Chantage en druk / Waarom is er nog steeds geen onderzoek ingesteld naar de situatie in Palestina?

Hoofdaanklaagster Fatou Bensouda en haar staf bij het Internationaal Strafhof vrezen voor chantage en vergeldingsmaatregelen van Israël en de Verenigde Staten als zij een onderzoek instellen naar mogelijke Israëlische oorlogsmisdrijven. Dat vermoedt John Dugard, emeritus hoogleraar internationaal recht en lid van de Raad van Advies van The Rights Forum. Met name Bensouda is kwetsbaar.

Het Internationaal Strafhof slaapt terwijl het geweld tegen de Palestijnen ongestraft aanhoudt.Mohammed Sabaaneh 

Toen hoofdaanklaagster Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof op 16 januari 2015 een verkennend onderzoek instelde naar ‘de situatie in Palestina’, was de reële verwachting dat uiterlijk twee jaar later een officieel onderzoek zou volgen. Het jarenlang uitblijven daarvan roept een prangende vraag op: waarom?

Volgens John Dugard, emeritus hoogleraar internationaal recht en lid van de Raad van Advies van The Rights Forum, zijn Bensouda en haar naaste medewerkers vastbesloten om geen onderzoek in te stellen uit angst voor chantage en vergeldingsmaatregelen van Israël en de Verenigde Staten. Dugard onderbouwde die visie tijdens een lezing op 5 december. Zijn tekst is als opinie-artikel te lezen op onze website.

Angst voor chantage

Volgens Dugard vrezen Bensouda’s medewerkers voor hun carrières. Vervolgstappen daarin, na hun tijdelijke aanstelling bij het Strafhof, zouden kunnen worden gedwarsboomd. Zij lopen zelfs het risico dat instelling van een onderzoek wordt uitgelegd als een aanwijzing voor antisemitisme. Daarnaast bestaat het risico dat hen in de toekomst de toegang tot de Verenigde Staten wordt geweigerd, aldus Dugard.

Bensouda zelf loopt het risico te worden gechanteerd vanwege haar verleden in haar vaderland Gambia, betoogt hij. Daar had zij een glanzende juridische carrière ten tijde van het dictatoriale bewind van president Yahya Jammeh, dat gepaard ging met keiharde onderdrukking van de bevolking.

In haar functies van minister van Justitie en juridisch adviseur van de president en het Gambiaanse kabinet was Bensouda daarbij betrokken, bleek uit getuigenissen voor de in oktober 2018 ingestelde Gambiaanse Waarheids-, Verzoenings- en Herstelcommissie. Op grond van getuigenissen van slachtoffers hebben twee advocaten uit Venezuela in augustus van dit jaar een klacht ingediend bij de onafhankelijke toezichthouder op het Strafhof. Zij stellen dat Bensouda ongeschikt is voor haar functie.

Volgens Dugard is het goed mogelijk dat Bensouda vreest dat het instellen van een onderzoek naar Israëlische oorlogsmisdrijven ertoe zou leiden dat Israël haar betrokkenheid bij nog meer misdaden openbaart. Dugard stelt dat een onderzoek naar Bensouda’s geschiktheid als hoofdaanklaagster even onafwendbaar als urgent is.

Onderzoek ruimschoots gerechtvaardigd

Inhoudelijk bestaat er geen enkele reden voor het Stafhof om een onderzoek op te houden, betoogt Dugard. Er zijn meer dan voldoende aanwijzingen dat Israël zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdrijven om zo’n onderzoek te rechtvaardigen. Dat geldt bovenal voor de Israëlische kolonisering van Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, die in het oprichtingsstatuut van het Strafhof wordt gedefinieerd als een oorlogsmisdrijf.

Dugard wijst in dit verband onder andere op het grote aantal resoluties van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de VN, waarin de zogenoemde Israëlische ‘nederzettingen’ als illegaal worden veroordeeld. In zijn advisory opinion over de Israëlische ‘Afscheidingsmuur’ kwam het Internationaal Gerechtshof in 2004 tot dezelfde conclusie.

Ook de EU en vrijwel alle lidstaten hebben de nederzettingen veelvuldig als illegaal veroordeeld. Het Internationaal Comité van het Rode Kruis deelt die visie. Dugard brengt bovendien in herinnering dat Theodor Meron, Israëls juridisch adviseur, kort na het begin van de Israëlische bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westoever en Gaza in 1967 stelde dat kolonisering van die gebieden een schending van het internationaal recht zou betekenen en nooit door de internationale gemeenschap zou worden geaccepteerd.

Oproep The Rights Forum aan Strafhof

Het uitblijven van onderzoek door het Strafhof bracht The Rights Forum ertoe druk op Bensouda te zetten. Op 10 december – de Dag van de Mensenrechten én de dag waarop The Rights Forum tien jaar bestaat – zullen wij de dringende oproep om zonder verder uitstel onderzoek in te stellen aan Bensouda overhandigen namens een internationale coalitie van organisaties. Die coalitie groeit als kool. Sinds eind november hebben al 119 organisaties onze oproep aan Bensouda onderschreven.

Het uitblijven van onderzoek is ernstig, schrijft The Rights Forum aan Bensouda. Het betekent dat onrecht kan voortbestaan en zich kan verdiepen. De voortdurende uitbreiding van de Israëlische nederzettingen is daar een schoolvoorbeeld van.

De passiviteit van het Strafhof betekent dat de Palestijnen noodzakelijke bescherming wordt onthouden en een cultuur van straffeloosheid wordt bestendigd. En, minstens zo ernstig, dat de integriteit en geloofwaardigheid van het Strafhof wordt ondermijnd, en daarmee het vertrouwen in een functionerende internationale rechtsorde.

Medeplichtig

Die conclusie trekt ook John Dugard. Hij stelt onomwonden dat Bensouda zich, door het nalaten van maatregelen om evidente misdaden te stoppen, medeplichtig maakt aan die misdaden:

Culpable failure to take steps to suppress a crime when under a duty to do so makes the Prosecutor complicit in the commission of the crime.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.