In Gaza stokt humanitaire hulp, maar groeit Israëlische handel

Het Internationale Rode Kruis roept Israël op de grenzen voor humanitaire hulp aan de Gazastrook te openen. Israël weigert. Tegelijkertijd levert de commerciële goederenhandel van Israëlische bedrijven op de markten in de Gazastrook miljoenen op. De Pakistaanse Alkhidmat Foundation probeert met cash en gaarkeukens zo goed als het kan de Palestijnen in leven te houden, schrijft journalist Wilma van der Maten vanuit Islamabad.

Ontheemde Palestijnen in de Gazastrook zoeken voedselhulp. © Imago via Alamy

Op het hoofdkantoor van de Alkhidmat Foundation in Islamabad gonst het van de geruchten. Gaat de grens met de Gazastrook eind september werkelijk open? Medewerkers zitten koortsachtig met hun collega’s in het Midden-Oosten aan de telefoon. Sinds maanden zitten de grenzen met de Gazastrook potdicht. Onder het mom van de onveiligheid in de regio door de oorlog tussen Iran en Amerika blokkeert Israël alle noodhulp aan de Palestijnse bevolking.

‘Zodra we groen licht hebben, gaat de eerste lading die kant uit’, zegt directeur Asif Jamal van de noodhulpafdeling van Alkhidmat. ‘We werken in nauwe samenwerking met onze regering en de Nationale Autoriteit voor Rampenbestrijding. We staan klaar om opnieuw tonnen aan hulpgoederen richting de Gazastrook te sturen’, klinkt het optimistisch.

Wegrottend voedsel

Directeur Jamal laat een vrijwel lege lijst zien van het goederentransport naar de Gazastrook van het afgelopen jaar. Via de officiële weg is vanuit Pakistan amper iets binnengekomen voor de 2,2 miljoen Palestijnen in de compleet verwoeste Gazastrook. De frustratie bij de medewerkers van de Alkhidmat Foundation is voelbaar.

‘Weet je wat ons het meest machteloos doet voelen? Terwijl wij samen met tientallen internationale hulporganisaties Israël proberen te bewegen humanitaire hulp toe te laten, draait de commerciële Israëlische handel in de Gazastrook op volle toeren. Terwijl ons voedsel al maanden ligt weg te rotten in Egyptische pakhuizen.’

Jamal noemt het te bizar voor woorden dat Israël de grenzen voor gratis humanitaire hulpgoederen sluit, maar wel vrachtwagens vol dure Israëlische producten de Gazastrook binnenlaat. ‘Op de markten worden groente, meel en rijst uit Israël tegen woekerprijzen verkocht. Palestijnse boeren op de Westelijke Jordaanoever worden buitengesloten. Die mogen hun veel goedkopere voedsel niet in de Gazastrook verkopen. Dus kopen de Gazanen op de markt Israëlische dadels die ook nog eens grotendeels zijn geteeld op gestolen Palestijns land.’

Israëlisch economisch gewin

De commerciële goederenhandel levert Israëlische bedrijven goudgeld op. Volgens een reportage van het internationale tv-station Al Jazeera verdienden die in het eerste kwartaal van dit jaar een slordige 17 miljoen euro. Een groep van zo’n dertien door Israël geselecteerde Palestijnse handelaren mag de Israëlische goederen de Gazastrook binnenbrengen. ‘Israël creëert zo doelbewust een monopolie voor eigen economisch gewin’, stelt Asif Jamal.

 

De commerciële goederenhandel naar de Gazastrook levert Israëlische bedrijven goudgeld op.

Maar de Alkhidmat Foundation weigert bij de pakken neer te zitten. De grootste hulporganisatie van Pakistan – vijfduizend mensen in dienst en honderdduizend vrijwilligers – voert tegelijkertijd een zeer pragmatische tweesporenstrategie uit om de blokkade van de Gazastrook te omzeilen. Zodra de grenzen weer hermetisch zijn gesloten, schakelt Alkhidmat over op het tweede spoor: het cashprogramma. Het zogeheten Cash and Voucher Assistance (CVA)-systeem, een geaccepteerde methode van betalen in de internationale hulpwereld.

Dure Israëlische producten

Van het totale noodhulpbudget van 9,79 miljard Pakistaanse roepie, ruim 30 miljoen euro, dat tot nu toe in de Gazastrook is uitgegeven, vormt dit cashprogramma van de Alkhidmat Foundation de financiële motor op de grond. Directeur Asif Jamal legt uit hoe het programma werkt. ‘Omdat digitale banktransfers naar Palestijnse bankrekeningen nog deels functioneren, boeken wij via officiële wegen geld over naar de rekeningen van onze operationele partners, lokale ngo’s en eigen vrijwilligers in de regio. Naarmate de grenzen vaker sluiten, sturen wij meer geld naar de Gazastrook.’

Met dat geld kopen de vrijwilligers van de Alkhidmat Foundation de dure Israëlische producten op de markt voor hun gaarkeukens in het zuiden van de Gazastrook. Duizenden Palestijnen krijgen zo elke dag een warme maaltijd.

Daarnaast geeft de Pakistaanse hulporganisatie elke maand een envelop met zo’n 45 euro aan Palestijnse kinderen die beide ouders zijn kwijtgeraakt. Ook weduwen en ouderen ontvangen contant geld om zichzelf in leven te houden.

Langzame, wrede dood

Met de resterende financiële middelen hebben vrijwilligers scholen voor 800 kinderen opgezet en proberen ze met veel moeite de medische kliniek draaiende te houden. ‘Naast babymelkpoeder mogen we ook geen chirurgische apparatuur meer invoeren, waardoor we steeds moeilijker zuigelingen in leven kunnen houden en medische operaties uitvoeren. De Gazanen sterven hier een langzame, wrede dood’, zegt Jamal op bittere toon.

Israëlische militairen wijzen met geweerkolven Palestijnen aan die wat hulp mogen pakken.

Hoe komt deze hulporganisatie aan zoveel geld in Pakistan, waar bijna een derde van de gezinnen door de financiële crisis zelf nauwelijks te eten heeft? Alleen al het wezenprogramma kost de Alkhidmat Foundation 150.000 dollar per maand. ‘Noem het moslimbroederschap’, zegt Jamal. ‘In de meeste islamitische landen bestaat het principe van zakat. Een soort armenbelasting van 2,5 procent over je vermogen. Dat geld komt niet alleen van moslims in Pakistan, maar ook uit onze enorme diaspora. Wij werken bewust met vrijwilligers om de kosten te besparen. Negentig procent van al onze inkomsten gaat direct naar de mensen die het nodig hebben.’

Mensonterend distributieproces

Al zou Jamal willen, toch komt niet al het geld via banken de Gazastrook binnen. Op de markt moet met contant geld worden betaald, maar de meeste mensen beschikken niet meer over cash. Opnieuw spelen Palestijnse tussenhandelaren een dubbele rol. Zij nemen, in ruil voor een flinke commissie, contant geld mee van gevluchte Palestijnse families die nu in Jordanië en Egypte verblijven. ‘Hiermee kunnen de achtergebleven familieleden in de Gazastrook eten kopen’, legt Jamal uit.

Maar zelfs als eind september humanitaire hulpgoederen de Gazastrook weer binnen mogen, betekent dat niet dat alle Palestijnen weer te eten hebben. ‘Het ongeorganiseerde distributieproces dat vervolgens plaatsvindt, is schandalig en mensonterend. Via kleine pick-uptrucks worden de goederen in de open lucht midden in de Gazastrook gedumpt. Er zijn geen opslagloodsen of lijsten met namen van gezinnen. In plaats daarvan staan er Israëlische soldaten bij de goederen. Met hun geweerkolven wijzen ze de mensen aan die iets mogen pakken.’

Gazastrook als verdienmodel

Ondertussen blijven de telefoons op het hoofdkantoor in Islamabad rinkelen. ‘We moeten zeker weten dat de grens opengaat’, zegt Jamal. ‘Hoe langer de hulp in Egyptische loodsen blijft, hoe hoger de kosten oplopen. De Egyptische Halve Maan vraagt maandelijks tussen de vijf en tien procent voor de goederenopslag.’

Bovendien zijn de transportkosten van elke vrachtvlucht met 30 procent gestegen door de crisis in de straat van Hormuz. ‘Eigenlijk is de Gazastrook voor heel wat partijen een verdienmodel geworden. Behalve voor de Gazanen zelf die elke dag vechten om in leven te blijven.’

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy