Het Israëlische parlement stemt vóór een doodstrafwet die in de praktijk alleen voor Palestijnen geldt. Nederland spreekt Israël aan op de wet maar neemt geen maatregelen.

Na een dag debatteren nam het Israëlische parlement, de Knesset, een wet aan die de doodstraf mogelijk maakt voor mensen die veroordeeld zijn voor moord met een ‘terroristisch’ motief. In de praktijk kunnen alleen Palestijnen op de Westoever deze ultieme straf door militaire rechtbanken krijgen opgelegd. Zo versterkt de wet dus het apartheidsregime in Israël. Verschillende ministers en parlementsleden trokken verheugd flessen drank open na de stemming.
Vorige week werd de wet, waarover we al eerder schreven, behandeld door de Nationale Veiligheidscommissie van de Knesset. Die paste hem nog een beetje aan, maar niet op cruciale punten. Ook werd toen besloten dat de doodstraf door ophanging uitgevoerd zal worden. Eerder had de extreemrechtse minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir, de initiatiefnemer van de wet, die methode genoemd als ‘één van de opties’ naast de elektrische stoel en de dodelijke injectie. Ben-Gvir draagt, net als andere leden van de partij Otzma Yehudit (Joodse Kracht), graag een speldje in de vorm van een strop.
Nu de Knesset de wet heeft aangenomen, is de parlementaire procedure afgerond. Toch is er nog enige hoop dat mensenrechtenorganisaties de invoering van de wet nog kunnen tegenhouden. Meteen nadat het wetsvoorstel was aangenomen, liet de Vereniging voor Burgerrechten in Israël weten dat ze al een verzoekschrift had ingediend bij het Hooggerechtshof om de wet aan te vechten. De vereniging noemt de wetgeving volgens Associated Press ‘opzettelijk discriminerend’ en stelt dat het parlement geen wet kan aannemen die alleen geldt voor Palestijnen op de Westoever, die immers geen Israëlische staatsburgers zijn.
Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken (CDA) liet via X weten dat Nederland zich heeft aangesloten bij een verklaring van Australië, Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië. De ministers van Buitenlandse Zaken van deze landen vragen Israël om de wet in te trekken. In de kabinetsreactie die Berendsen vorige week naar de Tweede Kamer stuurde wordt het ‘discriminerende karakter’ van de wet wel benoemd en wordt gesteld dat het wetsvoorstel vooral daarom veel kritiek oproept ‘binnen de Knesset, de Israëlische maatschappij, als ook de internationale gemeenschap’.
Nederland spreekt Israël dus wel aan op de wet, maar alleen omdat Nederland altijd tegen de doodstraf is. Dat de wet een nieuwe bouwsteen is in het apartheidssysteem waaronder de Palestijnen lijden, wordt in de gesprekken met Israël blijkbaar achterwege gelaten. In de ‘beslisnota’, ook van vorige week, wordt het feit dat alleen Palestijnen de doodstraf kunnen krijgen, helemaal niet genoemd. Nederland veroordeelt de wet dus, maar neemt geen maatregelen.
Nederlandse politici vinden nog steeds dat Israël een democratische rechtsstaat is. Dat was althans de positie van minister van Buitenlandse Zaken, Caspar Veldkamp (NSC), in het dubbel-demissionaire kabinet-Schoof. Het Kabinet-Jetten heeft nog geen andere positie ingenomen. Maar Israël is feitelijk een land dat de doodstraf invoert, zich schuldig maakt aan genocide, apartheid, marteling, detentie zonder aanklacht of proces en buitengerechtelijke executies. Het is geen rechtsstaat, en geen land waarmee we een associatieovereenkomst en academische of militaire samenwerking kunnen hebben. Nederland heeft de plicht om op te treden.
Maar of de Tweede Kamer het beleid van het kabinet gaat bijstellen, valt te betwijfelen. Een motie die Christine Teunissen (PvdD) afgelopen november indiende, waarin ze vroeg om sancties tegen Israël om de doodstraf voor Palestijnen te voorkomen, werd weggestemd. Behalve regeringspartijen CDA en VVD stemden ook ChristenUnie, SGP, BBB, JA21 en PVV tegen.