geboorten te voorkomen. Seksuele marteling kan blijvende lichamelijke schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken, waardoor het risico op onvruchtbaarheid, zwangerschapscomplicaties en chronische problemen met de seksuele gezondheid toeneemt.

Het kan ook leiden tot ernstig psychisch trauma en problemen met intimiteit, relaties en toekomstig ouderschap. Geweld gericht op de genitaliën, verkrachting met voorwerpen, elektrocutie, gedwongen naaktheid en de psychologische vernietiging van het seksuele en gezinsleven kunnen daarom allemaal praktijken zijn die worden uitgevoerd met de bedoeling het vermogen van de groep om zich biologisch en sociaal voort te planten te vernietigen.

Het Internationale Tribunaal voor Rwanda erkende dit in het baanbrekende Akayesu-arrest. In die zaak oordeelde het Tribunaal dat verkrachting en seksueel geweld genocide kunnen vormen wanneer ze met genocidale intentie worden gepleegd. Met andere woorden, het erkende dat seksueel geweld een methode kan zijn om groepen te vernietigen. In Rwanda werd het inderdaad gebruikt met de intentie om het Tutsi-volk te vernietigen.

Israël kan eigen misdaden niet vervolgen

In Bosnië werd seksueel geweld gebruikt als wapen voor etnische vervolging, bedoeld om bij te dragen aan de vernietiging of verdrijving van specifieke groepen uit bepaalde gebieden. In Myanmar vormen gendergerelateerde misdrijven tegen de Rohingya een integraal onderdeel van de genocidale campagne.

Het blijkt keer op keer dat het Israëlische rechtssysteem niet bereid is – en waarschijnlijk zelfs niet in staat – om ernstige misdrijven, waaronder seksueel geweld, gepleegd door Israëlische staatsburgers tegen Palestijnen te vervolgen.

Onafhankelijke VN-onderzoekscommissies hebben herhaaldelijk laten zien dat het Israëlische militaire rechtssysteem structurele, procedurele en institutionele tekortkomingen vertoont, wat het afleggen van verantwoording voor mogelijke schendingen van het internationaal recht ondermijnt.

Wanneer een rechtssysteem zo is ingericht dat het daders in de praktijk beschermt en slachtoffers geen rechtvaardigheid biedt, wordt het begaan van ernstige schendingen niet afgeschrikt. Het maakt het dan juist mogelijk onwettig gedrag voort te zetten, inclusief de ernstigste vormen van misbruik.

Rol voor het Internationaal Strafhof

Wanneer er sprake is van een consistent patroon van ernstige beschuldigingen, moet er dringend een onderzoek komen op het juiste juridische niveau. Het Internationaal Strafhof (ICC) moet seksueel geweld tegen Palestijnen niet alleen onderzoeken als oorlogsmisdaad.

Gezien het wijdverbreide en systematische karakter van dergelijk geweld, moet het de aanklager van het Hof deze daden beschouwen als mogelijke misdaden tegen de menselijkheid. Gezien de verwoesting van Gaza, de massale detentie, gedwongen verplaatsing, hongersnood, ontmenselijking en systematische marteling, moet het seksueel geweld ook onderzoeken als een mogelijke genocidale daad.

Het systematische karakter van seksueel geweld tegen Palestijnen vereist dat onderzoeken niet beperkt blijven tot de directe daders van deze misdaden. Wanneer dergelijke misdrijven worden begaan in gevangenissen of militaire detentiecentra, moet het onderzoek zich uitstrekken over de volledige verantwoordelijkheidsketen.

Daaronder vallen individuele bewakers of militairen die ervan worden verdacht het misbruik te hebben gepleegd, directe leidinggevenden die verantwoordelijk zijn voor hun gedrag, en commandanten die toezicht houden op het reilen en zeilen in de gevangenis.

Ook ministers moeten worden onderzocht

In het geval van militaire detentie kan dit ook betrekking hebben op eenheidscommandanten, militaire politieautoriteiten en de Israëlische militaire aanklager die verantwoordelijk is voor het toezicht op onderzoeken en vervolgingen binnen het militaire rechtssysteem.

Wanneer de detentie wordt beheerd door civiele gevangenisinstellingen, zoals de IPS, kan de verantwoordelijkheid zich ook uitstrekken tot gevangenisdirecteuren, regionale commandanten en hoge administratieve functionarissen die verantwoordelijk zijn voor het beleid en de omstandigheden in de gevangenis.

Op het niveau van beleid en toezicht kan het onderzoek verder betrekking hebben op autoriteiten van het defensieapparaat en, waar relevant, op functionarissen op ministerieel niveau die verantwoordelijk zijn voor gevangenisbeheer, detentiebeleid en de goedkeuring van systematische praktijken die van invloed zijn op gedetineerden.

Uitholling internationaal strafrecht

Als het Strafhof deze strafbare feiten niet vervolgt, is het gevolg niet alleen straffeloosheid, maar ook de uitholling van de afschrikkende werking van het internationaal strafrecht zelf. Wanneer ernstige schendingen op grote schaal en herhaaldelijk worden gedocumenteerd en keer op keer niet worden vervolgd, dreigen dergelijke patronen van misbruik te normaliseren en onderdeel te worden van een institutionele praktijk.

Het ontbreken van betekenisvolle verantwoording creëert zo omstandigheden waarin straffeloosheid zichzelf versterkt: een inschikkelijke omgeving waarin schendingen zich kunnen herhalen met steeds minder angst voor onderzoek of sancties. In die zin is straffeloosheid niet slechts het gevolg van misbruik, maar de vruchtbare bodem waarin het zich verder kan ontwikkelen.

Dit is een vertaling uit het Engels van een opiniestuk dat gepubliceerd op de website van Al Jazeera op 22 juni.

Triestino Mariniello is hoogleraar rechten aan de Liverpool Moores University in het Verenigd Koninkrijk. Hij is lid van het juridische team dat slachtoffers uit de Gazastrook bijstaat voor het Internationaal Strafhof.

Mariagiulia Giuffré is rechtsgeleerde gespecialiseerd in internationaal en Europees recht, mensenrechten en migratierecht.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy