Mars van de Haat / Opnieuw schalt het ‘Dood aan de Arabieren’ door de straten van bezet Oost-Jeruzalem

Ruim vijfduizend Israëli’s trokken door bezet Oost-Jeruzalem tijdens een ‘vlaggenparade’ die in werkelijkheid een demonstratie van haat en racisme uit naam van het Joodse volk was.

Tijdens de ‘vlaggenparade’ van 15 juni 2021 vieren Israëli’s voor de Damascus-poort de 54e verjaardag van de bezetting en kolonisering van Oost-Jeruzalem met racistische slogans en liederen. [c] Baraah Abo Ramouz / APA Images 

Zoals ieder jaar schieten woorden tekort om de karavaan van haat te beschrijven die afgelopen dinsdag door Oost-Jeruzalem trok. Meer dan vijfduizend Israëli’s namen deel aan de ‘vlaggenparade’ waarmee Israël de 54e verjaardag van de bezetting van het Palestijnse stadsdeel vierde. Ook ditmaal vulde het massaal gescandeerde ‘Dood aan de Arabieren!’ de straten en werd het imago van Jeruzalem als stad van verdraagzaamheid publiekelijk te schande gemaakt.

Oproep tot volkerenmoord

Gewoonlijk vindt dit collectieve opsteken van de middelvinger naar de Palestijnen plaats op ‘Jeruzalemdag’, maar dit jaar werd de mars op die bewuste datum – 10 mei – halverwege afgebroken nadat de militaire vleugel van Hamas met raketbeschietingen dreigde. Op initiatief van de extreemrechtse, racistische politieke partij Religieus Zionisme, en met toestemming van de landelijke en gemeentelijke autoriteiten, ging de haatkaravaan op 15 juni op herhaling. De enige voorwaarde was dat de islamitische wijk van de Oude Stad, waar de provocaties gewoonlijk hun dieptepunt beleven, werd gemeden.

Er zijn landen waar je voor de rechter belandt als je in het openbaar tot volkerenmoord oproept, maar in Israël krijg je dan juist politiebescherming, althans als je een Joodse Israëli bent die ‘de Arabieren’ dood wenst. Meer dan tweeduizend man (en vrouw) politie en grenspolitie was op de been gebracht om ervoor te zorgen dat de Palestijnen hun winkels sloten en op afstand bleven. Het leidde tot de bekende gewelddadige taferelen van Palestijnen die urenlang hun eigen straat en huis niet in mochten. De enkele vrouw die met een Palestijnse vlag tegenwicht bood aan de colonne van haat werd direct door de politie aangevallen en gearresteerd. Zo zien bezetting en apartheid eruit.

‘Joden zijn uitverkoren’

Het ‘Dood aan de Arabieren!’ was nog maar één van een hele reeks weerzinwekkende slogans van de vlaggenzwaaiers, zo blijkt uit filmpjes die op sociale media de ronde doen. Een paar slogans op een rijtje:

Jullie religie is rotzooi; Muhammad is dood; de tweede Nakba staat voor de deur, jullie komen allemaal in vluchtelingenkampen; de enige goede Arabier is een dode Arabier; Joden zijn uitverkoren, Arabieren zijn zonen van hoeren; Palestina is dood, er is geen Palestina; ga naar Gaza; mogen jullie dorpen afbranden; wegwezen hier; sterf.

Veel van de activisten waren jong, tieners nog, maar in hun agressie en racisme deden zij niet onder voor de veteranen. Zonder gêne pleitten zij voor de camera voor verdere Israëlische kolonisering van Oost-Jeruzalem en de bezette Westelijke Jordaanoever. Het koloniseren van bezet gebied is volgens de Conventies van Genève en het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof – het Statuut van Rome – een oorlogsmisdaad, maar daar hebben zij geen boodschap aan. Zij zijn immers Joden en staan, menen zij, als ‘uitverkoren volk’ boven het recht. God heeft hen ‘het land gegeven’ en de minderwaardige ‘Arabieren’ moeten eruit, vrede met hen is niet mogelijk.

 

Hoewel het de opruiers verboden was door de islamitische wijk en de aangrenzende Damascus-poort te marcheren, kregen zij wel toestemming om pal voor de poort de opgestoken middelvinger nog eens diep in Palestijnse ogen te steken. Het leidde tot de bekende taferelen van hossende jongeren (uitsluitend mannen), die in een variatie op het bijbelvers Richteren 16:28 zongen dat de Palestijnen en hun nageslacht moeten worden ‘uitgewist’:

Onthoud me! Maak me sterker! Alleen deze ene keer, God, dat ik met één klap wraak mag nemen op de Palestijnen, moge hun nageslacht worden uitgewist, voor mijn twee ogen!

Koloniale mentaliteit

Kenmerkend voor het superioriteitsdenken en racisme van deze Joden is ook een tweet van een Amerikaanse koloniste, die zich onlangs met haar Nederlandse echtgenoot – een voormalig medewerker van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) – in de illegale kolonie (‘nederzetting’) Eli op de Westoever vestigde. Zij claimt de bezette gebieden als ‘haar land’ en duidt de autochtone Palestijnen aan als ‘vijanden’:

Dit is mijn land. Wij zijn sterk. We geven niet toe aan de grillen van onze vijanden. We zijn een soevereine natie die vrij is om met onze vlag te zwaaien waar we maar willen.

Het is deze mentaliteit die sinds 1967 de motor is achter de Israëlische bezetting en kolonisering van Palestijns land. Het is een klassiek koloniaal model: onder de ideologische vlag van goddelijke uitverkorenheid maken de kolonisten zich onder bescherming van een oppermachtig leger meester van het land.

De woonplaats van de Amerikaanse koloniste en haar Nederlandse echtgenoot is een treffend voorbeeld: Eli werd in 1984 door drie Joodse families gesticht en nadien uitgebouwd met steun van de Israëlische autoriteiten en de kolonistenorganisatie Amana. Tegelijkertijd werden in de directe omgeving meer kolonies uit de grond gestampt, zodat in het hart van de Palestijnse Westoever een uitdijend ‘nederzettingenblok’ ontstond. Eli verrees grotendeels op land van de Palestijnse dorpen Al-SawiyaQaryut en Al-Lubban al-Sharqiya. De rechtmatige bevolking diende plaats te maken voor Joodse immigranten uit de VS en andere landen, ook al zijn dat – zoals de ex-CIDI-medewerker – tot het jodendom bekeerde christenen.

De jaarlijkse vlaggenparade is het symbool bij uitstek van deze koloniale onderneming, die door de kolonisten wordt bezongen als de vervulling van een goddelijke belofte en de vervolmaking van ‘de zionistische droom’, maar in de gewone wereld geldt als een oorlogsmisdaad.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.