Rajaa Natour is een Palestijnse onderzoeksjournalist.
6 mei 2026 Lees meer overIsraël zet de Palestijnse Israëliërs sinds oktober 2023 weg als verraderlijke vijfde colonne. Het krijgt hierbij hulp van digitale platformen als Meta en X.

Vorig jaar bezochten twee van mijn zussen mij hier, in Nederland. We spraken lang over de situatie in Israël sinds de aanslagen van 7 oktober 2023. Over gevoelens van angst, vervolging, het de mond snoeren en verstikken van Palestijnen die Israëlisch staatsburger zijn. Ik zal nooit vergeten hoe tijdens dat gesprek een van mijn zussen zei: ‘Weet je hoe ik mijn zorgen, angst en verdriet uit? Ik ga in mijn auto zitten, doe de ramen goed dicht en schreeuw, gil en sla mezelf in mijn gezicht. Dan ziet en hoort niemand me en kan niemand me aangeven bij de shabak*. (de benaming van de Shin Bet, de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst in de volksmond)
Het verhaal van mijn zussen is geen willekeurig persoonlijk verslag. Sinds oktober 2023 is er een consistent patroon van almaar talrijker getuigenissen van arrestaties, vervolging en intimidatie van Palestijnen met de Israëlische nationaliteit. Ondervragingen en zelfs de verspreiding van politiedocumenten vormen een mechanisme van afschrikking en publieke vernedering.
Een van de bekendste gevallen is dat van de arrestatie van een bekende Palestijns-Israëlische actrice, Maisa Abd Elhadi. Zij werd twee keer gearresteerd vanwege haar posts op sociale media en haar WhatsApp-berichten die zij op de ochtend van zeven oktober verstuurde. Ze werd enkele dagen vastgehouden en vervolgens een jaar onder huisarrest geplaatst. Later werd ze aangeklaagd voor het aanzetten tot terrorisme en voor identificatie met een terroristische organisatie. Haar zaak loopt nog steeds.
In mei 2024 werd Rasha Karim Harami, eigenaresse van een schoonheidssalon, opgepakt na berichten waarin ze haar verdriet en solidariteit met de Gazastrook uitte na het bombardement op het vluchtelingenkamp in Rafah. Ze stelt dat de video, waarop te zien is hoe een Israëlische politieagente haar in het politiebureau handboeien en een blinddoek omdoet, werd gefilmd door politieagenten en verspreid op sociale media.
Een vergelijkbaar verslag deed advocaat Sari Hurriya; hij werd in november 2023 gearresteerd op basis van een bericht op Facebook. Hurriya beschreef het moment van zijn arrestatie als volgt: ‘Ik had niet in de gaten dat een van de agenten mij constant filmde. Ze zeiden dat ik handboeien om moest, daarna liepen we de trap af en ook daar werd ik gefilmd. De Israëlische politie plaatste de beelden op de politiewebsite. Ze gebruikten deze beelden in alle publicaties, ze beweerden dat ik een terrorist ben en een Hamasadvocaat.
Hij beschreef de ingrijpende gevolgen van de lastercampagne: ‘Als Israëlische politieagenten, handhavers van de wet, mij afschilderen als de Che Guevara van Hamas, richten ze onherstelbare schade aan. Mijn imago, werk en carrière, waaraan ik vijftig jaar heb gebouwd, kunnen daarvan nooit herstellen.
In een interview met de Hebreeuwstalige nieuwssite Local Call sprak hij over een latere ontmoeting op het politiebureau in de Noord-Israëlische stad Shefa-Amr. Daar vertelde een inlichtingenofficier hem dat de binnenlandse inlichtingendienst Shin Bet hem als ‘extremistische nationalist’ beschouwde, ondanks Hurriya’s standpunten vóór een twee-statenoplossing voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Daardoor werd hij nog ongeruster over zijn arrestatie.
Ook de getuigenis van Intisar Hijazi uit de Noord-Israëlische stad Tamra sluit hierbij aan. Hijazi, een schooltherapeute, werd op 7 oktober 2023 gearresteerd, na het opnieuw delen van een eerder op Tiktok geplaatste dansvideo op het nummer Good Times. Minister van Veiligheid Ben Gvir zag de video en stuurde die door naar het door hem opgerichte politieteam dat zich bezighoudt met online opruiing. Dat pakte Hijazi direct op.
Ze werd niet veel later geboeid en geblinddoekt gefotografeerd op het politiebureau in Nazareth, met op de achtergrond de Israëlische vlag. Deze beelden werden vervolgens op sociale media verspreid.
Tegenover Local Call zei ze later: ‘Ik vond het moeilijk op sociale media terug te keren. Op school vroegen veel kinderen mij wanneer ik weer een video zou uploaden en of ik nu bang was dat te doen. Ik wilde ze laten zien dat ik sterk ben, maar het is moeilijk, mijn zelfvertrouwen is verdwenen. Ik had een rustig leven, ik heb nooit iemand kwaad gedaan en heb mij nooit met politiek bezig gehouden, dat is niets voor mij.’
Bovengenoemde illustreert dat arrestaties regelmatig plaatsvinden op basis van berichten op sociale media, zoals het steunen of delen van posts of rouwbetuigingen. Maar de reactie van staatsinstituten zoals de politie gaat duidelijk verder dan de strafrechtelijke procedure en mondt uit in publieke vernedering: het posten van video’s van arrestaties, het fotograferen op politiebureaus en de verspreiding van de beelden door de politie of andere officiële instanties. Het doel is niet het onderzoeken van verdenkingen, maar het vervolgen en vernederen, dit om de Palestijnse gemeenschap in Israël als een verraderlijke ‘vijfde colonne’ neer te zetten. Daardoor nemen straf, vernedering en vervolging toe.
Nogmaals, dit zijn geen geïsoleerde incidenten, waarbij het Israëlische establishment een paar Palestijnse Israëliërs heeft gestraft om de rest van die gemeenschap te intimideren. Dit is het beleid sinds 7 oktober en de genocide in de Gazastrook. De staat Israël heeft het de politie stukken gemakkelijker gemaakt Palestijnse burgers aan te pakken op basis van online posts. De politie hoeft van het Openbaar Ministerie niet langer voorafgaand goedkeuring te vragen Palestijnen te onderzoeken. Het OM heeft opgedragen Palestijnen zelfs voor één post te arresteren, te vervolgen en gevangen te zetten zolang de procedure duurt, een uitzonderlijke en extreme maatregel.
Het resultaat was een enorme politie-inzet: binnen enkele weken werden 269 onderzoeksdossiers geopend en 86 versnelde aanklachten ingediend, honderden mensen werden gearresteerd en ondervraagd. Ruim 150 zaken draaiden om berichten op sociale media – bijna net zoveel als in totaal de vijf jaar daarvoor. Dit ging gepaard met geweld, vernedering en het publiekelijk kleineren van verdachten, waarbij de grenzen van de wet zó werden opgerekt, dat zelfs oproepen tot humanitaire hulp aan de Gazastrook werden geclassificeerd als ‘steun aan terrorisme’. Ironisch genoeg wordt er tegelijkertijd duidelijk selectief gehandhaafd: Joodse ophitsing wordt nauwelijks bestraft, terwijl de Palestijnse gemeenschap binnen Israël collectief als verdacht wordt beschouwd.
Ook de academische wereld is onderdeel van dit mechanisme geworden, doordat instellingen namen van Palestijnse studenten aan de politie doorgaven, terwijl rechtse groeperingen optraden als een soort opsporings- en informatiebron. Zo ontstond een gecombineerd handhavingssysteem – politie, institutioneel en burgerlijk – dat niet alleen straft, maar ook een sfeer van intimidatie, afschrikking en monddoodmaking creëert, waarin de vrijheid van meningsuiting van Palestijnse burgers van de staat drastisch wordt ingeperkt en feitelijk een ‘levensbedreigend’ recht wordt.
Maar de Israëlische autoriteiten zijn niet de enige krachten, actoren en instellingen die Palestijnen vervolgen, er alles aan doen hen het zwijgen op te leggen en het narratief op sociale media te verdraaien. Het Hamleh Center, een Palestijnse ngo die zich inzet voor de digitale rechten van de Palestijnen, heeft sinds oktober 2023 een consistente trend van aantasting van de digitale rechten van Palestijnen gedocumenteerd: van de 1009 geverifieerde schendingen waren er 411 gevallen van censuur en 598 gevallen van aanzetting tot geweld. Ook waren er meer dan 590.000 gevallen van opruiende posts tegen Palestijnen, waarvan de meeste in het Hebreeuws.
Wat opvalt is de grote asymmetrie in de handhaving: Meta was met 627 gedocumenteerde schendingen koploper in het beperken van de meningsuiting van Palestijnen. Meta hanteert een filtermechanisme, waarbij in het Arabisch geschreven posts veel sneller als grensoverschrijdend worden aangemerkt dan die in het Hebreeuws. Zonder dat goed naar de inhoud wordt gekeken, wordt pro-Palestijnse of in het Arabisch geschreven content veel sneller verwijderd of beperkt, zelfs als er geen grote zekerheid is van een overtreding van de regels van Meta. Dit leidt tot censuur van journalisten, activisten en medewerkers van mensenrechtenorganisaties.
Terwijl Meta wordt gekenmerkt door overmatige censuur van Palestijnse content, vertoont X een compleet tegengesteld patroon: op dat platform ontbreekt het juist aan handhaving. Ruim een half miljoen opruiende en haatberichten – voornamelijk tegen Palestijnen – zijn niet verwijderd.
Bovendien wijzen de bevindingen van het Hamleh Center erop dat de Israëlische cyberunit, die valt onder het kantoor van de premier, bijzonder succesvol is in het verwijderen van content – zo’n 90 procent op Meta en circa 85 procent op TikTok – wat de nauwe en effectieve samenwerking tussen de staat Israël en deze platformen bevestigt. Het resultaat is een aanzienlijke afname van de Palestijnse aanwezigheid in de digitale ruimte én een brede blootstelling aan opruiende content die niet wordt bestreden.
Afgezien van de implicaties en de persoonlijke prijs die Palestijnen eventueel moeten betalen als ze publiekelijk hun emoties, solidariteit, gedachten of meningen uiten over de aanhoudende genocide in Gaza, gaat de Israëlische controle over het Palestijnse narratief veel verder dan het verbod op toegang van buitenlandse journalisten tot de Gazastrook.
Israël legt ook een digitaal veto op elk aspect van het Palestijnse narratief; op de berichten, de terminologie, de reikwijdte van de verspreiding, de inhoud en zelfs de doelgroep die het bereikt. Bovendien tonen bovengenoemde gegevens duidelijk aan dat Israël er met zijn cyberunit en de nauwe en voortdurende samenwerking met besluitvormers bij Meta en X in slaagt zonder tegenspraak feiten te overschaduwen, censureren, verwijderen en zelfs te verdraaien en vervalsen. Dit ook doordat de buitenlandse pers geen verslag kan doen vanuit de Gazastrook. Israël schildert Palestijnse journalisten af als ‘terroristen’ en ‘Hamasaanhangers’.
Deze censuur, zowel in het veld als online, is gevaarlijk en vertaalt zich naar schade en ongelijkheid in de echte wereld. Hij creëert een digitale ruimte die ten gunste van Israël bevooroordeeld is. Binnen die digitale ruimte spelen zich twee belangrijke trends af: censuur van het Palestijnse narratief en ophitsing en ontmenselijking van Palestijnen. Een van de prominentste uitingen van deze ongelijkheid in Israël is het uitbannen van Palestijnse rouw uit de fysieke ruimte en zelfs het omzetten van die rouw in een strafbaar feit dat openbare bestraffing vereist.
Met andere woorden: zonder rouw is er geen slachtoffer, en waar geen slachtoffer is, bestaan geen misdaad en verantwoordelijkheid. Buiten Israël komt deze ongelijkheid tot uiting in processen van criminalisering van alle uitingen van solidariteit met de Palestijnen, inclusief het verbieden van protesten tegen Israël, zoals we in Duitsland hebben gezien.
Het was Israël zonder hulp niet gelukt het Palestijnse narratief uit te wissen, censureren en verdraaien. X en Meta zijn actieve partners van Israël, niet alleen in het censureren van het Palestijnse narratief, maar ook in het normaliseren van de genocide in Gaza, het uitwissen van oorlogsmisdaden en het verdoezelen van schuld.
Dit is een strijd die de Palestijnen alleen kunnen winnen als we deze platforms beschouwen als een verlengstuk van de staat Israël, de bezetting en de genocide.