Het Amerikaanse techbedrijf Palantir ontwikkelt software die het Israëlische leger gebruikt bij bombardementen op de Gazastrook. Desondanks besloot pensioenfonds ABP afgelopen jaar ruim 800 miljoen in het bedrijf te steken.

Het Nederlandse pensioenfonds ABP heeft afgelopen jaar 825 miljoen euro geïnvesteerd in het Amerikaanse softwarebedrijf Palantir. Dat blijkt uit onderzoek van platform Follow the Money.
Palantir levert software aan het Israëlische leger, die wordt gebruikt bij de bombardementen op de Gazastrook. Het bedrijf profiteert hiermee van de genocide, en is er medeplichtig aan, stelde VN-rapporteur Francesca Albanese in haar rapport From economy of occupation to economy of genocide uit juni 2025.
In het geval van Palantir is die betrokkenheid heel direct. Het levert surveillance-software om grote hoeveelheden data over Palestijnen te verzamelen en verwerken.
Israël heeft verschillende AI-programma’s die zelfstandig doelwitten selecteren om te bombarderen. Deze programma’s waren ontworpen om Hamas-leden te identificeren en als doelwit te markeren, juist als ze thuis bij hun families waren, rapporteerde het Israëlisch-Palestijnse platform +972 magazine al in april 2024.
Door AI-geselecteerde doelwitten werden vrijwel zonder uitzondering geaccordeerd door het leger, waarbij hele families, of alle bewoners van een appartementencomplex in feite door de beslissing van een computer werden uitgeroeid.
Het rapport van Albanese stelt dat ‘op redelijke gronden’ kan worden aangenomen dat Palantir deze AI-systemen heeft aangeleverd. Na 7 oktober 2023 werd de samenwerking tussen Palantir en het Israëlische leger uitgebreid.
Palantir hield in januari 2024 ‘uit solidariteit’ een bestuursvergadering in Tel Aviv en kondigde een strategische samenwerking aan om ‘oorlogsinspanningen’ te ondersteunen. ‘We staan achter Israël’, schreef het bedrijf toen.
Op dat moment hadden experts al ruimschoots gewaarschuwd dat Israëls aanvallen in Gaza in genocide konden uitmonden en had Zuid-Afrika Israël al formeel beschuldigd van genocide bij het Internationaal Gerechtshof. De CEO van Palantir erkende in april 2025 zelf dat het bedrijf Palestijnen had gedood in Gaza.
Palantir staat daarom ook op de door The Rights Forum opgestelde zwarte lijst van bedrijven die bijdragen aan mensenrechtenschendingen in Palestina. Het bedrijf heeft een Nederlandse dochter waar de politie mee samenwerkt.
De Noorse vermogensbeheerder Storebrand en de Luxemburgse CANDRIAM stapten in 2024 uit Palantir, vanwege de rol van het bedrijf in Gaza. Maar ondanks de beschikbare informatie investeerde ABP, het pensioenfonds waar Nederlandse ambtenaren verplicht bij zijn aangesloten, in 2025 honderden miljoenen in Palantir. Eerst met een miljoenenbelang in het tweede kwartaal, en nog eens 190 miljoen in het derde kwartaal, schrijft Follow the Money.
Daarmee onderstreept ABP zijn reputatie. Uit het rapport Don’t buy into occupation V van 25 Europese en Palestijnse ngo’s en vakbonden bleek afgelopen november dat ABP van alle Nederlandse banken en institutionele beleggers verreweg de grootste investeerder is in bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische bezetting, apartheid en/of genocide.
Het fonds investeerde 17,6 miljard in dergelijke bedrijven, waaronder dus Palantir. Dat ABP in oktober besloot niet meer te investeren in Caterpillar, dat de bulldozers levert waarmee Israël Palestijnse huizen, steden en infrastructuur sloopt, was binnen het totaal maar klein bier.
Naast ABP beleggen ook de pensioenfondsen PFZW en BpfBOUW in Palantir. Dat gaat om beleggingen die al voor 2025 in het bedrijf werden gedaan, en om aanzienlijk kleinere bedragen dan ABP (122 miljoen en 47 miljoen respectievelijk). PMT en PME beleggen niet in Palantir, zocht Follow the Money uit.