Gerard Jonkman is directeur van The Rights Forum.
27 maart 2026 Lees meer overSinds 2020 is er geen enkele Israëliër vervolgd voor het doden van Palestijnse burgers op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dat blijkt uit onderzoek van The Guardian.

Niet één zaak die tot vervolging leidt. Niet één verdachte die zich voor een rechter moet verantwoorden. En dat terwijl in deze periode elfhonderd Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever door Israëlische kolonisten en militairen zijn gedood. Een kwart van deze vermoorde Palestijnen waren kinderen.
Meer dan 96 procent van de onderzoeken naar geweld door kolonisten eindigt zonder aanklacht. Ook wanneer er sprake is van dodelijk geweld. Ook wanneer er getuigen zijn. Ook wanneer er bewijs is. Veiligheidstroepen opereren in dezelfde context, met dezelfde structurele afwezigheid van verantwoording.
De conclusie is duidelijk: er bestaat systematische straffeloosheid voor geweld tegen Palestijnen. De straffeloosheid is onderdeel van het systeem dat geweld mogelijk maakt, normaliseert en uiteindelijk aanmoedigt.
De cijfers leggen een systeem bloot waarin rechtsbescherming selectief is. Waarin de ene groep onder de wet valt en de andere er structureel buiten wordt geplaatst. Dat is geen rechtsstaat, dat is apartheid. En toch zijn er Nederlandse politici die Israël nog steeds zonder aarzeling omschrijven als een ‘pluriforme democratische rechtsstaat’. Alsof structurele straffeloosheid voor dodelijk geweld tegen een specifieke bevolkingsgroep past binnen een rechtsstaat.
De vraag is vervolgens niet alleen wat er daar gebeurt, maar ook wat wij er hier aan moeten en kunnen doen. Het internationaal recht is op dit punt glashelder. Staten hebben de verplichting om geen steun te verlenen aan een illegale situatie en dienen actief bij te dragen aan het beëindigen ervan.
De Israëlische nederzettingen in bezet gebied zijn volgens het internationaal recht illegaal. De structurele straffeloosheid voor geweld tegen Palestijnen is een ernstige schending van fundamentele rechtsnormen. En de verwevenheid tussen de Israëlische staat en het nederzettingenproject is diep en structureel. Dat betekent dat ook Nederland niet kan blijven doen alsof er niets aan de hand is.
Allereerst moet Nederland een onmiddellijk en volledig verbod instellen op handel met nederzettingen. Geen import van producten, geen diensten, geen investeringen. Handel met nederzettingen is geen gewone economische activiteit. Het is directe betrokkenheid bij een illegaal project.
Maar dit is allemaal bij lange na niet voldoende. Punt is dat de Israëlische economie niet losstaat van de nederzettingen. Integendeel. De gehele Israëlische economie is direct of indirect verbonden met de bezettings- en nederzettingeneconomie. Een scherp onderscheid maken tussen ‘Israël binnen de Groene Lijn’ en de bezette gebieden is in de praktijk volstrekt kunstmatig. Sterker nog: Israël zelf verbiedt een dergelijk onderscheid. Als Israël het onderscheid al niet maakt, hoe kunnen wij het dan nog maken?
Daarom moet Nederland verder gaan. Zolang Israël weigert om geweld tegen Palestijnen effectief te vervolgen, de nederzettingen uitbreidt, de bezetting handhaaft en structureel internationaal recht schendt, kan er geen sprake zijn van normale economische relaties. Opschorting van handels- en samenwerkingsrelaties met Israël is dan een juridische en morele consequentie. Daar hoort ook een volledige stop op militaire samenwerking en wapenhandel bij. Geen onderdelen, geen technologie, geen gezamenlijke programma’s. Niet zolang er een reëel risico bestaat dat deze bijdragen aan ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.
En tenslotte dient Nederland actieve, ondubbelzinnige steun aan internationale rechtsinstanties te verlenen. Het Internationaal Strafhof en andere instituties die proberen wél verantwoording af te dwingen, verdienen ondubbelzinnige en consistente steun. Geen halfslachtige politieke steun. Niet slechts woorden van ‘bezorgdheid’. Dit gaat uiteindelijk over meer dan één land of één conflict. Het gaat over de vraag of internationaal recht daadwerkelijk betekenis heeft.
Als een staat jarenlang burgers kan doden zonder vervolging, als een bezetting kan voortduren zonder consequenties, als economische en politieke relaties gewoon blijven bestaan alsof er niets aan de hand is, dan wordt het recht selectief toegepast en daarmee uitgehold.
Internationaal recht is geen menukaart waar we naar keuze uit kunnen kiezen. Het is een verplichting. En verplichtingen dienen gevolgd te worden door handelingen.