Nieuwsoverzicht / Israël-Palestina in het kort – 14 september

Met onder andere: de normalisatieovereenkomst tussen Israël en Bahrein, de facto annexatie gaat door, en een Israëlische soldaat krijgt negentig dagen taakstraf voor het doodschieten van een Palestijn.

Premier Benjamin Netanyahu en zijn vrouw Sara gaan op 13 september 2020 aan boord van het vliegtuig naar Washington, om in het Witte Huis de normalisatieovereenkomsten met de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein te ondertekenen. [c] Avi Ohayon / Government Press Office 

Normalisatieovereenkomst Israël Bahrein

In navolging van de overeenkomst met de Verenigde Arabische Emiraten gaat Israël nu ook volledige diplomatieke banden aan met Bahrein. De tweede normalisatieovereenkomst met een Arabisch land in korte tijd werd door de Amerikaanse president Trump op 11 september op Twitter aangekondigd. Op 15 september zal de Israëlische premier Netanyahu het akkoord tijdens een ceremonie in Washington ondertekenen. Bij de ceremonie zullen ook de ministers van Buitenlandse Zaken van de VAE en Bahrein aanwezig zijn. De precieze inhoud van de overeenkomst is nog niet bekend.

De aankondiging van de overeenkomst werd met name door Oman positief ontvangen. In een aankondiging maakte Oman duidelijk dat het ‘hoopt dat deze nieuwe strategische richting […] een praktische route zal zijn voor het bereiken van vrede, gebaseerd op het beëindigen van de Israëlische bezetting van Palestijnse landen en het vestigen van een onafhankelijk Palestina met als hoofdstad Oost-Jeruzalem.’ Oman is, net als Marokko en Soedan, een van de Arabische landen waarvan wordt verwacht dat ze spoedig in de voetsporen zullen treden van de VAE en Bahrein. Ook de Egyptische president Sisi liet zich positief uit over de overeenkomst, die volgens hem een stap in de richting van vrede in de regio is.

Dat Arabische regimes normalisering van de betrekkingen en handelsovereenkomsten met Israël verkiezen boven steun voor de Palestijnen werd op 9 september duidelijk toen de Arabische Liga er niet in slaagde om een resolutie van de Palestijnse Autoriteit aan te nemen waarin de normalisatieovereenkomst tussen Israël en de VAE werd veroordeeld. De Secretaris-Generaal van de Arabische Liga, Ahmed Aboul Gheith verdedigde het standpunt van de Arabische Liga met de stelling dat ieder land soeverein is op het terrein van de buitenlandse politiek. Wel benadrukte Aboul Gheith dat het uitgangspunt van de Liga voor een rechtvaardige vrede tussen Arabieren en Israël het Arabisch vredesinitiatief van 2002 blijft, een initiatief dat door Israël is verworpen.

Ook in Europa werd de aankondiging van de overeenkomst tussen Israël en Bahrein met instemming ontvangen. In een verklaring gaf de Raad van de Europese Unie aan dat het ‘gelooft dat deze ontwikkelingen een positieve bijdrage leveren aan vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten.’ De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas prees de overeenkomst en noemde het een ‘belangrijke stap in de richting van vrede’.

De steeds warmer wordende relaties met Israël beperken zich niet enkel tot de Arabische leiders. Vorige week beloofde Servië de ambassade in Israël van Tel Aviv naar Jeruzalem te verplaatsen. Ook werd bekend dat Israël en Kosovo diplomatieke banden met elkaar aan zullen gaan, en dat Kosovo van plan is een ambassade in Jeruzalem te openen. In hoeverre de plannen ter uitvoering zullen worden gebracht is onduidelijk. Toen bekend werd dat Israël als onderdeel van de overeenkomst Kosovo formeel zou erkennen leidde dat tot Servisch verzet: ‘Diplomatieke betrekkingen met Kosovo zijn één ding, erkenning als onafhankelijk land is iets heel anders. Dit zou de relatie tussen Israël en Servië vernietigen’, wist een Servische bron te vermelden. Servië en Kosovo zijn rivalen in de Balkan en weigeren elkaar te erkennen.

De facto annexatie gaat door

Ondanks de normalisatieovereenkomsten en de Arabische en Europese lippendienst aan de Palestijnse zaak blijft Israëls de facto annexatie van Palestijns gebied gestaag voortgaan. De Israëlische minister van Defensie Benny Gantz is van plan vijfduizend nieuwe woningen in kolonies op de Westelijke Jordaanoever te bouwen, na een periode van zes maanden waarin de uitbreiding van de Israëlische kolonies min of meer stilstond. Het plan wordt gezien als een tegemoetkoming aan leiders van de illegale kolonies, die woedend zijn op de Israëlische regering nu de formele annexatieplannen zijn uitgesteld. Gantz wil niet alleen de  grote kolonies als Ma’ale Adumim, Gush Etzion en Ariel uitbreiden, maar is ook van plan nieuwe huizen te bouwen in Beit El, Shilo en rondom Hebron. In Beit El, een kolonie ten noorden van Ramallah, is de constructie van twee gebouwen van tien verdiepingen inmiddels al begonnen.

Om de uitbreidingen mogelijk te maken worden er op hoog tempo grote aantallen Palestijnse gebouwen gesloopt. Jamie McGoldrick, humanitair coördinator van de VN, verklaarde op 10 september dat in de periode van maart tot augustus 2020, terwijl de Westelijke Jordaanoever in de greep was van de coronapandemie, 389 Palestijnse gebouwen zijn gesloopt of geconfisqueerd. Dat zijn er gemiddeld 65 per maand, het hoogste gemiddelde in vier jaar.

Palestijnse onderzoekers verwachten dat deze trend zich zal blijven doorzetten. Voor de aanleg van de ‘American Street’, een weg die een aantal illegale kolonies met elkaar zal verbinden en een directe verbinding tussen de Amerikaanse ambassade en bezet Oost-Jeruzalem zal vormen, wordt verwacht dat vierhonderd Palestijnse huizen zullen worden gesloopt. Ten westen van Ramallah werden op 9 september al meer dan twintig olijfbomen van een Palestijnse boer ontworteld om plaats te maken voor een weg die alleen gebruikt zal worden door Israëlische kolonisten.

Israëlische strategieën om Palestijnse religieuze plekken van de kaart te wissen

Machsom Watch, een Israëlische mensenrechtenorganisatie, heeft in een rapport beschreven hoe de Israëlische autoriteiten drie strategieën gebruiken om Palestijnse religieuze plekken van de kaart te wissen. De eerste methode is het bestempelen van gebieden die religieuze plek omvatten als militaire zones. Voorbeelden daarvan zijn gebieden voor militaire oefeningen, maar ook Israëlische kolonies. De tweede strategie is het opnemen van religieuze plekken in natuurreservaten die onder toezicht staan van de Israëlische autoriteiten. Palestijnen krijgen geen toegang tot militaire zones of natuurgebieden. Tenslotte wordt er alleen geïnvesteerd in heiligdommen die de namen dragen van profeten in de Torah, en zijn dat vaak de enige plekken waarnaartoe religieuze reizen vanuit Israël worden georganiseerd. De Palestijnen wordt het intussen verboden hun religieuze plekken te renoveren tot het punt dat ze niet meer te redden zijn. Als voorbeeld van de Israëlische strategie noemt Machsom het Salman Al-Farisi-graf, dat zich op de top van de Salman Al-Farisi-berg bevindt. De berg werd geschonken aan de Israëlische kolonie Yitzhar, die er een natuurreservaat van maakte.

Negentig dagen taakstraf voor doodschieten Palestijn

Israëlische militaire aanklagers hebben een schikking getroffen met de Israëlische soldaat die op 20 maart 2019 de tweeëntwintigjarige Palestijn Ahmad Manasra doodschoot. Manasra kwam terug van een bruiloft toen hij langs de kant van de weg stopte om een andere Palestijnse man, die door dezelfde Israëlische militair was neergeschoten, te helpen. Nadat Manasra de gewonde man in zijn auto had geholpen wilde hij diens familie naar het ziekenhuis brengen. Op dat moment werd Manasra door de Israëlische militair vanuit een wachttoren doodgeschoten.

Volgens de voorgestelde schikking zal de soldaat schuld bekennen voor het militaire equivalent van moord door nalatigheid en wordt hij veroordeeld tot drie maanden onbetaalde militaire dienst en een demotie. De soldaat wordt niet schuldig bevonden voor het neerschieten van de andere Palestijnse man die Manasra te hulp was geschoten. Op verzoek van de familie van Manasra gaat het Israëlische Hooggerechtshof zich nu buigen over de legaliteit van de overeenkomst.

Palestijnse verkiezingen mogelijk in aantocht

Jibril Rajoub, secretaris-generaal van het Centraal Comité van de Fatah-partij, heeft op 8 september aangekondigd dat de verschillende Palestijnse facties voor het einde van het jaar een datum willen vastleggen voor algemene verkiezingen in de Palestijnse gebieden. ‘Het houden van de presidents- en parlementsverkiezingen in Palestina is het belangrijkste toegangspunt voor het bereiken van een interne Palestijnse verzoening’, zei Rajoub op het door de staat gerunde Palestine Television. Rajoub vermeldde bovendien dat afspraken met Hamas over de verkiezingen ‘binnenkort zullen worden aangekondigd’.

Nieuwe maatregelen tegen Palestijnse gouverneur van Jeruzalem

De Israëlische autoriteiten hebben de bewegingsvrijheid van Adnan Ghaith, de Palestijnse gouverneur van Jeruzalem, tot binnen zijn geboorteplaats Silwan beperkt. Ook is het Ghaith verboden om contact op te nemen met meer dan vijftig mensen, waaronder de president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas en premier Mohammed Shtayyeh.

In een verklaring noemt het kantoor van de gouverneur de straf een gevaarlijke en ongekende maatregel. Volgens de gouverneur moet de maatregel begrepen worden in de context van de door de Israëlische bezetting steeds verder teruggedrongen Palestijnse aanwezigheid in de stad, en de uitbreiding van de Israëlische bezetting die daarmee gepaard gaat. Ghaith is sinds zijn aantreden als gouverneur meerdere malen opgepakt. Eerder dit jaar werd hem bovendien zes maanden lang de toegang tot de bezette Westelijke Jordaanoever ontzegd onder het voorwendsel dat hij deelnam aan ‘illegale en gewelddadige activiteiten’.

Nieuw onderzoek naar dood leraar Bedoeïenendorp

De Israëlische minister van Justitie Avi Nissenkorn heeft op 13 september gevraagd om een nieuw onderzoek te starten naar het handelen van de Israëlische politie bij de moord op een bedoeïenenleraar in 2017. Yakub abu al-Kiyan werd door Israëlische politie in zijn dorp Umm al-Hiran doodgeschoten. Destijds beweerden de autoriteiten dat Al-Kiyan was doodgeschoten omdat hij een terroristische aanslag met een auto zou hebben gepleegd waarbij een Israëlische politieagent om het leven kwam.

Sindsdien is echter gebleken dat er van een terroristische aanslag geen sprake was en dat Al-Kiyan voordat hij de Israëlische agent aanreed al was doodgeschoten en daarom de controle over het stuur had verloren. Uit verschillende rapporten is de afgelopen dagen wangedrag aan het licht gekomen bij de manier waarop de autoriteiten het onderzoek hebben afgehandeld. Premier Netanyahu, die Al-Kiyan in het verleden een terrorist heeft genoemd, bood vorige week zijn excuses aan de familie van Al-Kiyan aan. Daaraan voegde hij toe dat de misstappen in het onderzoek waren begaan door hoge politieofficieren om hun eigen reputatie te beschermen en die van hem te beschadigen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.