Mouin Rabbani

Mouin Rabbani is een onafhankelijke Midden-Oosten-analist, gespecialiseerd in het Arabisch-Israëlische conflict en de kwestie-Palestina, en is Senior Fellow bij het Institute for Palestine Studies.

24 May 2022 Lees meer over

Hoe wij kunnen bijdragen aan gerechtigheid voor de Palestijnen

Tijdens het Henri Veldhuis Symposium nam analist Mouin Rabbani de keynote speech voor zijn rekening. Voor hen die het symposium niet konden bijwonen publiceren we de Nederlandse vertaling van zijn gedreven betoog.

Demonstranten eisen gerechtigheid voor Shireen Abu Akleh, de Palestijns-Amerikaanse journaliste die op 11 mei tijdens het maken van een reportage bij Jenin werd doodgeschoten. © Palestinian News Network

Het is een eer te worden uitgenodigd om de keynote speech te houden op een symposium van The Rights Forum, en zeker op een symposium ter nagedachtenis aan Henri Veldhuis.

Samen met Henri had ik het voorrecht om in 2009 door de oprichter, de onvermoeibare Dries van Agt, te worden uitgenodigd om zitting te nemen in het inaugurele bestuur van The Rights Forum. Het is in deze context dat ik Henri heb leren kennen.

Ik kan niet beweren dat ik Henri goed heb gekend. Maar je hoefde hem niet door en door te kennen om te worden geraakt door zijn innemende persoonlijkheid, kritische geest, principiële menselijkheid en vermogen tot constructieve verontwaardiging. Zijn plotselinge overlijden – op veel te jonge leeftijd – heeft een leegte achtergelaten, niet alleen voor zijn familie, maar ook voor The Rights Forum en voor de Nederlandse inzet voor gerechtigheid voor het Palestijnse volk.

Henri was een diep-geëngageerde christen wiens principes bepaald werden door zijn geloof. Zoals dat vermoedelijk ook voor Dries van Agt geldt, kwam hij tot zijn standpunten door de werkelijkheid te beoordelen door het prisma van zijn religieuze beginselen. Geen idiote slogans of onzinnige formules, maar oprechte en serieuze principes. In dit verband vind ik het belangrijk op te merken dat Henri’s opvattingen over Palestina niet in de eerste plaats voortkwamen uit zijn solidariteit met de christenen daar, maar veeleer uit de universele toepassing van zijn diepgewortelde streven naar rechtvaardigheid en gelijkheid.

Israëlische apartheid

Die rechtvaardigheid en gelijkheid liggen in Palestina op veel manieren onder vuur. Een aspect dat afgelopen jaar onder het vergrootglas kwam te liggen is het institutionele racisme dat het kloppend hart vormt van de Israëlische staat. De reden waarom dit zoveel aandacht kreeg heeft verrassend weinig te maken met de toenemende brutaliteit van het Israëlische beleid en gedrag, dat zich onlangs manifesteerde in de koelbloedige executie van de legendarische journaliste Shireen Abu Akleh. Het weerspiegelt veeleer de geldende consensus onder de belangrijkste Palestijnse, Israëlische en vooral internationale mensenrechtenorganisaties dat Israël een apartheidsstaat is. Over de inhoud van hun rapporten is vandaag al het nodige gezegd. Ik wil nader ingaan op hun betekenis.

Zo kunnen we verontwaardigd vaststellen dat de consensus over Israëls apartheid minstens een halve eeuw te laat is gekomen. Anderzijds kunnen we ook vaststellen dat meer dan een halve eeuw van collectieve inzet eindelijk zijn vruchten heeft afgeworpen, en ons concentreren op de vraag hoe we de rapporten het best kunnen gebruiken om de rechtvaardigheid en gelijkheid in Palestina concreet te bevorderen.

Zo bezien is het belangrijkste nut van deze rapporten, die van Human Rights Watch en Amnesty International in het bijzonder, dat zij de discussie over het racisme van de Israëlische staat legitimeren, evenals het debat over de manier om dat te bestrijden. Daarin ligt belangrijke winst.

Het tweede nut is dat zij pleitbezorgers van Palestijnse rechten belangrijke instrumenten in handen geven waarmee die de publieke opinie, media, politiek en regering kunnen aanspreken. Waar veel van uw en mijn argumenten kunnen worden genegeerd, is dat een stuk lastiger met informatie die afkomstig is van organisaties wier rapporten in de regel als gezaghebbend worden beschouwd.

Politieke vermijding

In dit opzicht was de reactie van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Wopke Hoekstra, op het Amnesty-rapport veelzeggend. Diens ministerie vertrouwt in andere verbanden in hoge mate op de rapportages en analyses van Amnesty. Negeren was dus geen optie, maar tot aanvaarding kwam het niet.

Hoekstra kwam met de dubieuze bewering dat apartheid alleen door een rechtbank kan worden bevestigd. Zover ik weet wordt die opvatting niet gedeeld door specialisten op het gebied van het internationaal recht, maar laten we eens aannemen dat hij gelijk heeft. Met andere woorden, laten we aannemen dat Hoekstra aanvaardt dat apartheid een misdaad tegen de menselijkheid is, en dat hij tevens aanvaardt dat Israël blootstaat aan ernstige, grondig gedocumenteerde aantijgingen dat het zich schuldig maakt aan een misdaad tegen de menselijkheid, maar dat hij meent een gerechtelijk vonnis nodig te hebben om tot een oordeel te komen. Als dat inderdaad het geval is, zou hij zich dan niet naar het Internationaal Strafhof moeten spoeden – gehuisvest in dezelfde stad als zijn eigen ministerie – om te eisen dat het de zaak onverwijld onderzoekt zodat hij het Nederlandse buitenlandbeleid daarop kan baseren?

Hoekstra’s standpunt over de noodzaak van een gerechtelijke uitspraak is sec bedoeld om de kwestie te kunnen ontwijken.

Dat doet hij niet. Hoekstra’s standpunt over de noodzaak van een gerechtelijke uitspraak is sec bedoeld om de kwestie te kunnen ontwijken. Daarmee is de kous echter niet af. In Nederland is de regering verantwoording verschuldigd aan het parlement, en de Tweede Kamer telt leden die meer gebrand zijn op waarheidsvinding en verantwoording dan Hoekstra. Sommigen hebben al Kamervragen gesteld. Anderen kunnen worden aangemoedigd om de kwestie te blijven agenderen totdat deze naar juridische tevredenheid van de minister van Buitenlandse Zaken is opgelost.

Falende media

Naast het kabinet laten ook onze media het ten aanzien van het Midden-Oosten afweten. Frequent worden officiële Israëlische beweringen en claims gemakzuchtig herhaald in plaats van die te onderzoeken zoals dat serieuze journalisten betaamt. Dat leidt tot berichten waarin wordt gemeld dat Palestijnen zijn ‘overleden’ – of dat het gevolg is van een ziekte of ongeval blijft in het midden – in plaats van ‘gedood’. Of dat zij slachtoffer zijn van ‘botsingen’ – die kennelijk op eigen kracht een scherpschuttersgeweer op een journalist kunnen richten. Met dergelijke berichtgeving moeten we geen genoegen meer nemen.

Om een voorbeeld uit de Verenigde Staten aan te halen: de New York Times vond het Amnesty-rapport dermate onbelangrijk dat zelfs het bestaan ervan buiten de berichtgeving werd gehouden. Toen de krant daarin volhardde begonnen voorstanders van Palestijnse rechten het stilzwijgen van de krant dagelijks aan te kaarten. De situatie werd zo gênant voor de Times – die zichzelf als gezaghebbend beschouwt – dat die uiteindelijk alsnog aandacht aan het rapport besteedde.

Nederland is een veel kleiner land, met een toegankelijker medialandschap. Soortgelijke campagnes kunnen ook hier worden opgezet. Misschien zou de eerste gericht moeten zijn op de irritante gewoonte van de Nederlandse pers om nieuws uit de bezette gebieden te beschrijven als zijnde afkomstig uit Israël.

Een tweede kan erop gericht zijn om verslaggevers te helpen hun weg te vinden van het officiële persbureau van de Israëlische regering naar de Palestijnen die het slachtoffer zijn van de Israëlische politiek, om zo de waarheidsgetrouwheid van hun primaire informatiebron te kunnen beoordelen. Eerder vandaag werden voorbeelden gegeven die aantonen dat een beetje inspanning al tot resultaat kan leiden. Ik wil daaraan toevoegen dat aanhoudende, georganiseerde, gedisciplineerde, strategische inspanningen nog veel meer kunnen opleveren.

Naast het kabinet laten ook onze media het ten aanzien van het Midden-Oosten afweten. Frequent worden officiële Israëlische beweringen en claims gemakzuchtig herhaald in plaats van die te onderzoeken zoals dat serieuze journalisten betaamt.

Papieren overwinning

Het meer algemene punt dat ik wil maken is dat de rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International uiterst waardevolle documenten zijn, die echter alleen van nut zijn wanneer zij effectief worden ingezet. Dit punt werd ook naar voren gebracht door de wetenschapper Norman Finkelstein tijdens een presentatie van afgelopen week voor de Britse afdeling van de Arabische Organisatie voor Mensenrechten. Finkelstein beschreef documenten zoals de bovengenoemde rapporten en het advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2004 over de Israëlische ‘Afscheidingsmuur’ als ‘belangrijke papieren overwinningen’. Het is nu aan ons om uit te maken of deze documenten leiden tot politieke overwinningen of geruisloos in de archieven verdwijnen.

Het traject van papier naar werkelijkheid vereist organisatie, volharding en het ontwikkelen van creatieve strategieën. Organisaties in Nederland zoals The Rights Forum, ELSC en andere hebben afgelopen jaren in dit opzicht aanzienlijke vooruitgang geboekt.

Antisemitisme

In dat verband wijs ik op een benodigde extra kwaliteit: een dikke huid. Zoals u weet worden Israël en zijn verdedigers steeds wanhopiger in hun pogingen om onderzoek te vermijden en verantwoording te voorkomen. Hun primaire reactie is om een uiterst ernstig thema, het antisemitisme, te ontheiligen door het als wapen te gebruiken om het criminele gedrag van Israël ongestraft te laten voortduren. Op die manier zijn zij erin geslaagd om het antisemitisme te herdefiniëren van een irrationele haat tegen Joden op grond van hun identiteit, tot elke oppositie tegen Israël en zijn politiek. In dat proces hebben zij dat begrip op schandelijke – en schaamteloze – wijze gebagatelliseerd.

Mijn visie is dat we nu het stadium hebben bereikt waarin het volkomen redelijk is om dergelijke beschuldigingen minachtend af te wijzen. Met andere woorden, beschuldigingen die door racisten worden geuit met het uitdrukkelijke doel een systeem van apartheid te beschermen en bevorderen zijn geen serieuze reactie meer waardig. Wordt dit op een gedisciplineerde manier uitgedragen, dan zal deze campagne uiteindelijk bezwijken onder het gewicht van zijn eigen absurditeit.

 

Het Henri Veldhuis Symposium is georganiseerd door The Rights Forum en Kairos Sabeel en mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Haëlla Stichting.

© 2007 - 2022 The Rights Forum