De Israëlische chirurg Daniel Solomon is woensdag één van de sprekers tijdens de bijeenkomst Bearing Witness, georganiseerd door The Rights Forum. Hij is een directe getuige van een misdaad die Israël al decennia verborgen probeert te houden: de systematische marteling van Palestijnen in Israëlische detentiecentra. Ook in Israëlische ziekenhuizen zijn deze gevangenen niet veilig. We interviewden dokter Solomon alvast.

Israël houdt bijna 10.000 Palestijnen vast in wat mensenrechtenorganisaties omschrijven als ‘een netwerk van martelkampen’. De Verenigde Naties spreken van een ‘de facto staatsbeleid van georganiseerde en wijdverbreide marteling’. Israël doet er alles aan om deze misdaden verborgen te houden. Dat we toch weten wat zich in de detentiecentra afspeelt, is dankzij de moed van Palestijnen die hun gevangenschap hebben overleefd en hun getuigenissen hebben gedeeld. Ook mensenrechtenverdedigers helpen het verhaal naar buiten te brengen, onder wie artsen. Eén van hen is de Israëlische chirurg Daniel Solomon.
Solomon is één van de sprekers woensdag bij de bijeenkomst van The Rights Forum. Hij is vrijwilliger voor Artsen voor Mensenrechten Israël (PHRI) en observeert op verzoek van nabestaanden autopsies op lichamen van Palestijnen die de Israëlische martelcentra niet hebben overleefd. Ook spreekt hij zich publiekelijk uit tegen misstanden in gevangenissen én in de Israëlische ziekenhuizen waar Palestijnse gevangenen worden behandeld.
‘Ik ben nu zo’n veertien jaar actief als vrijwilliger voor PHRI en houd me bezig met het recht op gezondheidszorg voor Palestijnse gedetineerden. Sinds 7 oktober 2023 observeer ik ook autopsies. Dat loopt niet via PHRI maar via advocaten van Palestijnse nabestaanden. Voorheen deden gespecialiseerde Palestijnse autopsie-artsen dat, die zijn daar deskundiger in dan ik als chirurg, maar die krijgen sinds 7 oktober 2023 geen toestemming meer de grens met Israël over te steken en dit werk te doen.’
‘Je weet het zelden zeker. Als iemand een schotwond in het hoofd heeft, dan wel, maar dat komt zelden voor. Je kunt dus alleen observeren en naar de context kijken, en op basis daarvan probeer je conclusies te trekken. Je kunt bijvoorbeeld vaststellen dat bepaalde verwondingen in de loop van een aantal uren zijn ontstaan, en om vervolgens te concluderen dat de gevangene naar het ziekenhuis had moeten worden gebracht, terwijl je weet dat hij in de cel is overleden [wat kan wijzen op medische nalatigheid, TRF]. Marteling is moeilijk aan te wijzen als doodsoorzaak. Ook als iemand duidelijk is gemarteld, weet je niet zeker of hij aan de gevolgen daarvan is overleden. We kunnen alleen tot op zekere hoogte vaststellen wat is gebeurd.’
‘Dat weten we niet precies, maar ten minste 102. Dat zijn cijfers die we krijgen van de Israëlische Gevangenisdienst IPS, die verplicht is die cijfers te verstrekken. Bij het leger en bij de militaire gevangenkampen ligt dat anders: zij hoeven ons geen informatie te geven.
Het is lastig alle gegevens bij te houden. De IPS verstrekt anonieme informatie over de doden en hun plaats van detentie, en het werk van PHRI is om die informatie te checken met informatie die door de Palestijnse Autoriteit (PA) wordt gepubliceerd. De PA krijgt de informatie van de IPS via een tussenorganisatie. De PA publiceert de naam en de leeftijd van de overledene, en wij checken dat dan weer met informatie die we verkrijgen via de [Israëlische] Wet openbare overheid en daarmee probeer je zo precies mogelijk vast te stellen wie wanneer is overleden. Er is een groot gebrek aan transparantie.’
Solomon werkt in een Israëlisch ziekenhuis en ook daar spelen zich misstanden af. Zo bracht PHRI in juli dit jaar een rapport uit, getiteld ‘Medische ethiek in crisis: schendingen en tekortkomingen in de zorg voor Palestijnen in Israëlische ziekenhuizen sinds 7 oktober’. Dat toont aan dat vrijwel alle Palestijnse gevangenen geboeid en vaak ook geblinddoekt zijn als ze worden behandeld. Ze krijgen een ondermaatse medische behandeling, worden daarbij niet betrokken of erover geïnformeerd, en worden vaak te vroeg uit het ziekenhuis ontslagen en teruggestuurd naar de gevangenis. Dit zijn schendingen van de medische ethiek.
‘Dat noemen we dubbele loyaliteit, het bestaat al lang. Artsen maken deel uit van de samenleving waarin ze leven. Dat is overal het geval, maar in Israël ligt dat nog wat ingewikkelder, en zeker na 7 oktober 2023. Veel artsen spelen ook een actieve rol in het leger. Er zijn artsen die het belang van de staat Israël boven het belang van hun patiënt stellen.
Vóór 7 oktober 2023 vroegen artsen bewakers vaak handboeien [van gevangenen] te verwijderen, maar nu wordt die vraag meestal niet meer gesteld. Of je kon er tegenin gaan als de Israëlische gevangenisdienst een patiënt vroegtijdig wilde laten ontslaan om die terug te brengen naar de gevangenis. Dat gesprek wordt ook niet meer gevoerd. Veel artsen, en ik reken mezelf daar ook toe, hebben deze praktijken tot een bepaald niveau geaccepteerd. Of ze stemmen er mee in. Wat mezelf betreft… Ik vind het moeilijk onder ogen te zien dat ik me niet heb uitgesproken in situaties waarin ik dat wel had moeten doen, met de privileges die ik heb als Joodse Israëlische arts. Ik vond en vind het heel moeilijk me uit te spreken.’
‘Palestijnse gevangenen die naar het ziekenhuis worden gebracht, worden door iedereen aangeduid als ‘terrorist’. Ze worden bewaakt door zwaarbewapende militairen met bivakmutsen op. Dat zijn de personen aan wie je moet je vragen of ze de blinddoek van je patiënt willen verwijderen – het is heel intimiderend. Ook artsen die zich voorheen wél uitspraken tegen de onethische behandeling van gevangenen, zijn nu banger geworden. Daarmee praat ik niet goed dat ze bewakers niet langer vragen blinddoek en handboeien van patiënten te verwijderen, maar ze worden geconfronteerd met een surrealistische en bedreigende situatie.’
‘Voor Joods-Israëlische artsen is dat niet zo’n zorg, al verandert het je positie wel. De opvatting is dat wanneer je je uitspreekt, je je land verraadt. Voor Palestijns-Israëlische artsen is het een heel ander verhaal. Als zij wijzen op de menselijkheid van patiënten-gevangenen, of als zij iets zeggen over de situatie in de Gazastrook, kunnen ze hun baan snel kwijtraken.’
‘Soms. Ik heb met collega’s met wie ik al lang werk en die ik als vrienden beschouw, gedeeld hoe moeilijk ik het bijvoorbeeld vind geblinddoekte en geboeide patiënten te behandelen. Een collega zei me dat hij snapt wat ik bedoel, maar dat hij er zelf ongevoelig voor was geworden en geen compassie meer had. Dat is denk ik de kern van het probleem: de diepe ontmenselijking van niet alleen de Palestijnse gevangenen die als ‘terroristen’ worden aangeduid, maar van álle Palestijnen. Het is geen nieuw fenomeen, maar het wordt nu wel heel openlijk geuit en hangt samen met die dubbele loyaliteit.
Hoe kun je als arts op een ethische manier werken als je geen compassie hebt voor je patiënt? Ik denk dat je pas echt ziet hoe het met je medische ethiek is gesteld, als het moeilijk wordt, als je patiënten hebt die mogelijk iets hebben misdaan – en laat me daar bij zeggen dat de meeste Palestijnse gevangenen zonder vorm van aanklacht worden vastgehouden. Zelfs als ze misschien iets hebben misdaan, moet je ze als mens blijven zien. Ik geef toe dat ik dat soms ook moeilijk vind.’
‘Laat ik zeggen dat ik me gesteund voel door collega’s bij de PHRI en bij de Public Committee Against Torture (Openbaar Comité tegen Marteling), waaraan ik als vrijwilliger ben verbonden. Met hen kan ik praten. Maar ik deins ervoor terug dit gesprek in Israël publiekelijk aan te gaan.’
‘Nee, ik denk het niet. Wat me motiveert het werk voor de Palestijnse families te doen, is hen te helpen iets proberen af te sluiten. En het is onderdeel van de strijd om de omstandigheden in detentiecentra te verbeteren en de gezondheidszorg te beschermen. En ik ben trots op het werk dat PHRI doet, de organisatie is één van de weinige die zich wél uitspreekt over deze onderwerpen. Ik had als individu meer willen doen. Het helpt om te proberen bij te dragen aan het collectieve werk, om publiekelijk te spreken.’
‘Ik ben niet de enige die de ethische standaarden belangrijk vindt. Sommigen laten zich horen, anderen niet. Wat denk ik verschil maakt, is dat ik niet in Israël ben geboren en getogen, maar in Italië. Daardoor heeft die dubbele loyaliteit zich denk ik minder diep in mij vastgezet. Tegelijkertijd maakt dat het lastig de complexiteit van het leven in Israël te begrijpen.’
‘Laat me Naji Abbas citeren, hoofd van de afdeling ‘Gevangenissen en Gedetineerden’ van PHRI. Hij hoort elke dag verschrikkelijke verhalen over wat zich in de detentiecentra afspeelt, hij praat met families, overlegt met advocaten. Toen hem op een conferentie werd gevraagd hoe hij het volhoudt, zei hij dat hij als Palestijn die in Israël woont privileges heeft, maar níet het privilege de strijd op te geven voor degenen die zelf niet kunnen strijden. Dat is wat me tot nu toe hier heeft gehouden.’