Het Wereldvoedselprogramma van de VN schroeft wegens geldgebrek de voedselhulp in de Gazastrook terug. Ook op de bezette Westelijke Jordaanoever wordt de situatie steeds nijpender, terwijl de winter voor de deur staat.

Het aantal Palestijnen in de Gazastrook dat te weinig te eten heeft, neemt toe. Dat komt onder andere doordat het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) wegens geldgebrek de voedselhulp met een derde heeft moeten verminderen. Met de winter voor de deur zullen naar verwachting 1,4 miljoen mensen te maken krijgen met acute voedselonzekerheid.
De hulp van het WFP is nodig, omdat Israël nog altijd niet genoeg voedsel toelaat tot het door Israël belegerde gebied. Het is zelfs zó weinig, dat het WFP waarschuwt dat tot wel 90 procent van de bevolking in de Gazastrook tegen eind 2026 te maken kan krijgen met ernstige voedseltekorten. En dat terwijl de situatie iets is verbeterd sinds het voortdurend door Israël geschonden ‘staakt-het-vuren’, dat in oktober vorig jaar inging: sindsdien is het aantal mensen dat van honger dreigt te sterven, gedaald.
In oktober, liet het WFP weten, konden 1,1 miljoen van kwetsbaarste mensen in Gaza worden geholpen met voedsel en financiële hulp, terwijl dat aantal in september nog op 1,6 miljoen lag. Tegelijkertijd zijn de porties verkleind: gezinnen krijgen nog maar één voedselpakket in plaats van twee, en een kleinere zak tarwebloem. Het aantal uitgedeelde warme maaltijden is teruggebracht van 250.000 naar 150.000 per dag. Gezinnen die in moeilijk bereikbare gebieden wonen, waaronder in de buurt van de ‘gele lijn’ die het gebied afscheidt dat Israël bezet houdt, krijgen nog maar om de dag een warme maaltijd in plaats van elke dag.
Niet alleen in de Gazastrook is de situatie zorgelijk. Wegens het geldgebrek heeft het WFP in september ook het aantal mensen op de Westelijke Jordaanoever dat voedselhulp krijgt, moeten halveren naar 200.000 per maand. De situatie op de Westoever wordt steeds nijpender, doordat mensen hun werk niet meer kunnen bereiken wegens de enorme hoeveelheid wegversperringen.
Ook de almaar dieper wordende economische crisis speelt mee, en het feit dat Israël de Palestijnse Autoriteit economisch steeds verder afknijpt, waardoor ambtenarensalarissen niet kunnen worden uitbetaald. Bovendien maakt het toenemend aantal door Israël verdreven en ontheemde Palestijnen op de Westoever de voedselsituatie precair.
Het WFP heeft bekend gemaakt dat het ruim 400 miljoen euro nodig heeft om de voedselhulp voor de belegerde Gazastrook en bezette Westelijke Jordaanoever op peil te houden.
Het voedsel dat nog beschikbaar is, is vaak niet voedzaam genoeg voor een gezonde maaltijd. Vorige maand liet het ministerie van Gezondheid in de Gazastrook weten dat ondervoeding ‘catastrofale niveaus’ heeft bereikt. Het aantal kinderen dat tot in het voorjaar van 2027 een medische behandeling nodig zal hebben wegens acute ondervoeding, wordt geschat op ruim 74.000. Volgens het ministerie zijn sinds 2024 minstens 466 Palestijnen overleden aan ondervoeding en honger, van wie een derde minderjarig was en veertig procent bejaard.
Toegang tot schoon drinkwater is eveneens problematisch, becijferde het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA). Het minimum dat een mens nodig heeft per dag voor eten, drinken en sanitair, is 15 liter; 37 procent van de mensen in de Gazastrook haalt die hoeveelheid niet, 65 procent van die groep heeft zelfs minder dan zes liter water per dag beschikbaar.
Uit een rapport dat Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, onlangs publiceerde, rijst een even alarmerend beeld op. Het rapport ‘Hope amid pain’ (Hoop temidden van de pijn) gaat over de dagelijkse strijd om het bestaan van kinderen in de Gazastrook. Het gebrek aan voedsel en schoon water maakt daar deel van uit. Unicef schrijft: ‘Het staakt-het-vuren creëerde meer ruimte voor humanitaire hulp, maar heeft nog niet gezorgd voor de veiligheid, stabiliteit en het herstel die Palestijnse kinderen nodig hebben.’