De Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof zorgen voor een ‘golf van angst’, met als doel mensen en organisaties te ontmoedigen mee te werken met zaken van het Strafhof. Lidstaten van het Strafhof laten na maatregelen te nemen om het hof te beschermen tegen sancties en schaden daarmee de internationale rechtsorde.
Dat zijn twee belangrijke conclusies in een vorige week uitgebracht rapport van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof (CICC), een internationaal netwerk van meer dan 2500 maatschappelijke organisaties. De CICC nam interviews af met in totaal 45 medewerkers van het Strafhof, mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke experts.
De aanleiding voor het rapport zijn de sancties die de VS in 2025 heeft ingesteld tegen elf rechters en aanklagers van het Strafhof, tegen vier Palestijnse mensenrechtenorganisaties en tegen VN-rapporteur Francesca Albanese.
Deze sancties zijn een vergelding voor het onderzoek van het Strafhof naar Israëlische oorlogsmisdaden in Palestina, en in het bijzonder voor de uitgevaardigde arrestatiebevelen voor premier Benjamin Netanyahu en voormalig minister van Defensie Yoav Gallant.
Afhankelijkheid van de VS
De sancties tonen aan hoe groot de afhankelijkheid van de VS is. Het internationale betalingssysteem werkt met Amerikaanse technologie, waardoor gesanctioneerde personen geen gebruik meer kunnen maken van banken, pinpassen en credit cards.
Omdat ook de IT-sector op Amerikaanse bedrijven stoelt, kunnen de gesanctioneerde personen geen vluchten meer boeken of Ubertaxi’s bestellen, en worden accounts op sociale media van gesanctioneerde organisaties en personen verwijderd.
‘Het onderzoek toont aan dat deze afhankelijkheid niet alleen een bedreiging vormt voor partijen die zich bezighouden met rechtvaardigheid en verantwoording, maar ook voor de soevereiniteit, onafhankelijkheid en veiligheid van staten en hun onderdanen’, aldus het rapport.
Een bijkomend probleem is dat veel bedrijven en financiële instellingen uit voorzorg de sancties strenger toepassen dan ze in werkelijkheid zijn. Zo heeft de Luxemburgse staatsbank Spuerkeess twee rekeningen van het Strafhof – en niet van individuele medewerkers – geblokkeerd, terwijl deze rekeningen niet onder het sanctieregime vallen.
Onzichtbare impact
Het effect van de sancties reikt verder dan alleen de personen en organisaties die er doelwit van zijn. De sancties creëren een ‘golf van angst’ onder mensen die werken voor of met het Strafhof. De CICC noemt dit de ‘onzichtbare impact’ van de sancties. ‘Ngo’s, activisten, academici die zaken laten liggen, omdat ze bang zijn dat ze door sancties kunnen worden getroffen’, zegt professor in internationaal recht William Schabas in het rapport.
Het grootste risico van sancties is niet voor degenen die al gesanctioneerd zijn, maar voor de honderden mensen die de noodzakelijke beslissingen niet durven te nemen, omdat ze bang zijn. Als rechters bang zijn om te oordelen, aanklagers bang zijn om te vervolgen en advocaten bang zijn om te verdedigen, leven we niet langer in een rechtsstaat. Angst betekent dat er geen rechtvaardigheid is.
-Strafhofrechter Nicolas Guillou
De VS hebben het precedent al geschapen: vier Palestijnse ngo’s die informatie hebben gedeeld met het Strafhof in het onderzoek naar Israëlische misdaden, zijn op de sanctielijst geplaatst. Het gaat om Al-Haq, Al-Mezan Centrum, Addameer en het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten (PCHR), die zonder toegang tot bankrekeningen of IT-infrastructuur ernstig belemmerd worden.
Wanneer de partijen die op de grond aanwezig zijn en bewijs verzamelen hun werk niet meer kunnen doen, of dit niet meer durven te delen met het Strafhof, valt de rechtsgang stil. ‘Als dit in Palestina gebeurt, kan het overal gebeuren,’ zegt Raji Sourani, directeur van PCHR in het rapport. ‘We zullen het niet laten gebeuren dat Gaza de begraafplaats van het internationaal recht wordt.’
Roofdieren en lafaards
Het rapport werd donderdag in Den Haag gepresenteerd, waar Strafhofrechters, Francesca Albanese en Palestijnse mensenrechtenorganisaties inzicht gaven in wat het effect van de sancties is op hun leven.
Agnes Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International, sprak bij de presentatie over een ‘tijdperk van roofdieren en lafaards’. De roofdieren: leiders zoals Trump, Netanyahu en Poetin die nietsontziend dominantie nastreven en een spoor van vernietiging achterlaten.
De lafaards: landen die toekijken en het laten gebeuren zonder tegenwicht te bieden. ‘Roofdieren en pestkoppen moet je op hun plaats zetten, niet paaien’, zei Callamard. ‘In plaats van de confrontatie te zoeken met deze roofdieren, hebben de meeste regeringen, met name die in Europa, gekozen voor appeasement.’
De Amerikaanse aanvallen op het Strafhof tonen aan wat Callamard bedoelt met lafaards en appeasement. De geïnterviewde personen in het rapport van CICC geven aan gefrustreerd te zijn door de ‘beperkte reactie’ op de sancties van landen die zijn aangesloten bij het Strafhof.
‘Dit hadden we niet verwacht, we hadden gedacht dat staten hun stem zouden verheffen om het systeem te beschermen’, zegt Strafhofrechter Ibáñez Carranza in het rapport. De CICC richt zich specifiek op de Europese Unie, die een grote stap kan zetten – maar nog niet gezet heeft – om het Hof te beschermen door het zogeheten blocking statute in werking te stellen.
Dat zou Europese instanties en bedrijven beschermen tegen sancties en diensten en producten aan de gesanctioneerde personen kunnen blijven leveren. Het rapport beveelt ook aan alternatieve betalings- en IT-systemen te ontwikkelen om de afhankelijkheid van Amerikaanse technologie en bedrijven te verminderen.
De rol van Nederland
Nederland wordt niet specifiek genoemd in het rapport, maar is onmiskenbaar een van de ‘lafaards’ waarover Callamard sprak. Het heeft voor appeasement in plaats van confrontatie gekozen.
Elke nieuwe aankondiging van sancties deed Nederland af met een verklaring waarin het deze sancties ‘betreurt’, zonder daar acties aan te verbinden. Het weigert VN-rapporteur Albanese te ontvangen op het ministerie van Buitenlandse Zaken, in de ministerraad of de Tweede Kamer.
De Nederlandse overheid is sterk afhankelijk van Amerikaanse technologie en lijkt niet van plan daartegen stappen te ondernemen. De regering verlengde recent het contract met de provider van de digitale overheidsdienst DigiD, al komt die provider waarschijnlijk in Amerikaanse handen.
De politie, de marechaussee en het ministerie van Defensie maken gebruik van software van het Amerikaanse bedrijf Palantir, dat ook de software levert die Israël gebruikt bij de vernietiging van de Gazastrook.
Nederlandse houding tegenover aanvallen van de VS en Israël
The Rights Forum organiseert op donderdag 21 mei een lezing van voormalig Strafhofaanklager Fatou Bensouda in Amare in Den Haag. Bensouda zal spreken over haar eigen ervaringen met de intimidatie en sancties, en ingaan op de vraag wat Nederland wel – en vooral niet – heeft gedaan om het Strafhof te beschermen. Kaarten zijn hier te bestellen.