Onderwijs / In Israëlische schoolboeken zijn de Palestijnen onzichtbaar

In het Israëlische middelbaar onderwijs blijft de bezetting van Palestijns gebied vrijwel onbesproken. Dat blijkt uit onderzoek van Avner Ben-Amos, werkzaam aan de Universiteit van Tel Aviv.

Vlagvertoon van Israëlische middelbare scholieren op het sportveldje bij hun school.Gemeente Ramlah 

In het Israëlische middelbaar onderwijs wordt leerlingen amper iets geleerd over de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. De Palestijnse bevolking van de bezette gebieden is zo goed als onzichtbaar. Dat zegt de Israëlische professor Avner Ben-Amos in de krant Haaretz.

Ontkenning van de bezetting

Ben-Amos, werkzaam aan de Universiteit van Tel Aviv, onderzocht hoe de bezetting sinds de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 op religieuze en niet-religieuze overheidsscholen wordt behandeld. Hij analyseerde geschiedenis-, maatschappijleer- en aardrijkskundeboeken en ging na hoeveel aandacht het onderwerp krijgt tijdens werkgroepen, educatieve uitstapjes en eindexamens.

Ben-Amos concludeert dat de bezetting in feite wordt ‘ontkend’ en ‘de joodse controle en de inferieure status van de Palestijnen naar voren komen als een natuurlijke, vanzelfsprekende situatie waarover niet hoeft te worden nagedacht’. Dat er ook een Palestijns perspectief bestaat wordt de leerlingen niet bijgebracht.

De ‘ontkenning’ begint al vroeg. Een in het Haaretz-artikel aangehaald voorbeeld betreft een lesboek van veertig pagina’s voor leerlingen van rond de tien jaar. Het is geschreven vanuit het perspectief van een negenjarig meisje uit de Israëlische kolonie (‘nederzetting’) Neve Daniël. Dat Israël de Westoever bezet houdt, de nederzettingen illegaal zijn en de Palestijnen in de buurdorpen van Neve Daniël vrijwel geen rechten hebben blijft onvermeld. Dat er überhaupt Palestijnen op de Westoever leven blijkt uit één zin: in ‘de regio Judea en Samaria’ (de onder religieuze kolonisten populaire, aan de Bijbel ontleende benaming van de Westoever) wonen ‘tussen de 1,7 en 2,9 miljoen Palestijnen die geen Israëlisch staatsburger zijn’.

Palestijns perspectief genegeerd

Het boek is geen uitzondering, stelt Ben-Amos, al is er sinds 1967 sprake van een marginale verandering. In de eerste dertig jaar na de Zesdaagse Oorlog, waarin Israël Oost-Jeruzalem en de Westoever bezette, was er in de schoolboeken louter sprake van jubel: in geschiedenisboeken werd met ‘ongeremde trots en zelfvoldaanheid’ gesproken over ‘de grote overwinning’ in de oorlog. Uitzondering was één boek waarin vier pagina’s werden besteed aan de religieus-ideologische drijfveren van de kolonistenbeweging en de verschillende visies van Israëlisch links en rechts op de toekomst van de bezette Westoever. Dat er ook zoiets bestond als een Palestijns perspectief bleef echter ook in dit boek achterwege.

De afgelopen twintig jaar schemert de bezetting in sommige boeken door, maar zonder de consequenties daarvan, met name voor de Palestijnen, te bespreken, aldus Ben-Amos. Een geschiedenisboek voor religieuze scholen staat in een paar regels stil bij de bezetting, maar beschrijft de Zesdaagse Oorlog als een ‘bevrijdingsoorlog’ die ‘de terugkeer van de joden naar Judea en Samaria’ mogelijk maakte. In sommige boeken stopt de geschiedenis abrupt in 1970, waarmee de indruk wordt gewekt dat een ‘mogelijk controversieel verleden’ wordt ontweken.

Enkele boeken die wel dieper ingingen op de bezetting werden aangepast door het ministerie van Onderwijs, dat de inhoud van alle schoolboeken beoordeelt. Haaretz geeft het voorbeeld van een boek dat in 2009 na tal van klachten door het ministerie uit de winkels en scholen werd teruggehaald, nadat het eerder was goedgekeurd. Steen des aanstoots was dat (voor het eerst) aandacht werd besteed aan de Nakba (de ‘Catastrofe’), de verdrijving van driekwart miljoen Palestijnen tussen eind 1947 en begin 1949, die in het boek werd aangeduid als een ‘etnische zuivering’. Ook een in het boek opgenomen tekst van de vooraanstaande Palestijnse historicus Walid Khalidi moest worden vervangen.

Groene Lijn

Met de onderzochte boeken voor de andere vakken is het niet anders. Opmerkelijk is dat het meest gebruikte boek voor het vak maatschappijleer in een eerdere versie uitvoerig inging op het debat in Israël over de bezetting. Bij het aantreden van een rechtse minister van Onderwijs werd het onderwerp teruggebracht tot enkele zinnen. Een tweede boek negeert het bestaan van uiteenlopende perspectieven simpelweg.

In aardrijkskundeboeken wordt naar voren gebracht dat er onenigheid tussen Israëli’s en Palestijnen bestaat over grenzen, maar wordt niet duidelijk gemaakt dat er sprake is van een gewelddadige bezetting. Met behulp van citaten uit de Bijbel wordt de historische joodse aanwezigheid in ‘Judea en Samaria’ benadrukt. Op landkaartjes vormt het gebied tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan één geheel. De Groene Lijn, de bestandslijn uit 1949 die sinds 1967 de grens markeert tussen het internationaal erkende Israëlische grondgebied en de bezette Westoever en Oost-Jeruzalem, is op z’n best vaag ingetekend, zonder verdere toelichting.

Tegen deze achtergrond is het geen wonder dat de Groene Lijn, de bezetting en de Palestijnen ook in de eindexamens schitteren door afwezigheid. In de geschiedenisexamens van de afgelopen tien jaar werd een enkele keer gevraagd naar de invloed van de Zesdaagse Oorlog op Israël. De juiste antwoorden hadden betrekking op de verlegging van de grenzen en de uitbreiding van de nederzettingen, maar wat dat betekende voor de Palestijnen bleef buiten beschouwing.

Taboe

Ben-Amos stelt dat in het onderwijs de werkelijkheid opzettelijk wordt verhuld; hij spreekt van ‘an attempt to hide and silence’. Hij constateert dat leraren en uitgevers zelfcensuur toepassen, uit angst te worden zwartgemaakt of zelfs op een zwarte lijst te belanden, hetgeen in het verleden het lot was van leraren en uitgevers die een meer genuanceerde visie uitdroegen dan het ministerie van Onderwijs toestond.

Een door Haaretz gepolste geschiedenisleraar beaamt dat op het behandelen van de bezetting en het Palestijnse perspectief een taboe rust. Het gevolg is dat ‘leerlingen de wereld waarin zij leven niet begrijpen’, zegt hij:

It’s kind of a taboo. You don’t talk about the Palestinians living under a military regime, and there’s a cloud over every teacher who talks about it. Those issues aren’t discussed in class at all. The result is that the students can’t understand the world they live in.

De omstandigheden waaronder de Palestijnen leven blijven buiten beschouwing, zegt ook een tweede geschiedenisdocent. ‘Niemand heeft belangstelling voor de Palestijnen, ze zijn onzichtbaar’, stelt zij. ‘En dat komt de regering goed uit.’

Verder lezen

In 2012 publiceerde Nurit Peled-Elhanan, hoogleraar aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en gespecialiseerd in onderwijs en taalonderzoek, haar onderzoek Palestine in Israeli School Books: Ideology and Propaganda in Education. Zij concludeert dat Palestijnen in Israëlische schoolboeken op een verwrongen, stereotype, zelfs racistische wijze worden beschreven of geheel buiten beschouwing worden gelaten. Lees hier een beknopte introductie van de hand van de schrijfster, en hier een recensie van haar boek van de hand van prof. Ismael Abu-Saad van de Ben-Gurion Universiteit van de Negev.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.