Onderzoek / Human Rights Watch: ‘Israël schuldig aan apartheid en vervolging’

Grondig onderzoek van Human Rights Watch leidt tot de conclusie dat Israëlische autoriteiten zich schuldig maken aan misdrijven tegen de menselijkheid, te weten apartheid en vervolging. Nederland draagt aan die praktijk bij door de misdrijven te gedogen en Israël te ontzien. Human Rights Watch dringt aan op een fundamentele beleidswijziging. The Rights Forum sluit zich daarbij aan.

Illustratie uit het rapport van Human Rights Watch. De organisatie ‘Visualizing Palestine’ maakte onder de noemer ‘Born Unequal’ meerdere illustraties voor het rapport, waarmee de ongelijkheid tussen Joodse Israëli’s en Palestijnen (in dit geval een bedoeïen uit de Negev/Naqab) wordt weergegeven. [c] Visualizing Palestine 

Israëlische autoriteiten maken zich ten aanzien van de Palestijnen schuldig aan apartheid en vervolging, twee misdrijven tegen de menselijkheid en als zodanig behorend tot de zwaarste misdrijven die het internationaal recht kent. Nederland en andere landen dienen hun relaties met Israël tegen het licht te houden en verantwoordelijken voor de misdrijven te identificeren, sancties op te leggen en zo mogelijk te vervolgen. Wapenexport en militaire samenwerking dienen afhankelijk te worden gemaakt van concrete stappen van de betreffende Israëlische autoriteiten om hun betrokkenheid bij de misdrijven te beëindigen.

Grondige analyse

Dit is de kern van een dinsdag gepubliceerd rapport van Human Rights Watch, getiteld A Threshold Crossed – Israeli Authorities and the Crimes of Apartheid and Persecution. De vooraanstaande mensenrechtenorganisatie gaat daarin na of Israël zich vanuit juridisch oogpunt bezondigt aan de genoemde misdrijven. Het doet dat secuur en grondig, door de definities van beide misdrijven in het internationale Verdrag tegen Apartheid en het Statuut van Rome (het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof) te analyseren en af te zetten tegen het Israëlische beleid met betrekking tot Palestijnen en Joden in bezet Palestijns gebied – de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en Gaza – en Israël zelf.

Het Verdrag tegen Apartheid definieert apartheid als ‘onmenselijke handelingen, gepleegd met als doel de overheersing van een raciale groep personen door een andere raciale groep personen te bewerkstelligen en te handhaven, en hen systematisch te onderdrukken’. Het Statuut van Rome kent een vergelijkbare definitie: ‘onmenselijke handelingen […], gepleegd in het kader van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en overheersing door een raciale groep personen van een of meer andere raciale groepen personen en begaan met de opzet dat regime in stand te houden’.

In het Statuut van Rome wordt vervolging gedefinieerd als ‘het opzettelijk en in ernstige mate ontnemen van fundamentele rechten in strijd met het internationaal recht, op grond van de identiteit van de groep of collectiviteit’.

Human Rights Watch ontleedt de definities en onderzoekt in hoeverre Israël zich schuldig maakt aan de afzonderlijke elementen daarvan. Hoofdvraag is of Israël de ‘drempel’ naar het begaan van de misdrijven, zoals internationaal gedefinieerd, is gepasseerd. Het antwoord op die vraag luidt, zoals uit de titel van het rapport blijkt, bevestigend.

Conclusies

Wat betreft apartheid concludeert de organisatie dat Israël zich daaraan in bezet gebied schuldig maakt:

Human Rights Watch concludeert dat de Israëlische regering de intentie heeft getoond de overheersing van Palestijnen door Joodse Israëli’s in Israël en de bezette Palestijnse gebieden te handhaven. In de bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem, gaat die intentie gepaard met systematische onderdrukking van Palestijnen en onmenselijke daden tegen hen. Doen deze drie elementen zich samen voor, dan komen ze neer op het misdrijf van apartheid.

Langs eenzelfde lijn concludeert Human Rights Watch dat Israëlische functionarissen zich schuldig maken aan het misdrijf van vervolging:

Deze bevinding is gebaseerd op het discriminerende karakter van de behandeling van Palestijnen door Israël, en de ernstige misstanden in de bezette gebieden, waaronder de wijdverbreide inbeslagname van particulier land, het feitelijke verbod voor Palestijnen op veel plaatsen om er te bouwen of te leven, de massale ontzegging van verblijfsrechten en de ingrijpende, al tientallen jaren van kracht zijnde beperkingen van de bewegingsvrijheid en fundamentele burgerrechten.

Met zulke beleidsmaatregelen en praktijken worden miljoenen Palestijnen welbewust fundamentele grondrechten ontzegd, aldus Human Rights Watch. Daaronder zijn het recht op verblijf, privébezit en toegang tot land, maar ook op diensten en hulpbronnen. Deze misstanden zijn ‘wijdverbreid en systematisch’, concludeert de organisatie, en louter gebaseerd op de Palestijnse identiteit van de slachtoffers.

Nederland medeverantwoordelijk

Human Rights Watch richt de pijlen niet alleen op Israël, maar ook op de internationale gemeenschap. Europese landen als Nederland, die warme banden met Israël onderhouden, hebben de misdrijven al veel te lang gedoogd, aldus de organisatie. Zij knijpen bewust een oogje toe en stellen de misdrijven voor als symptomen van een tijdelijke bezetting waaraan het comateuze ‘vredesproces’ ooit een eind zal maken. Die benadering gaat niet alleen voorbij aan de ernst van het lijden van de Palestijnse bevolking, maar ook aan het feit dat Israël in woord en daad te kennen geeft de overheersing van de bezette gebieden niet te willen en zullen opgeven.

Human Rights Watch concludeert dat staten als Nederland Israël welbewust ontzien, en ‘de verantwoordingsplicht die een situatie van deze ernst rechtvaardigt’ naast zich neerleggen. Zij staan toe dat de misdaden in stand blijven en zich verder ‘uitzaaien’. Vrijheid en een menswaardig bestaan voor Palestijnen blijft een wensdroom zolang de staten aan dit contraproductieve beleid vasthouden, aldus Human Rights Watch:

Iedere dag wordt in Gaza een Palestijn geboren in een openluchtgevangenis, op de Westelijke Jordaanoever zonder burgerrechten, in Israël met een inferieure wettelijke status, en in buurlanden feitelijk veroordeeld tot levenslange vluchtelingenstatus, net als zijn ouders en grootouders vóór hem, en louter omdat hij niet Joods is. Een toekomst die geworteld is in de vrijheid, gelijkheid en waardigheid van alle inwoners van Israël en de bezette gebieden zal buiten bereik blijven zolang Israëls onderdrukkende praktijken voortduren.

Aanbevelingen

Met zijn aanbevelingen richt Human Rights Watch zich logischerwijs allereerst tot Israël. Dat dient rigoureus een eind te maken aan de geconstateerde misdrijven, en daarnaast aan andere ernstige schendingen van het internationaal recht. Het dient de kolonisering van bezet gebied te staken en bestaande kolonies (‘nederzettingen’) te ontmantelen, en de (mensen)rechten van de Palestijnen te respecteren, met als maatstaf de rechten die Joodse Israëli’s genieten. De Palestijnse Autoriteit zou vormen van veiligheidssamenwerking met het Israëlische leger moeten staken die bijdragen aan de misdrijven van apartheid en vervolging.

Een groot deel van de aanbevelingen heeft betrekking op staten als Nederland. Na een al 54 jaar durende bezetting dienen die ‘te stoppen met het beoordelen van de situatie door de lens van wat er zou kunnen gebeuren als het kwijnende vredesproces op een dag nieuw leven zou worden ingeblazen, en zich in plaats daarvan te richten op de realiteit op de grond, die geen enkel teken van verbetering vertoont’.

Human Rights Watch dringt derhalve aan op een fundamentele beleidswijziging in landen als Nederland, een pleidooi dat The Rights Forum van harte ondersteunt. Daarnaast ziet de organisatie taken weggelegd voor de internationale gemeenschap. We zetten de voornaamste aanbevelingen op een rij:

  • Human Rights Watch roept staten op om via de VN een internationale commissie in te stellen om de systematische discriminatie en onderdrukking in Israël en de bezette gebieden te onderzoeken. De commissie moet het mandaat krijgen om de feiten vast te stellen en te analyseren; om de verantwoordelijken voor ernstige misdrijven – waaronder apartheid en vervolging – te identificeren, met de bedoeling dat zij ter verantwoording worden geroepen; en om bewijsmateriaal te verzamelen en te bewaren voor toekomstig gebruik door gerechtelijke instellingen.
  • Staten moeten via de VN ook een mondiaal VN-gezant voor de misdrijven van vervolging en apartheid benoemen, met het mandaat om internationale actie te mobiliseren teneinde een ​​eind aan vervolging en apartheid te maken.
  • Staten moeten hun bezorgdheid uitspreken over de Israëlische apartheid en vervolging, en daarnaast hun relaties met Israël tegen het licht houden. Ze moeten overeenkomsten, samenwerkingsregelingen en alle vormen van handel screenen, verantwoordelijken voor misdrijven identificeren, eventuele negatieve effecten op de Palestijnse mensenrechten neutraliseren en, als dat laatste niet mogelijk is, de betreffende activiteiten beëindigen.
  • Staten dienen individuele sancties, waaronder reisverboden en bevriezing van tegoeden, op te leggen aan functionarissen en anderen die verantwoordelijk zijn voor de misdrijven. Wapenverkopen en militaire en veiligheidsbijstand aan Israël dienen afhankelijk te worden gemaakt van concrete, verifieerbare stappen van de betreffende Israëlische autoriteiten om hun betrokkenheid bij de misdrijven te beëindigen.
  • In het licht van het decennialang falen van de Israëlische autoriteiten om ernstige misstanden te beteugelen, dient het Bureau van de Aanklager van het Internationaal Strafhof onderzoek en vervolging in te stellen van personen die verdacht worden van betrokkenheid bij de misdrijven. Zoals bekend heeft de hoofdaanklager van het Strafhof begin maart een officieel onderzoek geopend naar oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de mensenlijkheid, begaan in door Israël bezet gebied. Daarin zullen de door Human Rights Watch onderzochte misdrijven ongetwijfeld worden meegenomen.
  • In aanvulling hierop dienen alle regeringen onderzoek naar en vervolging van personen in te stellen die verdacht worden van betrokkenheid bij de misdrijven, op basis van het principe van universele jurisdictie en in overeenstemming met nationale wetgeving.
  • Bedrijven moeten op zijn minst die activiteiten staken die rechtstreeks bijdragen aan de misdrijven van apartheid en vervolging. Zij dienen zorgvuldig na te gaan of hun goederen en diensten bijdragen aan de misdrijven, zoals bijvoorbeeld het geval is met apparatuur die door Israël wordt gebruikt bij de onwettige sloop van Palestijnse woningen, en de levering van goederen en diensten die vermoedelijk voor dergelijke doeleinden worden gebruikt te staken, in overeenstemming met de internationale gedragscodes op het terrein van bedrijfsleven en mensenrechten, zoals de UN Guiding Principles on Business and Human Rights.

Andere publicaties over apartheid

Eerder dit jaar verschenen nog twee belangrijke publicaties over apartheid in Israël en de bezette gebieden. De vooraanstaande Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem publiceerde op 12 januari een position paper getiteld A regime of Jewish supremacy from the Jordan River to the Mediterranean Sea: This is apartheid. Wij schreven er kort na publicatie over.

Voornaamste conclusie van B’Tselem is dat Israël in het gehele gebied tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan een apartheidsregime uitoefent. B’Tselem rekent af met de fictie van twee verschillende Israëlische regimes die door een groot deel van de internationale gemeenschap in stand wordt gehouden: een democratisch regime in Israël, en een ‘tijdelijk’ bezettingsregime dat ooit, als resultaat van het ‘vredesproces’, zal worden beëindigd.

Op 21 januari verscheen van onderzoeker en publicist Nathan Thrall, voormalig medewerker van de International Crisis Group, het lange artikel The Separate Regimes Delusion. De titel heeft betrekking op de hierboven genoemde fictie van twee Israëlische regimes, door Thrall treffend aangeduid als een ‘waanbeeld’.

Ook vorig jaar verscheen al een rapport van een Israëlische mensenrechtenorganisatie over apartheid. Op 9 juli 2020 publiceerde Yesh Din het rapport The Occupation of the West Bank and the Crime of Apartheid: Legal Opinion, waaraan wij destijds kort aandacht besteedden. De organisatie concludeerde dat Israël zich op de Westoever schuldig maakt aan apartheid.

In 2017 leidde een VN-rapport over apartheid tot een fors conflict en een vorm van zelfcensuur. Op 15 maart van dat jaar publiceerde de United Nations Economic and Social Commission for Western Asia (ESCWA) het rapport Israeli Practices towards the Palestinian People and the Question of Apartheid. Daarin werd vastgesteld dat ‘Israel has established an apartheid regime that dominates the Palestinian people as a whole’.

Twee dagen na publicatie werd ESCWA door secretaris-generaal António Guterres van de VN gedwongen het rapport in te trekken. Guterres gaf daarmee toe aan een storm van woede, laster en chantage uit Israël en de Verenigde Staten. ESCWA-topvrouw Rima Khalaf weigerde aan Guterres’ opdracht te voldoen en en nam ontslag uit de VN; uit haar ontslagbrief bleek dat dit het tweede rapport was dat zij in twee maanden tijd op last van Guterres moest intrekken. Het apartheidrapport is van alle VN-websites verdwenen, maar op de site van Researchgate te lezen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.