Ingrid Rollema (1953) is kunstenaar en mede-oprichter van de HOPE Foundation (1992).
11 september 2026 Lees meer overKunstenares Ingrid Rollema (73) werkt al ruim 35 jaar met Palestijnse kunstenaars in de Gazastrook. Ze ziet dat het maken van kunst Palestijnse kinderen helpt te overleven. ‘Kunst is een krachtig wapen, als stil protest tegen het Israëlische geweld.’

Als een samenleving stopt haar verhalen te vertellen, is ze ten dode opgeschreven. Niet voor niets zet Israël in de Gazastrook vol in op vernietiging van de geschiedenis. Bibliotheken, kerken, universiteiten en archeologische opgravingen worden in rap tempo van de kaart geveegd. De Israëlische bommen vernietigen meters diep alle herinneringen aan oude beschavingen.
Als teamlid van de HOPE Foundation werk ik al meer dan vijfendertig jaar in de Gazastrook, om kinderen in aanraking te brengen met de kracht van kunst – ook als vorm van traumaverwerking. Door onze inspanningen krijgen kinderen er nog steeds basis- en kunstonderwijs, ondanks al het Israëlische geweld. Het dagelijkse werk wordt ter plekke gedaan door Palestijnse kunstenaars en docenten. Elke dag opnieuw zien we dat deze inspanningen hard nodig zijn om de Palestijnse beschaving in stand te houden.

Als we de huidige geologie van Palestina bekijken, zien we dat er bijna geen bewoonbaar land meer over is. In een recent VN-rapport lezen we dat sinds oktober 2023 in de Gazastrook meer dan 21.000 kinderen zijn vermoord, 44.000 gewond zijn geraakt en naar schatting 58.000 kinderen wees zijn geworden. Het rapport schetst een beeld van sluipschutters en gerichte droneaanvallen op kinderen, naast een blokkade van humanitaire hulp die honger en ziekte in de hand werkt.
Ondertussen worden dorpen en steden op de Westelijke Jordaanoever omsingeld door illegale nederzettingen, terwijl Israëlische kolonisten met geweld op de oorspronkelijke Palestijnse bewoners jagen. Kinderen in de Gazastrook en op de Westoever zijn dagelijks getuige van moord, vernietiging, vernedering en verlies. Wat moet er gebeuren om deze kinderen toch het gereedschap te geven zich een toekomst voor te stellen? Hoe zorg je ervoor dat je in zo’n situatie kunt opgroeien tot een mooi mens, dat weg wil blijven van de verstikkende werking van geweld?
Als kunstenaars weten we dat boven elk land en in ieder kind zich de Vrije Ruimte bevindt. In die Vrije Ruimte kun je experimenteren, fouten maken, losgaan, wonderen verrichten en je een toekomst voorstellen. Het maken van kunst vanuit de Vrije Ruimte maakt nieuwsgierig en genereert een actieve houding, en dat is essentieel als doelloosheid op de loer ligt.
Een actieve houding helpt kinderen na te denken over alternatieve mogelijkheden. Het is de plek waar zij weer even mens kunnen zijn, en precies daar zit de ontsnapping aan hun situatie. Het maken van kunst helpt hen te overleven. Als kinderen in oorlogsgebieden deze Vrije Ruimte niet leren kennen, dan zijn ze ten dode opgeschreven.

Maar ook voor volwassenen is de Vrije Ruimte essentieel. Eén van de voorwaarden die aan de werking van de kunsten ten grondslag ligt, is dat kunstenaars deel zijn van de samenleving, maar dat ze daar ook uit kunnen stappen om deze vanuit een afstand te beschouwen.
Zo kan lucht worden gebracht in een vastgelopen situatie; er kan een ander licht schijnen. We zien dat kunstenaars zowel in Palestina als in de diaspora een enorme kracht laten zien. Zij leveren grote namen in de literatuur en filosofie. Ook voor hen, én voor hun publiek, laat het maken van kunst zien dat je bestaat, dat je een mens bent. Je kunt leven, en overleven, want de kunst uit de Vrije Ruimte is niet uit te roeien.
In contact met collega’s in de Gazastrook valt op dat in hun lessen altijd de liefde wordt besproken: ‘Wij willen dat onze kinderen zo volwaardig mogelijk opgroeien. Als we ingaan op onze dagelijkse realiteit komt de liefde niet aan bod en maken we onbedoeld het werk van de bezetter af. Wij willen kinderen die zich mentaal goed en gezond ontwikkelen. Dat kan alleen via de liefde.’
Het toont aan dat de Vrije Ruimte ook verbindend is. Kunst kan een stem geven aan degenen die normaal niet worden gehoord of gezien, en daarmee empathie en compassie opwekken.
Palestijnen in diaspora hebben heimwee omdat ze geen onderdeel meer zijn van hun groep. Het is zoals een bejaarde Palestijn in Canada zei: ‘Ik zit hier in een huis, er wordt niet gebombardeerd en de mensen zijn aardig, ik ben dankbaar, ik klaag niet. Maar niets in dit land weegt op tegen één zandkorrel uit Gaza.’
Hoe je het ook wendt of keert, kunst is altijd een spiegel van de samenleving. In de Palestijnse gebieden bieden kunstuitingen zowel kwetsbaarheid als weerbaarheid. Kunst is daarmee een krachtig wapen, als stil protest tegen geweld, en als ruimte voor ‘Zelfbeschikking in Bezet Gebied’.

Samen met de HOPE Foundation geeft Uitgeverij Jurgen Maas Palestijnse literatuur uit die nooit eerder is gepubliceerd. Deze maand verschijnt het derde boek in de reeks ‘Stemmen uit Gaza’, van de schrijfster Shrouq Doghmosh (1996). De selectie voor de boeken wordt gemaakt door een groep kunstenaars in Gaza.
Wij vroegen aan de literaire commissie of ze nog wel bij elkaar wilden komen, aangezien het reizen in de Gazastrook zo gevaarlijk is. Een ijzige stilte viel, tot iemand zei: ‘In Godsnaam neem ons niet het laatste restje menselijke waardigheid af.’ Eén van de auteurs zat al schrijvend onder een halve trap, terwijl de bommen om hem heen insloegen. ‘Ik ga gewoon door’, zei hij, ‘ik verplaats me niet meer. Óf je hebt straks een boek óf je hebt niks, en dan ook mij niet.’
De teksten uit de Gazastrook worden in het Nederlands vertaald door Djûke Poppinga. Wat haar het meest treft, zijn de impliciete emoties die in deze literatuur worden uitgedrukt. Er is bijvoorbeeld een verhaal over een meisje dat heel trots was op haar naam. Ze sterft en komt in het mortuarium terecht. Op haar borst is een briefje gespeld: ‘naam onbekend’.
Mij herinnert dit verhaal eraan dat kinderen in Gaza nu begrafenisje spelen. Ze graven kuilen, gaan erin liggen en imiteren de rituelen van de volwassenen. Een jongetje vroeg mij tijdens een online verbinding: ‘Juf, als ik word vermoord en ik lig in mijn graf, gaan mijn dromen dan mee of lig ik daar alleen?’

De mensen in de Gazastrook en de bezette gebieden zijn zich ervan bewust dat alleen al het feit dat je in leven blijft een daad van verzet is geworden. Een jonge beeldend kunstenaar vertrekt iedere morgen weer met zijn schildersspullen van huis en plukt kinderen van de straat.
Dan gaan ze tekeningen maken en beschilderen met elkaar brokstukken van de bombardementen. Ooit schreven ze in heel groot in Arabisch schrift, zodat de piloten en dronebestuurders het goed konden lezen: ‘Bedenk, voor je ons bombardeert, dat je ook van ons had kunnen houden.’

Inmiddels is 70 procent van de Gazastrook bezet. Meer dan twee miljoen mensen zijn door Israël samengedrongen op een stukje grond dat kleiner is dan Texel (14.000 inwoners). Dat piepkleine stukje grond wordt nu ingesloten door een hoge aarden wal die de bezetters er opwerpen.
De Gazanen geloven dat ze uiteindelijk in één klap gebombardeerd zullen worden, en dat de aarden wal de bloedspetters zo veel mogelijk moet tegenhouden. Ik ben bang dat ze gelijk krijgen.

Dat we in de Vrije Ruimte grenzeloos met elkaar verbonden zijn, is een mooie gedachte. En ja, ik weet maar al te goed dat die Vrije Ruimte voor Zelfbeschikking een essentiële voorwaarde is om te kunnen overleven, als mens, als samenleving en als cultuur. Maar ik vraag me ook af: ‘Als de cultuur uiteindelijk alles overleeft, waarom zou je deze mensen, deze kinderen en hun ouders die nu in Gaza wonen, dan niet ook laten leven?’